vrijdag 7 maart 2014

Een vermoeiend seizoen

Hoop, groot geluk en diepe teleurstelling zijn de kern van het bestaan van de Feyenoord-supporter, maar de emotionele rollercoaster die we dit seizoen meemaken is extreem. Toen het seizoen begin hadden we na twee succesvolle seizoenen goede hoop op een serieuze gooi naar het kampioenschap - de ploeg was immers bij elkaar gebleven en kon allen maar beter worden.
Na drie wedstrijden stonden we echter met nul punten onderaan en in de Uefa-cup werden we uitgeschakeld door Ruben Krasnodar - een ploeg waar nog nooit iemand van had gehoord. Daarna volgde herstel, onder meer met fraaie overwinningen op Vitesse, PSV en Heerenveen en een prima thuiswedstrijd tegen AZ. Een opleving die werd onderbroken door zeperds als de volstrekt onnodige gelijke spelen tegen NEC en Go Agead Eagkes en de thuisnederlaag tegen Heracles.
In de winterstop leken er nog steeds perspectieven op de titel te zijn. In de eerste wedstrijd tegen Utrecht uit declasseerde Feyenoord de tegenstander, in een wedstrijd die ook in 0-8 had kunnen eindigen. Daarna volgde een ontluisterende uitnederlaag tegen ADO Den Haag en werd een voorsprong tegen Vitesse weggegeven. Na overwinningen tegen Roda en NEC was er toch weer hoop, maar die verdween na de gelijke spelen tegen NAC en Twente - vooral door onvoorstelbare arbitrale blunders en de onnodige thuisnederlaag tegen Ajax.
Inmiddels had Koeman besloten zijn contract niet te verlengen, was Pelle na de eerdere rode kaart tegen Heracles en een woedende reactie na Vitesse thuis tegen Twente en Ajax uit zijn dak gegaan - en vervolgens geschorst en aanvoerder af.
Zoals zoveel supporters ben ik er bekaf van, verwacht ik weinig van de rest van het seizoen en houd ik mijn hart vast voor het volgene seizoen. Wat ging er mis? Koeman is er onvoldoende in geslaagd het team een stap vooruit te laten zetten. Deze ploeg mist voetbalintelligentie en een echte topvoetbalmentaliteit. Pelle is de enige echte winnaar - een Italiaanse prof die niet kan uitstaan dat zijn goals teniet worden gedaan door slap verdedigen. De rest van de ploeg komt kwaliteit tekort - zoals keeper Mulder, de slechtste en angstigste die Feyenoord ooit heeft gehad - , en bestaat uit ideale schoonzonen als De Vrij, verwaande jonge kwasten, een rechtsbuiten die geen bal raakt, een nummer tien die technisch die tekort komt voor de top. De spelers op de bank komen kwaliteit tekort, met Verhoek, Armenteros en Bakkal als triest dieptepunt. Clasie, Boëtius en Kongolo hebben wel de potentie om de echte top te halen, ook mentaal, maar zijn nog te jong om een elftal op sleeptouw te nemen.
Dat de kloof tussen Pelle en de rest te groot was bleek al aan het einde van het vorige seizoen, vooral in de wedstijd tegen ADO uit, toen Feyenoord plaatsing voor de voorronde van de Champions League uit lamlendigheid verspeelde en Pelle uit frustratie al een strafschop miste. Aan het begin van het seizoen zag je al meer irritatie binnen de ploeg over de Italiaanse vurige gebaren van Pelle in het veld. De zet van Koeman om Pelle gedurende het seizoen aanvoerder te maken heeft averechts gewerkt - Pelle ging zich geforceerd nog meer als leider gedragen en de rest ergerde zich eraan, met de uitbarstingen van de laatste weken als trieste apotheose.
In de media is de laatste weken een ware Pelle-bashing aan de gang, geheel volgens de Nederlandse traditie van het afzagen van elke kop die boven het maaiveld uitkomt. Hoe slecht zijn uitbarstingen van de laatste weken ook waren, Koeman en Van Hanegem hebben terecht gewezen op zijn kwaliteit en winnaarsmentaliteit. Pelle zag wel weg gaan na dit seizoen, maar wij zullen hem nooit vergeten. En kunnen alleen maar hopen dat het eind van dit seizoen en het volgende seizoen mee zullen vallen.



donderdag 10 oktober 2013

Victor Serge over Henk Sneevliet

Henk Sneevliet was een internationaal bekende revolutionair-socialist, die in 1942 met zijn kameraden van het Marx-Lenin-Luxemburg-Front werd doodgeschoten door de Duitse nazi's. Over Sneevliet en zijn verzetsgroep tijdens de bezetting schreef ik in 1982 mijn doctoraalscriptie Tegen fascisme, kapitalisme en oorlog, het Marx-Lenin-Luxemburg Front juli 1940-april 1942.

Het Britse blad New Left Review publiceerde onlangs (NLR 82, second series, July-August 2013, pp. 31-62) een nieuw getuigenis over het nieuws van de executie van Sneevliet, van de hand van geestverwant Victor Serge, revolutionair en schrijver van een aantal schitterende boeken over de Russische Revolutie en de opkomst van het stalinisme. Tijdens de Tweede Wereldoorlog leefde hij in Mexico en in 2010 werden nieuwe aantekeningen van hem uit zijn Mexicaanse ballingschap gevonden. Hieronder volgt een vertaling van mijn hand van de passage over Sneevliet. In de ontroerende tekst staan enkele onnauwkeurigheden, die ik niet heb gecorrigeerd. 

17 mei 1942: Henk Sneevliet. Ik open een Amerikaanse krant en lees dat Henk Sneevliet en acht van zijn kameraden van de  Nederlandse Revolutionair Socialistische Partij op 15 april ter dood zijn veroordeeld door een Duits militair tribunaal en geëxecuteerd. Onze Spaanse vrienden, gewend aan nieuws van dit soort, ontvangen het met weinig emotie; ze lijken zich niet te realiseren dat we een van de beste en meest betrouwbare mensen verloren hebben. Hij moet nauwelijks ouder zijn geweest dan ik, vijfenvijftig misschien. We ontmoetten elkaar in 1921, tijdens het Derde Congres van de Komintern, zonder elkaar te kennen; ik vertelde hem in Amsterdam dat ik in Moskou kort een zekere Maring, afgevaardigde van de Nederlands Oost-Indische revolutionaire partij, had gezien - "Maar dat was ik". Tijdens de oorlog was hij gedeporteerd naar Nederlands Oost-Indië, waar hij zich had gewijd aan het oprichten van een lokale partij (de Sarekat Islam?) en een man van het volk werd, één met de inwoners en het land. Hij sprak met liefde over hen. "De vrouwen, zo mooi, zo puur van vorm, zo'n fijne intelligentie! En hun lijf zo verrukkelijk!" In het museum in Den Haag stopten we voor de Maleisische gouden voorwerpen die meegekomen waren met een koninklijke schat en zijn gezicht werd ziedend van woede: "Kijk nou eens, allemaal geroofd door onze bandieten!." Hij vertelde ons over de inname van een paleis, het bloedbad. Dat was in 1936, sommige van zijn jeugdkameraden zaten nog altijd doodstraffen uit op een gevangeniseiland; hij was ze niet vergeten, deed zijn best om ze te schrijven en voerde campagne en protesteerde namens hen.

Telkens wanneer hij me in Parijs bezocht in Pré-Saint-Gervais nam hij een eerbetoon van onze Amsterdamse vrienden mee, een halve kaas, een dozijn sigaren. Boulevard Montparnasse, 's avonds, ik zie hem plotseling tevoorschijn komen uit de stroom voorbijgangers: lange overjas, een kleine zachte hoed van donkergroene stof over zijn verouderende gezicht getrokken, gerimpelde gelaatstrekken, met een uitdrukking van koppigheid en krachtige, droevige intensiteit; een bril met een gouden montuur. Hij zag de oorlog duidelijk aankomen, met de onvermijdelijke verplettering van Holland; hij sprak ook over de toenemende fascistische sympathieën van de Nederlandse bourgeoisie. "Het socialisme zal pas na de oorlog een toekomst hebben..." Net als ik hield hij van en bewonderde hij Leon Trotsky, maar onze gevoelens waren gemengd met irritatie, een groeiende muiterij tegen zijn autoritaire manieren. "Zonder iets te begrijpen van onze situatie, wil de Oude Man ons dictaten opleggen. Hij moedigt drie of vier blinde fanatiekelingen uit Rotterdam die theorieën op een typemachine rammen aan om de partij te scheuren; het is pathetisch en dom..." We waren het erover eens dat je geen nieuwe Internationale kan stichten zonder eerst twee of drie echte partijen of groepen in twee of drie belangrijke landen te hebben, en dat je niets kan oprichten met één kopstuk, terwijl het "bolsjewisme-leninisme" in toenemende mate onbegrijpelijk wordt voor de mensen in het Westen.

Tijdens de invasie van België was hij gestrand in Antwerpen en schreef hij me om een Frans visum voor hem te regelen - maar er was niemand meer aan wie ik dat kon vragen. Ik stel me voor dat hij zijn executie tegemoet trad met zijn gebruikelijke rust, zijn gefronste gezicht als dat van een wijze, nadenkende bulldog.



Boven: Henk Sneevliet
Onder: Victor Serge



maandag 26 november 2012

United en City

"Here, there is a insane love of football, of celebration, of music".  Het toerismebureau in Portland Street  in Manchester verkoopt t-shirts en mokken met spreuken van beroemde (ex-)stadgenoten, waaronder bovenstaande van Manchester United-legende Eric Cantona. Vorige week was ik in Manchester om voor mijn werk deel te nemen aan een conferentie over het Nederlandse fietsbeleid en wat Engeland daarvan kan leren. Op woensdag had ik een vrije dag en had ik de kans me te verdiepen in de beroemde voetbalcultuur van de tweede stad van Engeland.

's Middags nam ik de tram naar station Old Trafford. Langs het cricketstadion liep ik naar The Theatre of Dreams. Na een kilometer kondigde het zich aan door een rij fast-foodkiosken in clubkleuren, waaronder de echte fish and chips van oud-speler Lou Macari. Voor de hoofdingang van het stadion staat een standbeeld  van de drieëenheid Law, Best en Charlton, helden uit mijn jeugd, winnaars van de Europa Cup in 1968. Binnen het stadion verzamelden zich mensen uit de hele wereld bij het café en het museum om een rondleiding te gaan volgen. In het stadion ademt alles, maar dan ook alles voetbal. De lege, rode tribunes zijn imposant. In een speciale gang wordt ruimschoots aandacht besteed aan de vliegramp uit 1958, waarbij acht Busby Babes om het leven kwamen. Het museum bevat niet alleen voor de hand liggende voorwerpen, maar ook prachtige supportersattributen uit het verleden. Aan alles merk je dat je op bezoek bent bij één van de grootste clubs van de wereld. Het enige dat me stoorde was de bijna ziekelijke verering van Alec Ferguson. De hoofdtribune is naar hem vernoemd en twee dagen na mijn bezoek werd er zelfs een standbeeld van hem onthuld. In het bijzijn van 2500 fans trouwens.


's Avonds ondernam ik de wandeling naar het Etihad Stadium van Manchester City voor de Champions League-match tegen Real Madrid. Heerlijk, samen met andere supporters wandelen richting de lichtmasten, een wandeling van een klein half uur vanuit het stadscentrum. Waar United de club is van Greater Manchester en heel Engeland, is City de club van de stad. Het stadion is nieuw en comfortabel, maar ook een beetje steriel, ondanks de mooie wanden met spreuken over de City-geschiedenis die de hele binnenring sieren.

Ik had een zitplaats aan de lange zijde en zag een prachtige wedstrijd, waarin Real in de eerste helft oppermachtig was, maar vergat vaker dan één goal te maken. Na de rust herstelde City zich redelijk, onder aanvoering van de sluwe David Silva en geholpen door de scheidsrechter. Het City-publiek staat niet bekend als het meest luidruchtige van Engeland - onvergelijkbaar met wat we op tv pas zagen bij Celtic-Barcelona - en zong niet echt veel, maar het leefde wel hartstochtelijk mee. Vooral Christiano Ronald, overal buiten Bernabeu uitgefloten maar hier helemaal de gebeten hond als oud-speler van de aartsvijand, moest het ontgelden. Negentig minuten lang werd hij uitgefloten en uitgejouwd ("You "ve alwys been a wanker", "You"re gonna cry in a minute"). Een gezette vrouw van middelbare leeftijd met een rij ontbrekende tanden achter me was de hele wedstrijd met niets anders bezig dan met opstaan en het uitkafferen van Ronaldo. Het was bijzonder om te zien dat Ronaldo zich er helemaal niets van aantrok, bleef lachen en en passant een magnifieke wedstrijd speelde. De explosiviteit van deze speler met de bal is ongeëvenaard, een waar feest om te zien.

Een dag United en City, een bijzondere ervaring.






maandag 5 november 2012

Kloppende clichés over het Duitse voetbal

Zaterdag bezocht ik met mijn zoon de Bundesligawedstrijd Borussia Dortmund-Vfb Stuttgart. Wij hadden een prijs gewonnen bij sportketen Sport2000 en gingen met de bus naar het Westfalenstadion. In dat met 80.000 mensen uitverkochte stadion hadden wij met ongeveer tweehonderd andere prijswinnaars een mooie zitplaats tegenover de beroemde gelbe Wand met fanatieke Borussia-fans.

We zagen een wedstrijd die ondanks een 0-0 uitslag het aanzien meer dan waard was, spannend van de eerste tot en met de laatste minuut, met twee ploegen die vol voor de winst gingen en elk duel vol overtuiging aangingen. Technisch was het niet hoogstaand, maar de hartstocht en de inzet waarmee beide ploegen speelden was werkelijk hartverwarmend en de hoeveelheid loopwerk die ze verrichtten onvoorstelbaar. Kortom, alle clichés over het Duitse voetbal gingen volledig op, maar ik vond het een geweldige match om te zien, van een intensiteit die je in Nederland zelden meemaakt.

Ook mooi om te zien was dat de fans van beide teams door elkaar liepen op weg naar het stadion en dat de ruim zesduizend Stuttgart-fans wel in aparte vakken zaten, maar nauwelijks afgescheiden waren van de thuissupporters. Dat de verhoudingen tussen supporters in Duitsland veel normaler zijn dan in Nederland is het volgende cliché, maar ook dit cliché klopt. Het gaat niet altijd op, want twee weken terug waren er in Dortmund na de wedstrijd tegen aartsvijand Schalke na afloop vechtpartijen uitgebroken en tweehonderd mensen gearresteerd. Dergelijke ongeregeldheden zijn in Duitsland echter een uitzondering. Misschien zouden we in Nederland ook gewoon maar weer eens normaal moeten doen en de meeste wedstrijden afdoen zonder uitgebreide veiligheidsmaatregelen - ik ben ervan overtuigd dat het in de meeste gevallen goed zou gaan. En wanneer het fout gaat zou je strenge maatregelen moeten aankondigen, zoals een paar jaar geen uitpubliek bij de betreffende wedstrijd.

Een derde cliché dat klopt: voor, tijdens en na de wedstrijd wordt er in Duitsland enorm veel bier gedronken. Vierde cliché dat klopt: niemand gooit flessen of bekers op de grond, iedereen ruimt zijn eigen afval op.

Vorig jaar bezocht ik een wedstrijd van Schalke en wat me van beide bezoeken het meeste bijblijft is de enorme populariteit van het voetbal in Duitsland en de grote rol die clubs als Schalke en Dortmund spelen in hun regionale gemeenschappen. Rond hun stadions zie je tienduizenden mensen in clubshirt naar de ingang wandelen, een onvergetelijk gezicht.



maandag 22 oktober 2012

Red de Kuip verdient eerlijke kans

De afgelopen weken heeft het al dan niet bouwen van een nieuw stadion door Feyenoord veel emoties en veel discussie opgeroepen. De actiegroep Red de Kuip heeft inmiddels bijna 16.000 handtekeningen verzameld voor het behoud van de Kuip en onderzoek naar de mogelijkheid van een nieuwe renovatie. Feyenoord en de stadiondirectie proberen met steun van de KNVB dat initiatief als onhaalbaar en amateuristisch weg te zetten, maar de Rotterdamse gemeenteraad wil dat het alternatief serieus wordt onderzocht.

Zelf heb ik lang gedacht dat er geen alternatief was voor een heel nieuw stadion. De Kuip is in 1994 ingrijpend gerenoveerd, dat was een echt huzarenstukje, maar het stadion kent zijn beperkingen. Te veel toeschouwers worden nog steeds nat, pers-, horeca- en toiletvoorzieningen zijn matig, de beenruimte is beperkt, mogelijkheden tot meer commerciële exploitatie zijn beperkt. Ook heb ik lang geloofd dat het beton en het staal van de constructie uit de jaren dertig aan het eind van zijn levenscyclus zou zijn - en dat renovatie daardoor onmogelijk was. Het verhaal van de Feyenoord-leiding dat een nieuw stadion gewoon moet om als club financieel door te kunnen groeien klonk mij geloofwaardig in de oren. En als dat verhaal echt zou kloppen moet er geen ruimte zijn voor vals sentiment: dan moet je een nieuw stadion bouwen en de oude Kuip laten staan en een andere functie geven.

Ik ben van mening veranderd nadat ik alle argumenten las van Red de Kuip.  In tegenstelling tot wat Feyenoord beweert zijn de mensen achter Red de Kuip geen domme amateurs, bekende architecten/architetuurkenners als Adriaan Geuze, Mick Eekhout en Paul Groenendijk maken er deel van uit. Op hun website gaan ze in op alle argumenten tegen renovatie en voor nieuwbouw en komen ze tot de conclusie dat uitbreiding met een derde ring mogelijk is en een serieus onderzoek verdient. Na lezing van deze argumenten heb ik dan ook besloten de petitie te tekenen.

De keiharde aanvallen van de Feyenoord-leiding op Red de Kuip en de weigering om openheid van zaken te geven over de staat van de constructie geven te denken. Waarom dat totale gebrek aan transparantie? Ik heb het idee dat het hier om meer gaat dan alleen om irritatie over een lastige groep die een schijnbaar gelopen koers ter discussie stelt.

De Feyenoord-familie kent een ingewikkelde structuur, je moet bijna Kremlinoloog zijn om alles te doorgronden. Het huidige stadion staat los van de betaald-voetbalorganisatie en kost de club een hoog huurbedrag per jaar. De Feyenoord-amateurs bezitten meer dan de helft van de aandelen van het stadion, dat is zo ontstaan na de splitsing tussen betaald voetbal en amateurs in 1978. De eenwording van de hele Feyenoord-familie zou tot stand zijn gebracht, maar niemand weet op welke voorwaarden. De Vrienden van Feyenoord onder leiding van Blokland hebben de schulden van Feyenoord overgenomen en omgezet in aandelen van de Stichting. Ik krijg de indruk dat BVO, amateurs, Vrienden van Feyenoord en stadiondirectie kiezen voor een nieuw stadion om alle patstellingen die er zijn te doorbreken en een nieuwe organisatorische en financiële verhoudingen te scheppen.

Ik hoop van harte dat de wens van de Rotterdamse gemeenteraad om het renovatieplan verder uit te werken voordat besluitvorming over garantstellingen plaatsvindt nu echt gerealiseerd wordt. Uiteraard moeten daarbij voor een zorgvuldige besluitvorming betrouwbare calculaties voor de kosten zowel renovatie als nieuwbouw op tafel komen.

Ik kom sinds 1966 in de Kuip, ik heb de lof ervan bezongen op andere plekken (Leve Feyenoord Een, Stadion Feijenoord het orgineel, Feyenoord Compleet), het is voor mij de mooiste plek van de wereld. Bovenal is het een wonder van architectuur, het meest sfeervolle voetbalstadion van de wereld. Feyenoord noemt het Emiratesstadion van Arsenal en de Allianz-Arena van Bayern als moderen voorbeelden, nou sorry: wanneer je die stadions ziet dan haalt de vorm van de tribunes het echt niet bij De Kuip.

Wat zou het fantastisch zijn wanneer onze Kuip een derde leven zou kunnen krijgen!

vrijdag 13 juli 2012

Eindlijst tien beste cd's aller tijden

Het afgelopen jaar plaatste ik blogposts over wat ik de tien beste cd's aller tijden vind. Mijn neven Peter en Willem en hun ex-zwager Ad deden ook mee (zij het niet op Blogger). Ik sluit de reeks af door alle veertig titels op een rij te zetten. In volgorde van publicatie, niet van voorkeur. Bij de lijsten van de andere drie geef ik aan of ik de titel zelf ook heb (*), zelf heb aangeschaft naar aanleiding van de serie (**) of heb overwogen voor mijn eigen top tien (***).

Lijst Wim
Marvin Gaye-What's Going On?
Kate & Anna McGarrigle-titelloze eerste album
Various Artists-The Indestructibe Beat of Soweto
PJ Harvey-Let England Shake
Frank Zappa-The Grand Wazoo
Bob Marley and the Wailers-Live at the Lyceum
Herman Brood-Shpritz
Robert Wyatt-Rock Bottom
XTC-English Settlement
Sandy Denny-No More Sad Refrains

Lijst Peter
Doors-LAWoman (*) (***)
Jimi Hendrix-Electric Ladyland (*)
Genesis-Selling England by the Pound (*) (***)
Bob Dylan-Blonde on Blonde
Velvet Underground en Lou Reed-1969 Velvet Underground Live
David Bowie-Station to Station (*)
Talking Heads-Fear of Music (*)
Salif Keita-Mouffou (**)
Bod Dylan-Modern Times
Franco & Le TPOK Jazz-Francophonic vol. 1 (1953-80) en 2 (1980-1989)

Lijst Willem
Ferre Grignard-Ring, Ring, I've Got to Sing
Anthony and the Johnsons-I am a bird now
Joan Baez-Farewell Angelina
Adele-21 (*) (***)
Rod Stewart-The Rod Stewart Double Album
Ali Farka Touré & Toumani Diabaté-In the Heart of the Moon (*) (***)
John Cale-Walking on Locusts
Patti Smith-Horses
Joni Mitchell-For the Roses
Bob Dylan-The Freeweheelin' Bob Dylan

Lijst Ad
Bruce Springsteen-Greetings from Ashbury Park
REM-Monster (*)
Bob Dylan & The Band-Planet Waves
Beatles-Abbey Road
Paul Simon-Rhythm of the Saints (**)
Stevie Wonder-Songs in the Key of Life (*) (***)
Soft Machine-Fourth
Blind Faith-dvd Hyde Park 1969
Bettie Serveert-Palomine
Neil Young-Live at Massey Hall (*) (***)


zaterdag 23 juni 2012

Sandy Denny - No more sad refrains, de allermooiste stem


SANDY DENNY – NO MORE SAD REFRAINS, DE ALLERMOOISTE STEM

Ik begon mijn serie over de tien beste cd’s aller tijden met de mooiste mannelijke stem, die van Marvin Gaye. In sommige andere afleveringen speelde de stem ook een hoofdrol, bijvoorbeeld in die over Kate & Anna McGarrigle en over Robert Wyatt. Bij de andere deelnemers aan de reeks werd de loftrompet gezongen over de stemmen van Dylan (Peter en Willem) en Neil Young (Ad). Ik sluit mijn bijdrage aan de serie af met de allermooiste stem die ik ken, die van de Engelse zangeres Sandy Denny. Een stem die me elke keer weer diep raakt, een stem als van een engel, niet van deze wereld.

Sandy werd geboren in 1947 en stierf veel en veel te jong, in 1978, op 31-jarige leeftijd, na een val van de trap in een depressieve periode.  Sandy belandde als zangeres in het Engelse folkcircuit en kwam via The Strawbs bij Fairport Convention.  Fairport was de vertegenwoordiger bij uitstek van de Engelse folk-rock, het Britse antwoord op Dylan en The Band. Na een tijdje verliet Sandy de groep, richtte Fotheringay op, zong een onvergetelijk duet met Robert Plant in The Battle of Evermore op Led Zeppelin IV, kwam even terug bij Fairport en maakte vier solo-lp’s.  In 1970 en 1971 werd ze gekozen tot beste Britse zangeres, maar tot een grote internationale doorbraak kwam het nooit.

Sandy was niet alleen een zangeres, maar ook een songwriter. Ze kon niet alleen Engelse traditionals geweldig interpreteren, maar schreef zelf werkelijk het ene na het andere prachtige lied.  Het tweede nummer dat ze schreef was Who knows where the time goes?,  vooral bekend in de uitvoering op Unhalfbricking van Fairport Convention uit 1969, met subtiele, grandioze begeleiding op de gitaar door Richard Thompson.  Het geldt als het beste Engelse folknummer aller tijden en sluit af met de practhige regels:

So come the storms of winter
And then the birds in spring again
I have no fear of time.
For who knows how my love grows?
Who knows where the time goes?

In de tekst van deze klassieker zitten veel beelden en thema’s die steeds weer terugkeren in haar werk: het Engelse plattelandslandschap, de zee, afscheid nemen, eenzaamheid, onzekerheid, zoeken naar liefde, melancholie.  De mid-tempoballad is de muzikale vorm die ze koos bij haar poëtische teksten en altijd is er die alt, loepzuiver,  met een prachtige timing, de stem waarmee ze een diepere laag in de liederen aanboorde. Jim Irvin schreef in een groot artikel in het blad Mojo over Sandy’s “remarkable ability to creat songs which felt simultaneously ancient and modern, and to sing them in a voice that made the simplest lyrics profound”.

Ik leerde Fairport en Sandy kennen op de middelbare school. Ik denk via Ger Tempel, die me ook met Zappa, Jethro Tull en Emerson, Lake and Palmer in contact bracht. Sinds die tijd zijn Fairport en Sandy altijd bij me gebleven.  Onder andere via Christine Otten, die ik eind jaren zeventig ontmoette, later schrijfster werd en in haar boek Blauw Metaal over Sandy schrijft.

Het valt niet mee om een favoriete cd van Sandy aan te wijzen. Het makkelijkst zou het zijn om in 2011 verschenen19-delige uitgave van het complete werk op te voeren, inclusief prachtige demo’s  (Stranger to Himself, One More Chance) en alternatieve takes.  De liefhebbers kunnen die box vinden op Spotify. De afzonderlijke albums komen allemaal net niet in aanmerking.  De eerste Fairport-cd’s bevatten naast Who knows where the time goes? prachtsongs als A Sailor”s Life en Fotheringay. Het Fairport-album Liege and Lief is ongetwijfeld het absolute hoogtepunt van de Engelse folk-rock en bevat Sandy-hoogtepunten als Matty Groves, Farewell, Farewell en Crazy Man Michael.  In haar latere jaren ontwikkelde Sandy zich echter muzikaal verder en werd het repertoire brede dan folk-rock. Voor het album met de band Fotheringay geldt iets soortgelijks als voor Liege and Lief: het telt helaas mindere nummers naast absolute klassiekers als The Pond and The Stream. Late November, The Sea en The Banks of the Nile. Op Fairports Rising for the Moon schittert Sandy op het titelnummer, op Stranger to himself en vooral op het anti-oorlogsepos One More Chance (met uithalen die door merg en been gaan).

De vier solo-cd’s van Sandy (The North Star Grass Man and the Ravens, Sandy, Like an Old Fashioned Waltz en Rendezvous) zijn een zoektocht naar een ander, breder muzikaal idioom.  Ook deze albums bevatten hoogtepunten (Next Time Around, John the Gun, The North Star Grass Man and The Ravens, It “ll Take A Long Time, Dylans Tomorrow is a Long Time, Listen, Listen, The Lady, Bushes and Briars, Solo, No End, I wish I was a fool for you, Take Me Away, One Way Donkey Ride, I’m a Dreamer, All our Days, No More Sad Refrains) naast minder geslaagde nummers, de productie is vooral op de twee laatste cd’s overdone, compleet met strijkarrangementen.

Ik heb getwijfeld over de in 1998 postuum verschenen live-cd, met het laatste optreden van haar laatste toer, Gold Dust. Haar stem is hier door leeftijd, sigaretten en drank niet meer zo hoog en zuiver als voorheen, maar wat ze inlevert wordt goedgemaakt door een doorleefde interpretatie en extra mooie timing. Het is verleidelijk in deze ontroerende live-cd met de mooiste nummers van haar soloplaten Sandy’s kroniek van een aangekondigde dood te zien.

Uiteindelijk kies ik voor de chronologisch geordende dubbel-verzamelaar No More Sad Refrains, waarop ongeveer alle nummers die ik in dit stuk genoemd heb in volle glorie te besluisteren zijn. En afsluit met het magistrale titelnummer:

Here comes the morning how it pleases
It always brings me something new
Its golden light will wash away the dust of yesterday
If I try it may let me forget you

And when these winter days are over
I mean to set myself upon my feet
I see me as something that I have never been
And I'll pick up the pieces that will make the girl complete

I'll be smiling all the time at everybody
My friends will tell me I'm just not the same
I won't linger over any tragedies that were
And I won't be singing any more sad refrains