woensdag 29 maart 2017

Twee mooie groundhops: Watford-Southampton en Fulham-Leeds United

VICARAGE ROAD EN CRAVEN COTTAGE

Een lang weekend Londen, dat betekent natuurlijk wedstrijden bezoeken. Het bleek in het eerste weekend van maart niet mogelijk om aan kaarten te komen voor Spurs tegen Everton en West Ham tegen Chelsea, maar het lukte wel voor Watford-Southampton (zaterdagmiddag) en voor Fulham-Leeds United (dinsdagavond). In beide gevallen waren de kaarten gewoon te koop op de clubwebsites, voor Watford moest ik er wel meteen bij zijn toen de algemene verkoop begon. Watford en Fulham worden in het boek Matchday van Paul Baaijens beide nogal negatief gewaardeerd qua fanatisme van de supporters, maar wij (mijn zoon David, vriendin Monique en ik) namen ons voor zelf tot een onbevangen oordeel te komen.

Zaterdag vertrokken we rond het middaguur richting Vicarage Road in Watford, de voorstad die nog net bereikbaar is met het Londense openbaar-vervoernetwerk. In de trein en in de Overground zagen we zowel Watford-supporters in het geel als rood-wit gestreepte Southamptonfans. Van Watford High Street liepen we naar Vicarage Road, een wandeling van een kwartiertje. De eet- en drinkgelegenheden langs de route zaten allemaal vol met fans van beide clubs. Aangekomen bij het stadion aten we een burger, kochten we het Matchday Program van een verkoper met een geestelijke beperking en bezochten we de fanshop aan de Elton John stand. Vervolgens liepen we tegenover het stadion de pub The Red Lion binnen, alleen toegankelijk voor thuissupporters. Daar waren honderden supporters aan het indrinken en werd er naar Man United-Bournemouth gekeken. Toen Ibrahimovic een penalty miste ging er een luid gejuich op, want Man United is nu eenmaal gehaat bij de fans van alle andere clubs. Ondertussen maakten we onder het genot van een pint kennis met enkele heel gastvrije supporters en ontmoetten we ook een gast uit de Verenigde Staten.








Een half uurtje voor de kick-off vertrokken we naar de Rookery Stand, het domein achter de goal van de Watford-fans. Het stadion, dat plaats biedt aan zo’n 20.000 toeschouwers, was met zijn vier rechte zijden weinig opvallend en dat gold ook voor het Watford-publiek, dat inderdaad tamelijk braaf bleek. In het hele stadion werd meegeleefd gedurende de wedstrijd, maar er werd weinig gezongen en gescandeerd. De meest fanatieke supporters stonden met vlaggen in de andere hoek van de Rookery Stand. Hun liedjes waren helemaal niet origineel (het obligate lalalalalalala, Watford fc was favoriet). Het zegt genoeg dat het scanderen van Watford door de mascotte met een trommel moest worden ingezet. Het volle uitvak was vocaal heel wat sterker en de spelers van Southampton waren overigens ook veel beter dan die van Watford. De thuisploeg kwam al na enkele minuten voor, maar Southampton won uiteindelijk verdiend met 3-4. Tegenover het redelijk traditionele kick and rush van Watford stelde Southampton mooi combinatievoetbal onder leiding van uitblinker Dusan Tadic. Ook keeper Gomes van Watford (ex-PSV) kon de nederlaag niet voorkomen en ging na een serie uitstekende reddingen bij de derde goal in de fout.  Voor ons Feyenoorders was het jammer dat Jordy Clasie maar een paar minuten mocht invallen. Ook Virgil van Dijk en Cuco Martina deden niet mee, terwijl Watforder Steven Berghuis dit seizoen zoals bekend is uitgeleend aan Feyenoord. Het tempo dat beide ploegen gedurende negentig minuten vol wisten te houden was overigens veel en veel hoger dan dat in onze Eredivisie, waardoor we een heel boeiende wedstrijd zagen. Een van de Duitse supporters voor ons kreeg daar niet veel van mee, want die was zijn roes aan het uitslapen.

Dinsdag gingen we met de metro naar station Putney Bridge, om de bekende prachtige wandeling door het park via Stevenage Road naar het legendarische Craven Cottage aan te vangen. Meteen uit de metro kwamen we in een stoet wedstrijdbezoekers terecht, waaronder opmerkelijk veel uit Leeds. Fulham-Leeds was een belangrijke wedstrijd in het Championship, omdat beide ploegen in de race zijn voor een play-offplek voor promotie naar de Premier League. Uiteindelijk waren er op deze doordeweekse avond ruim 22.000 mensen op de match afgekomen, waaronder maar liefst 7000 uitsupporters.






Ik was met zijn zoon al eens eerder naar Fulham geweest, een wedstrijd tegen Swansea eind 2012; toen vond ik de sfeer inderdaad maar matig. Nu was de stemming echt geweldig, ondanks de stupide programmaklappertjes van Fulham. Het niveau van de wedstrijd was minder dan dat bij Watford-Southampton, maar beide ploegen knokten voor elke meter. Beide supportersschare zongen de hele wedstrijd tegen elkaar op. Wij zaten (beter gezegd stonden) tussen de meest fanatieke Fulham-supporters op Hammersmith End. Zij bleken veel originele liederen te hebben, zoals een versie van John Denvers Country Roads, met financier Al Fayed in de hoofdrol (“Take me home, Al Fayed, to the place where I belong, Craven Cottage, by the river, take me home, Al Fayed”) en een hartstochtelijk meegezongen “You’re just too good to be true, can’t take my eyes off you” van Fulham-fan Frankie Valli. Tegenover Leeds zong Fulham “We pay your benefits”, de Leeds-fans zongen op de wijs van Three LionsWe”re going up, we” re going up, Leeds are going up”. Lang leek het er na een dom eigen doelpunt van Fulham in de beginfase op dat Leeds ging winnen, maar in de vijfde minuut van de blessuretijd scoorde Tom Crawley toch nog de verdiende en prachtige gelijkmaker, waarna Craven Cottage echt explodeerde. We verlieten het stadion terwijl iedereen bij het verlaten van het stadion “Can’t take my eyes off you" aan het zingen was, om op de wandeling terug te ontdekken dat beide supportersgroepen een gloeiende hekel aan Chelsea hebben.


Kortom, twee memorabele groundhops!

vrijdag 19 augustus 2016

FEYENOORD, DE GROOTSTE: EEN BOEK DAT NIET PAST BIJ ONZE CLUB

Op 8 september aanstaande wordt er weer een nieuw hoofdstuk geschreven in de roemruchte Feyenoord-geschiedenis. Dan verschijnt het reusachtige boek Feyenoord, de grootste, het XXL-boek. Het boek is een uitgave van uitgeverij Kick en komt tot stand in nauwe samenwerking met een aantal bekende Feyenoord-supporters. Het boek gaat –schrik niet - 33 kilo wegen, telt 800 pagina’s en 1000 foto’s, verschijnt in een eenmalige gelimiteerde oplage van 1908 exemplaren en gaat 999 euro kosten.

Ik twijfel er geen seconde aan dat het een prachtig boek wordt, een schitterende aanvulling op de toch al zo rijke verzameling Feyenoord-boeken. En toch overheerst bij mij het gevoel dat dit initiatief niet past bij de volksclub die Feyenoord is.
Mijn bedenkingen komen voort uit de gemaakte keuze voor een supergroot formaat, een beperkte oplage en de absurde prijs die het gevolg is van die dure uitvoering en beperkte oplage.

Het is een enorme misvatting om te denken dat je het mooiste boek maakt door het maar zo groot en zwaar mogelijk te maken. Een boek is om vast te houden en te lezen en dat kan niet met een boek van 33 kilo. Het bezwaar tegen zo’n uitvoering had ik ook al bij de stoeptegels over Moulijn en Van Hanegem en die over 100 jaar Feyenoord. Niet te tillen, niet prettig om te lezen en ook de foto’s worden niet beter door ze op te blazen. De boeken die verschenen met het werk van Piet Bouts en bij de zeventigste verjaardag van De Kromme zijn wat dat betreft veel prettiger.
De gekozen megalomane uitvoering betekent dat het boek hoge productiekosten heeft. Dat heeft weer als gevolg dat de verkoopprijs hoog is. Maar die prijs wordt nog veel hoger door te kiezen voor een eenmalige beperkte opgave. De uitgever moet de kosten er dan immers uithalen met die ene kleine oplage. Dat leidt dan in dit geval tot een prijs van 999 euro, een bedrag dat ik als boekenwurm nog nooit heb betaald voor een boek en nooit zal betalen, een prijs die bijna gelijk is aan vier seizoenkaarten.
Het logische gevolg is dat het XXL-boek slechts is weggelegd voor een elite van 1908 mensen die er 999 euro voor wil en kan uitgeven. Supporters die het boek graag zouden willen hebben maar er geen 999 euro voor kunnen of willen betalen hebben het nakijken. Ik vind het al met al een elitaire benadering die niet past bij de clubcultuur van Feyenoord. Ik vermoed ook dat de supporters die juichen over dit initiatief het afgebrand zouden hebben wanneer het zou zijn uitgegaan van de clubleiding.


Ik gun de mensen die het boek kopen hun aanwinst van harte en hoop dat ze ervan genieten. Maar het zou de uitgever sieren wanneer er in een latere fase alsnog een eenvoudiger en goedkopere editie in een hogere oplage komt, net zoals andere boeken eerst gebonden verschijnen en later in een goedkopere paperback of pocket.

maandag 15 december 2014

Het is weer lijstjestijd - De beste boeken en cd's van het afgelopen jaar

Het is weer bijna oud en nieuw en dat betekent dat overal weer de lijstjes met het beste uit het afgelopen jaar verschijnen. Sommigen hebben daar een bloedhekel aan, dat mag, ik vind het altijd leuk. Daarom hieronder de beste romans en non-fictieboeken die ik las en de beste nieuwe cd's die ik ontdekte.

De beste romans
1) Stefan Hertmans - Oorlog en terpentijn. In de laatste dagen van 2013 gelezen, dit jaar terecht bekroond met de Libris-Literatuurprijs. Wat mij betreft een van de mooiste boeken ooit in het Nederlands geschreven. Niet alleen over de Eerste Wereldoorlog, zijn opa en zijn relatie met hem, maar ook over het primtieve kapitalisme in Gent rond 1900.

2) Ian McEwan - The Children Act. Weer een meesterwerk, de subtiele psychologische romans van McEwan zijn spannender dan de meeste thrillers.

3) Uwe Timm- Macht van begeerte. Prachtige overspelroman, mooi tijdsbeeld, onvergetelijke ontknoping.

4) Hans Fallada - Alleen in Berlijn. Terecht herontdekt, brengt het totalitaire leven in nazi-Duitsland heel dichtbij: mission ompossible voor de familie Quangel met de handgeschreven verzetsbriefjes.

5) Haruki Murakami - De kleurloze Tsukuru Tazaki en zijn pelgrimsjaren. Niet de allerbeste Murakami, maar wel een echte Murakami en dus verslavend.

De beste non-fictie
1) Jonathan Holslag - De kracht van het paradijs. Tour de force over de plaats van Europa in de wereld, de bedreigingen en de kansen. Een urgent boek dat tot nadenken aanzet en perspectief op handelen biedt.

2) Abram de Swaan - Compartimenten van vernietiging. Over genocidale regimes en hun daders. Wat een wijsheid, een boek dat iedereen die geïnteresseerd is in politiek en geschiedenis gelezen moet hebben.

3) Pieter Steinz - Made in Europa. De kunst die ons continent bindt. Puur intellectueel genot, speelse eruditie, steeds weer verrassende dwarsverbanden.

4) Kris Peeters - Weg van mobiliteit. Zet het dominante denken over mobiliteit volledig op zijn kop, keuze voor nabijheid, MobiliTijd, gelukkige vervoerswijzen en nog veel meer.

5) Sjoerd Moussou, Hard Gras 95. Het gras van Londen. Ode aan de Londense voetbalcltuur, rondgang langs alle clubs.

De beste cd's

1) Typhoon - Loba di Basi. Een Zwolse rapper op nummer 1? Je gelooft het niet, maar het is een muzikaal en tekstueel meesterwerk, innemend van begin tot eind.

2) Ibrahim Maalouf- Illusions. De Libanees-Franse trompettist knalt eruit, prachtig vraag-en-antwoordspel met koor van drie trompettisten, mooie harde, funky sound, een muzikale film met een verhaal.

3) Kasse Mady Diabaté, Kiriké. Weer een meesterwerk uit Mali, wat een fantastische zanger, deze telg uit een griotgeslacht.

4) Toumani Diabaté and Sidik Diabaté, Toumani and Sidiki. Vader en zoon op de kora, bedwelmend mooi.

5) Frank Zappa, Roxy by Proxy. Lang verwacht, uit de reeks concerten waaruit Roxy & Elsewehere werd opgenomen, misschien worden de hemelhoge verwachtingen van sommige Zappa-freaks niet waargemaakt, maar desondanks: steengoed. Deze Zappa line-up is nu eenmaal de beste band die er ooit was.




vrijdag 7 maart 2014

Een vermoeiend seizoen

Hoop, groot geluk en diepe teleurstelling zijn de kern van het bestaan van de Feyenoord-supporter, maar de emotionele rollercoaster die we dit seizoen meemaken is extreem. Toen het seizoen begin hadden we na twee succesvolle seizoenen goede hoop op een serieuze gooi naar het kampioenschap - de ploeg was immers bij elkaar gebleven en kon allen maar beter worden.
Na drie wedstrijden stonden we echter met nul punten onderaan en in de Uefa-cup werden we uitgeschakeld door Ruben Krasnodar - een ploeg waar nog nooit iemand van had gehoord. Daarna volgde herstel, onder meer met fraaie overwinningen op Vitesse, PSV en Heerenveen en een prima thuiswedstrijd tegen AZ. Een opleving die werd onderbroken door zeperds als de volstrekt onnodige gelijke spelen tegen NEC en Go Agead Eagkes en de thuisnederlaag tegen Heracles.
In de winterstop leken er nog steeds perspectieven op de titel te zijn. In de eerste wedstrijd tegen Utrecht uit declasseerde Feyenoord de tegenstander, in een wedstrijd die ook in 0-8 had kunnen eindigen. Daarna volgde een ontluisterende uitnederlaag tegen ADO Den Haag en werd een voorsprong tegen Vitesse weggegeven. Na overwinningen tegen Roda en NEC was er toch weer hoop, maar die verdween na de gelijke spelen tegen NAC en Twente - vooral door onvoorstelbare arbitrale blunders en de onnodige thuisnederlaag tegen Ajax.
Inmiddels had Koeman besloten zijn contract niet te verlengen, was Pelle na de eerdere rode kaart tegen Heracles en een woedende reactie na Vitesse thuis tegen Twente en Ajax uit zijn dak gegaan - en vervolgens geschorst en aanvoerder af.
Zoals zoveel supporters ben ik er bekaf van, verwacht ik weinig van de rest van het seizoen en houd ik mijn hart vast voor het volgene seizoen. Wat ging er mis? Koeman is er onvoldoende in geslaagd het team een stap vooruit te laten zetten. Deze ploeg mist voetbalintelligentie en een echte topvoetbalmentaliteit. Pelle is de enige echte winnaar - een Italiaanse prof die niet kan uitstaan dat zijn goals teniet worden gedaan door slap verdedigen. De rest van de ploeg komt kwaliteit tekort - zoals keeper Mulder, de slechtste en angstigste die Feyenoord ooit heeft gehad - , en bestaat uit ideale schoonzonen als De Vrij, verwaande jonge kwasten, een rechtsbuiten die geen bal raakt, een nummer tien die technisch die tekort komt voor de top. De spelers op de bank komen kwaliteit tekort, met Verhoek, Armenteros en Bakkal als triest dieptepunt. Clasie, Boëtius en Kongolo hebben wel de potentie om de echte top te halen, ook mentaal, maar zijn nog te jong om een elftal op sleeptouw te nemen.
Dat de kloof tussen Pelle en de rest te groot was bleek al aan het einde van het vorige seizoen, vooral in de wedstijd tegen ADO uit, toen Feyenoord plaatsing voor de voorronde van de Champions League uit lamlendigheid verspeelde en Pelle uit frustratie al een strafschop miste. Aan het begin van het seizoen zag je al meer irritatie binnen de ploeg over de Italiaanse vurige gebaren van Pelle in het veld. De zet van Koeman om Pelle gedurende het seizoen aanvoerder te maken heeft averechts gewerkt - Pelle ging zich geforceerd nog meer als leider gedragen en de rest ergerde zich eraan, met de uitbarstingen van de laatste weken als trieste apotheose.
In de media is de laatste weken een ware Pelle-bashing aan de gang, geheel volgens de Nederlandse traditie van het afzagen van elke kop die boven het maaiveld uitkomt. Hoe slecht zijn uitbarstingen van de laatste weken ook waren, Koeman en Van Hanegem hebben terecht gewezen op zijn kwaliteit en winnaarsmentaliteit. Pelle zag wel weg gaan na dit seizoen, maar wij zullen hem nooit vergeten. En kunnen alleen maar hopen dat het eind van dit seizoen en het volgende seizoen mee zullen vallen.



donderdag 10 oktober 2013

Victor Serge over Henk Sneevliet

Henk Sneevliet was een internationaal bekende revolutionair-socialist, die in 1942 met zijn kameraden van het Marx-Lenin-Luxemburg-Front werd doodgeschoten door de Duitse nazi's. Over Sneevliet en zijn verzetsgroep tijdens de bezetting schreef ik in 1982 mijn doctoraalscriptie Tegen fascisme, kapitalisme en oorlog, het Marx-Lenin-Luxemburg Front juli 1940-april 1942.

Het Britse blad New Left Review publiceerde onlangs (NLR 82, second series, July-August 2013, pp. 31-62) een nieuw getuigenis over het nieuws van de executie van Sneevliet, van de hand van geestverwant Victor Serge, revolutionair en schrijver van een aantal schitterende boeken over de Russische Revolutie en de opkomst van het stalinisme. Tijdens de Tweede Wereldoorlog leefde hij in Mexico en in 2010 werden nieuwe aantekeningen van hem uit zijn Mexicaanse ballingschap gevonden. Hieronder volgt een vertaling van mijn hand van de passage over Sneevliet. In de ontroerende tekst staan enkele onnauwkeurigheden, die ik niet heb gecorrigeerd. 

17 mei 1942: Henk Sneevliet. Ik open een Amerikaanse krant en lees dat Henk Sneevliet en acht van zijn kameraden van de  Nederlandse Revolutionair Socialistische Partij op 15 april ter dood zijn veroordeeld door een Duits militair tribunaal en geëxecuteerd. Onze Spaanse vrienden, gewend aan nieuws van dit soort, ontvangen het met weinig emotie; ze lijken zich niet te realiseren dat we een van de beste en meest betrouwbare mensen verloren hebben. Hij moet nauwelijks ouder zijn geweest dan ik, vijfenvijftig misschien. We ontmoetten elkaar in 1921, tijdens het Derde Congres van de Komintern, zonder elkaar te kennen; ik vertelde hem in Amsterdam dat ik in Moskou kort een zekere Maring, afgevaardigde van de Nederlands Oost-Indische revolutionaire partij, had gezien - "Maar dat was ik". Tijdens de oorlog was hij gedeporteerd naar Nederlands Oost-Indië, waar hij zich had gewijd aan het oprichten van een lokale partij (de Sarekat Islam?) en een man van het volk werd, één met de inwoners en het land. Hij sprak met liefde over hen. "De vrouwen, zo mooi, zo puur van vorm, zo'n fijne intelligentie! En hun lijf zo verrukkelijk!" In het museum in Den Haag stopten we voor de Maleisische gouden voorwerpen die meegekomen waren met een koninklijke schat en zijn gezicht werd ziedend van woede: "Kijk nou eens, allemaal geroofd door onze bandieten!." Hij vertelde ons over de inname van een paleis, het bloedbad. Dat was in 1936, sommige van zijn jeugdkameraden zaten nog altijd doodstraffen uit op een gevangeniseiland; hij was ze niet vergeten, deed zijn best om ze te schrijven en voerde campagne en protesteerde namens hen.

Telkens wanneer hij me in Parijs bezocht in Pré-Saint-Gervais nam hij een eerbetoon van onze Amsterdamse vrienden mee, een halve kaas, een dozijn sigaren. Boulevard Montparnasse, 's avonds, ik zie hem plotseling tevoorschijn komen uit de stroom voorbijgangers: lange overjas, een kleine zachte hoed van donkergroene stof over zijn verouderende gezicht getrokken, gerimpelde gelaatstrekken, met een uitdrukking van koppigheid en krachtige, droevige intensiteit; een bril met een gouden montuur. Hij zag de oorlog duidelijk aankomen, met de onvermijdelijke verplettering van Holland; hij sprak ook over de toenemende fascistische sympathieën van de Nederlandse bourgeoisie. "Het socialisme zal pas na de oorlog een toekomst hebben..." Net als ik hield hij van en bewonderde hij Leon Trotsky, maar onze gevoelens waren gemengd met irritatie, een groeiende muiterij tegen zijn autoritaire manieren. "Zonder iets te begrijpen van onze situatie, wil de Oude Man ons dictaten opleggen. Hij moedigt drie of vier blinde fanatiekelingen uit Rotterdam die theorieën op een typemachine rammen aan om de partij te scheuren; het is pathetisch en dom..." We waren het erover eens dat je geen nieuwe Internationale kan stichten zonder eerst twee of drie echte partijen of groepen in twee of drie belangrijke landen te hebben, en dat je niets kan oprichten met één kopstuk, terwijl het "bolsjewisme-leninisme" in toenemende mate onbegrijpelijk wordt voor de mensen in het Westen.

Tijdens de invasie van België was hij gestrand in Antwerpen en schreef hij me om een Frans visum voor hem te regelen - maar er was niemand meer aan wie ik dat kon vragen. Ik stel me voor dat hij zijn executie tegemoet trad met zijn gebruikelijke rust, zijn gefronste gezicht als dat van een wijze, nadenkende bulldog.



Boven: Henk Sneevliet
Onder: Victor Serge



maandag 26 november 2012

United en City

"Here, there is a insane love of football, of celebration, of music".  Het toerismebureau in Portland Street  in Manchester verkoopt t-shirts en mokken met spreuken van beroemde (ex-)stadgenoten, waaronder bovenstaande van Manchester United-legende Eric Cantona. Vorige week was ik in Manchester om voor mijn werk deel te nemen aan een conferentie over het Nederlandse fietsbeleid en wat Engeland daarvan kan leren. Op woensdag had ik een vrije dag en had ik de kans me te verdiepen in de beroemde voetbalcultuur van de tweede stad van Engeland.

's Middags nam ik de tram naar station Old Trafford. Langs het cricketstadion liep ik naar The Theatre of Dreams. Na een kilometer kondigde het zich aan door een rij fast-foodkiosken in clubkleuren, waaronder de echte fish and chips van oud-speler Lou Macari. Voor de hoofdingang van het stadion staat een standbeeld  van de drieëenheid Law, Best en Charlton, helden uit mijn jeugd, winnaars van de Europa Cup in 1968. Binnen het stadion verzamelden zich mensen uit de hele wereld bij het café en het museum om een rondleiding te gaan volgen. In het stadion ademt alles, maar dan ook alles voetbal. De lege, rode tribunes zijn imposant. In een speciale gang wordt ruimschoots aandacht besteed aan de vliegramp uit 1958, waarbij acht Busby Babes om het leven kwamen. Het museum bevat niet alleen voor de hand liggende voorwerpen, maar ook prachtige supportersattributen uit het verleden. Aan alles merk je dat je op bezoek bent bij één van de grootste clubs van de wereld. Het enige dat me stoorde was de bijna ziekelijke verering van Alec Ferguson. De hoofdtribune is naar hem vernoemd en twee dagen na mijn bezoek werd er zelfs een standbeeld van hem onthuld. In het bijzijn van 2500 fans trouwens.


's Avonds ondernam ik de wandeling naar het Etihad Stadium van Manchester City voor de Champions League-match tegen Real Madrid. Heerlijk, samen met andere supporters wandelen richting de lichtmasten, een wandeling van een klein half uur vanuit het stadscentrum. Waar United de club is van Greater Manchester en heel Engeland, is City de club van de stad. Het stadion is nieuw en comfortabel, maar ook een beetje steriel, ondanks de mooie wanden met spreuken over de City-geschiedenis die de hele binnenring sieren.

Ik had een zitplaats aan de lange zijde en zag een prachtige wedstrijd, waarin Real in de eerste helft oppermachtig was, maar vergat vaker dan één goal te maken. Na de rust herstelde City zich redelijk, onder aanvoering van de sluwe David Silva en geholpen door de scheidsrechter. Het City-publiek staat niet bekend als het meest luidruchtige van Engeland - onvergelijkbaar met wat we op tv pas zagen bij Celtic-Barcelona - en zong niet echt veel, maar het leefde wel hartstochtelijk mee. Vooral Christiano Ronald, overal buiten Bernabeu uitgefloten maar hier helemaal de gebeten hond als oud-speler van de aartsvijand, moest het ontgelden. Negentig minuten lang werd hij uitgefloten en uitgejouwd ("You "ve alwys been a wanker", "You"re gonna cry in a minute"). Een gezette vrouw van middelbare leeftijd met een rij ontbrekende tanden achter me was de hele wedstrijd met niets anders bezig dan met opstaan en het uitkafferen van Ronaldo. Het was bijzonder om te zien dat Ronaldo zich er helemaal niets van aantrok, bleef lachen en en passant een magnifieke wedstrijd speelde. De explosiviteit van deze speler met de bal is ongeëvenaard, een waar feest om te zien.

Een dag United en City, een bijzondere ervaring.






maandag 5 november 2012

Kloppende clichés over het Duitse voetbal

Zaterdag bezocht ik met mijn zoon de Bundesligawedstrijd Borussia Dortmund-Vfb Stuttgart. Wij hadden een prijs gewonnen bij sportketen Sport2000 en gingen met de bus naar het Westfalenstadion. In dat met 80.000 mensen uitverkochte stadion hadden wij met ongeveer tweehonderd andere prijswinnaars een mooie zitplaats tegenover de beroemde gelbe Wand met fanatieke Borussia-fans.

We zagen een wedstrijd die ondanks een 0-0 uitslag het aanzien meer dan waard was, spannend van de eerste tot en met de laatste minuut, met twee ploegen die vol voor de winst gingen en elk duel vol overtuiging aangingen. Technisch was het niet hoogstaand, maar de hartstocht en de inzet waarmee beide ploegen speelden was werkelijk hartverwarmend en de hoeveelheid loopwerk die ze verrichtten onvoorstelbaar. Kortom, alle clichés over het Duitse voetbal gingen volledig op, maar ik vond het een geweldige match om te zien, van een intensiteit die je in Nederland zelden meemaakt.

Ook mooi om te zien was dat de fans van beide teams door elkaar liepen op weg naar het stadion en dat de ruim zesduizend Stuttgart-fans wel in aparte vakken zaten, maar nauwelijks afgescheiden waren van de thuissupporters. Dat de verhoudingen tussen supporters in Duitsland veel normaler zijn dan in Nederland is het volgende cliché, maar ook dit cliché klopt. Het gaat niet altijd op, want twee weken terug waren er in Dortmund na de wedstrijd tegen aartsvijand Schalke na afloop vechtpartijen uitgebroken en tweehonderd mensen gearresteerd. Dergelijke ongeregeldheden zijn in Duitsland echter een uitzondering. Misschien zouden we in Nederland ook gewoon maar weer eens normaal moeten doen en de meeste wedstrijden afdoen zonder uitgebreide veiligheidsmaatregelen - ik ben ervan overtuigd dat het in de meeste gevallen goed zou gaan. En wanneer het fout gaat zou je strenge maatregelen moeten aankondigen, zoals een paar jaar geen uitpubliek bij de betreffende wedstrijd.

Een derde cliché dat klopt: voor, tijdens en na de wedstrijd wordt er in Duitsland enorm veel bier gedronken. Vierde cliché dat klopt: niemand gooit flessen of bekers op de grond, iedereen ruimt zijn eigen afval op.

Vorig jaar bezocht ik een wedstrijd van Schalke en wat me van beide bezoeken het meeste bijblijft is de enorme populariteit van het voetbal in Duitsland en de grote rol die clubs als Schalke en Dortmund spelen in hun regionale gemeenschappen. Rond hun stadions zie je tienduizenden mensen in clubshirt naar de ingang wandelen, een onvergetelijk gezicht.