zondag 27 maart 2022

Het overlijden van Alain Krivine en van de geest van 68. Een halve eeuw politieke herinneringen, aflevering 11

 Op 12 maart overleed op 80-jarige leeftijd Alain Krivine, een van de hoofdrolspelers van Mei ’68 in Parijs en de bekendste trotskistische leider in Frankrijk. Een overlijden dat in Frankrijk veel aandacht kreeg, onder meer van de voormalige Eurocommissaris Pierre Moscovici en La France Insoumise-leider Jean-Luc Mélenchon,  beiden ooit politieke geestverwanten. Le Monde wijdde een groot artikel aan de overleden revolutionair die er tot het eind van zijn leven van overtuigd bleef dat revolutie mogelijk was en er “meer redenen dan ooit waren om in opstand te komen”. In Nederland kreeg het nieuws in de dagbladen daarentegen geen aandacht.



Ik zag Krivine optreden als leider van zijn Ligue Communiste Révolutionnaire in 1981, tijdens zijn campagne tegen Giscard d’Estaing. Bij Porte du Pantin in Parijs was er een grote manifestatie op een festivalterrein. Er waren veel muzikale optredens, waaronder van de linkse chansonnière Fransesca Solleville, zangeres van het prachtige Le Temps de Vivre. Het affiche voor het evenement was gebaseerd op het Russische suprematisme van na de revolutie, het heeft jarenlang op mijn Utrechtse kamer gehangen.


Wij bezochten die bijeenkomst met een groepje makkers uit Utrecht en Eindhoven, met de ruimte van Toneelgroep Proloog als uitvalsbasis. Op de achterkant van ons busje het affiche dat wij als IKB gebruikten in de Tweede-Kamerverkiezingen van dat jaar, Eenheid in de strijd tegen de crisispolitiek.




Onze Franse kameraden hadden een gehoor waarvan wij in Nederland slechts konden dromen. Tijdens de toespraak van Krivine zaten er duizenden mensen in de circustent, die aan het eind uit volle borst Vive la Quatrième Internationale, Vive la Quatriéme Internationale scandeerden en uiteraard De Internationale zongen: “Debout les damnés de la terre, debout les forçats de la faim”.”C’est la lutte finale, groupons-nous et demain, l’Internationale sera le genre humain”.


Krivine kwam uit een communistisch hogere-middenklassemilieu van uit Oekraïne afkomstige joden, werd op zijn zeventiende lid van de communistische jeugdorganisatie en werd door de Algerijnse onafhankelijkheidsstrijd aangetrokken door de stroming van de door Stalin vermoorde Russische revolutionair Leo Trotski. Ook twee broers van hem (Jean-Michel en Hubert) gingen dezelfde weg. De Jeunesse Communistes Révolutionnaire van Krivine gingen samen met de oude generatie trotskisten in de PCI en gingen gezamenlijk verder als Ligue Communiste, later LCR en tegenwoordig Nouveau Parti Anticapitaliste. Ze speelde een belangrijke rol tijdens de gebeurtenissen in Mei’68, in de beweging tijdens de Vietnam-oorlog en in ontelbaar veel latere acties. Als presidentskandidaat haalde hij in 1969 maar 1% van de stemmen, in 1999 werd hij wel gekozen in het Europees Parlement. Hij bleef tot zijn laatste snik actief binnen de NPA en de Vierde Internationale.

Krivine in gesprek met veteraan Pierre Frank tijdens de manifestatie in 1981

De LCR was voor ons in de jaren zeventig en begin jaren tachtig een groot voorbeeld. De partij had duizenden leden en sympathisanten (zij het dat de partij in 1981 een stuk kleiner was geworden dan in 1977) en presteerde het om enkele jaren lang een uitstekend dagblad uit te brengen, een echt huzarenstukje. Op vakantie in Frankrijk kon je het dagblad Rouge in elke kiosk kopen. In Parijs had de organisatie een volwaardige boekhandel, La Brèche in de Impasse Guemenee. In het theoretisch blad Critique Communiste schreven mensen als de surrealisme-kenner Michel Lequenne (vorig jaar overleden op 100-jarige leeftijd). Boven alles symboliseerde de LCR het revolutionaire Franse pathos. De jongeren waren sterk beïnvloed door Che Guevara en de guerillastrijd in Latijns-Amerika, aanleiding tot felle debatten met orthodoxere trotskisten als Gérard Filoche in de eigen organisatie en Pierre Lambert in de concurrerende OCI.

De JCR LC/LCR had naast Krivine nog twee andere spraakmakende leiders, naast een hele serie interessante leden en denkers: Daniel Bensaïd en Henri Weber. Beide soixante-huitards leven ook niet meer. Bensaïd kreeg Aids en schreef tijdens zijn ziekte vele boeken, waaronder zeer diepgaande en interessante memoires, Une lente impatience. Hij bleef tot aan zijn dood een van de Franse en internationale leiders. Bensaïd was een echte intellectueel, die in het verrechtste Nederland nooit enige aandacht kreeg. Weber volgde een andere weg, hij haakte in 1980 al af, hij kwam tot het inzicht dat er geen revolutionaire perspectieven meer waren en werd sociaaldemocraat in 1986. Hij bekleedde vele functies binnen de Parti Socialiste, was geliefd en gerespecteerd en behield tot aan zijn dood vriendschappelijke contacten met oude kameraden. Krivine, Bensaïd en Weber behoorden alle drie tot de naoorlogse joodse generatie in Frankrijk.


Alain Krivine, Daniel Bensaïd, Henri Weber

In zijn proefschrift noemde Jean-Paul Salles de LCR een leerschool voor de leden; en Henri Weber zei dat hij mensen die lid van de LCR waren geweest altijd herkende, hij noemde de LCR de Ecole Nationale d’ Administration (de Franse eliteschool) van links. Ik heb Krivine alleen die ene keer gezien, maar voor mij was hij een van de mensen die de stroming vertegenwoordigde die voor mij inderdaad een echte vormende leerschool was, een school waar ik heel veel geleerd heb en ook weer heel veel van heb moeten afleren. Dat Krivine als laatste van het leidende soixant-huitards LCR-trio is overleden maakt me – ik kan er niks aan doen – weemoedig, met Krivine is de geest van mei '68 definitief passé.

zondag 13 maart 2022

Hoe ik een condoom kreeg van Sharon Dijksma. Een halve eeuw politieke herinneringen, aflevering 10




Dit condoom kreeg ik in 1994 van Sharon Dijksma. In de aula van de TU Delft was een verkiezingsdebat over jongeren en studenten, waar ik als GroenLinkser aan deelnam. Sharon Dijksma zat ook In het forum, ze kon op dat moment als kandidaat voor de Partij van de Arbeid het jongste Kamerlid ooit worden. Ze werd daarom gevolgd door een televisieploeg van de Vpro, die in haar kielzog binnentrad toen het debat begon. Erg geïnteresseerd in de andere discussiedeelnemers leek Sharon eerlijk gezegd niet, toen ze weer vertrok deelden Jonge Socialisten de condooms uit.

Later, veel later kreeg ik als lobbyist van de Fietsersbond direct te maken met Sharon Dijksma als Kamerlid en staatssecretaris. In 2011 begonnen we een campagne tegen scooteroverlast en zij was het eerste Kamerlid dat daarin geïnteresseerd was. Ik sprak haar in haar werkkamer en daarna agendeerde ze het onderwerp in commissievergaderingen. Jarenlang zorgden de veel te hard rijdende en stinkende snorscooters op het fietspad voor scherpe controverses. De Fietsersbond stond samen met de gemeente Amsterdam, Milieudefensie, het Longfonds en Natuur en Milieu tegenover Anwb, Rai Vereniging, BOVAG en verzekeraars. Bijzonder is dat we als Fietsersbond door bemiddeling van een lid met een hoge positie op de Zuidas gebruik konden maken van adviezen van een ervaren internationale adviseur op het gebied van public affairs. Uiteindelijk kwam er na een jarenlang gevecht een algemene maatregel van bestuur die het gemeenten mogelijk maakte snorfietsen met een helmplicht naar de rijbaan te verplaatsen. Sharon Dijksma was als wethouder van Amsterdam degene die deze maatregel echt implementeerde in 2019. En Utrecht is de tweede stad die de maatregel nam, tijdens haar burgemeesterschap.




Als staatssecretaris bewees Sharon Dijksma een kundig en handig politica te zijn. Onder haar leiding kwam er een afsprakenkader over afsluiting van spoorwegovergangen door Prorail, waarbij de Fietsersbond samen met Wandelnet, Anwb en andere recreatieve organisaties betrokken was. Dat kader was nodig omdat Prorail te vaak afweek van bestaande afspraken en overgangen afsloot zonder naar goede alternatieven voor fietsers en voetgangers te kijken. Vooral rond de overgang bij het Laantje van Alverna bij Heemsteden was een fors conflict ontstaan. Gevolg van afsluitingen: te ver omfietsen en wandelen en daarmee aantasting van de fijnmazigheden van de fiets- en wandelnetwerken. Het afsprakenkader bepaalde vooral ook dat er integraal gekeken moet worden naar alle overgangen in een specifiek gebied, zodat een goede afweging kan plaatsvinden.

Ondertekening van het Afsprakenkader spoorwegovergangen. Sharon Dijksma met onder anderen Saskia Kluit (Fietsersbond), Paulus Jansen (Landelijk Fietsplatform) en Pier Eringa (Prorail)



Politiek nog belangrijker was het bestuursakkoord over fietsparkeren bij stations dat eind 2017 werd gesloten onder haar leiding. In de jaren vóór het staatssecretarisschap van Sharon Dijksma had minister Schultz voortdurend gezegd dat het Rijk zich niet meer moest bemoeien met het fietsparkeren bij stations. Er was een mantra dat slechts twee overheidslagen zich met een onderwerp mochten bezig houden en dit geval waren dat gemeenten en provincies. Als Fietsersbond vonden wij dat de stallingen integraal onderdeel zijn van het spoorsysteem en dat het Rijk ze financieel mede mogelijk moet maken. Met NS bereikten we bovendien na jaren van aftasten een mooi compromis, waarbij de gebouwde stallingen de eerste 24 uur gratis zijn, zodat de stationspleinen niet vol hoeven te staan met zeeën van fietsen. NS’ers Herman Gelissen en Kees Miedema en Prorailer Folkert Piersma speelden een grote rol in het realiseren van dat compromis.

Zonder het expliciet te zeggen brak Sharon Dijksma gedecideerd met het beleid van Schultz. Ze trok 40 miljoen uit voor uitbreiding van stallingen in een aantal grote steden en in het bestuursakkoord werden verdere afspraken voor de toekomst vastgelegd. ~Kortom, het Rijk was weer aan boord. In de volgende regeerperiode stelde Stientje van Veldhoven voort op deze wending door maar liefst 150 miljoen euro Rijksgeld ter beschikking te stellen voor de stallingen.

In het voorjaar van 2020, tijdens de Coronacrisis, was ik thuis aan het opruimen en kwam ik het condoom van Sharon tegen. Ik plaatste een foto op Twitter met de vraag “Weet je nog, @Sharon Dijksma?” en ze antwoordde:” Hahaha. Zeker, die hebben we door heel NL uitgedeeld toen! Ik vond vooral de merknaam hilarisch. Maar… dat je deze bewaard hebt Wim”.

Tsja, als historicus weet ik wat je wel en niet moet bewaren. En gebruikt was ie ook niet.

zaterdag 5 maart 2022

Solidair met Solidarnosc. Een halve eeuw politieke herinneringen, aflevering 9

 

Affiche over de coup van Jaruzelski (eigen verzameling)



Terwijl de afschuwelijke beelden van de Russische inval in Oekraïne keihard binnenkomen gaan mijn gedachten terug naar 13 december 1981. ’s Ochtends horen we dat er in Polen een militaire coup is gepleegd onder leiding van generaal Jaruzelski. Mijn kamer aan het Utrechtse Veemarktplein  verandert die dag in een lokaal aktiecentrum. Met de makkers van de anti-stalinistische Internationale Kommunistenbond bellen we al onze contacten en roepen ze op om ’s avonds te gaan demonstreren in Amsterdam en solidariteit te betonen met de Poolse arbeiders, verenigd in Solidariteit. Die avond demonstreren er duizend verontwaardigde mensen in Amsterdam, met zo’n honderd deelnemers uit Utrecht. Onze IKB is die avond zeer goed vertegenwoordigd, maar er zijn ook eurocommunistische CPN’ers van de partij.


De demonstratie in Amsterdam op zondagavond 13 december 1981

Die zomervakantie was ik met makkers Tjabring van Egten en Rob Gerretsen naar Polen gegaan om met eigen ogen te zien hoe de situatie in Polen was en hoe sterk Solidariteit. We verbleven in de Warschauwse wijk Praha bij Krystyna Kowalewska en haar moeder. Krystyna was een van de pioniers van het feminisme in Polen en we waren via-via met haar in contact gekomen. We gingen meegenomen stencilinkt afleveren bij het kantoor van Solidariteit. Op tv was er veel aandacht voor het congres van Solidariteit. We zagen niet alleen het wanstaltige Suikerpaleis en het fraai gerestaureerde centrum, maar ook de lege supermarkten en de mensen die uit alle hoeken en gaten tevoorschijn komen wanneer er goederen geleverd werden. Bij een café waar bier geleverd werd kwamen mensen aanlopen met glazen flessen waar tien liter bier in werd getapt. In een keurig restaurant met een zeer uitgebreide menukaart bleken er bij het bestellen alleen gebakken champignons te zijn.


Met Krystyna en haar moeder


Artikel over feminisme in Polen met Krystyna in Klassenstrijd, voorjaar 1981

Later bezochten we de bakermat van Solidariteit,  de befaamde Lenin-scheepswerf in de prachtige hanzenstad Gdansk, waar de vakbond in 1980 was opgericht na de legendarische massale staking. We bezochten de vader van Krystyna in Gdynia, een advocaat die ons inwijdde in het snel wegwerken van glaasjes wodka.


Ingang van de legendarische Lenin-werf


Bij de Lenin-werf.

Vervolgens gingen we naar Kraków, waar we kampeerden en waar Tjabring en Rob werden beroofd van een flink deel van hun bagage door bewoners van de flatwijk achter de camping. Rob en Tjabring gingen naar Auschwitz, wat ik op niet kon opbrengen, van de foto’s van Auschwitz die ik kende werd ik al onpasselijk. In Kraków gingen we ook langs bij kennissen van Krysztina, waar we in een volle huiskamer hoorden hoe mensen hun bewondering uitspraken voor de Paus en voor president Reagan. Op de een of andere manier drong dat rechtse geluid niet helemaal tot ons door, we namen dat niet helemaal serieus.

We voelden ons enorm verbonden met de Poolse arbeiders die protesteerden tegen het stalinistische bewind in het land. Bij de staking op de werf hadden ze een grootse overwinning behaald en de bond groeide uit tot veel meer dan een vakbond, een massabeweging met meer dan tien miljoen mensen, die opkwam voor de belangen van de arbeiders en voor democratische rechten. Op het congres van Solidariteit werd toen wij er die zomer waren gekozen voor een programma van arbeiderszelfbestuur. Na onze terugkeer in Nederland werd het in Polen het tegen een decor van economische schaarste spannender en spannender. Solidariteit bracht het regime verder en verder in het nauw, zou het vallen of zou er een reactie komen, al dan niet op initiatief van Moskou?


Na de overwinning. van de staking in 1980 en de erkenning van Solidariteit

Onze fascinatie en betrokkenheid kwam niet uit de lucht vallen. De trotskisten steunden de oppositie in Oost-Europa al sinds de Tweede Wereldoorlog . We steunden in mijn tijd theoreticus Rudolf Bahro (schrijver van Die Alternative) en zanger Wolf Biermann in de DDR. Zo probeerde ik vergeefs de Utrechtse studentenvakbond USF te te bewegen tot steun aan deze dissidente stemmen. Vlak na zijn verbanning uit de DDR zag ik Biermann optreden in de Amsterdamse Sonesta-koepelkerk. Onze internationale leiding onderhield contacten met het KOR van Jacek Kuron in Polen en met Charta 77 in Tsjechslowakije. Binnen Charta was Petr Uhl (eind 2021 overleden) een van de voormannen, hij steunde de Vierde Internationale en schreef een uitstekend boek met een programma voor arbeiderszelfbestuur, dat ik besprak voor ons blad Klassenstrijd. Tijdschriften waarin de oppositie aan het woord kwam en waar documenten van de Oosteuropese oppositie werden gepubliceerd waren Labour Focus on Eastern Europe, Gegenstimmen en L’Alternative, de redacties daarvan bestonden uit anti-stalinistische marxisten. 

Na 13 december 1981 kwam er In Utrecht een comité dat zich richtte op solidariteit met zusterstad Katowice. In Nederland bleef een handjevol mensen onder leiding van Jan Minkiewicz aandacht vragen voor de situatie in Polen, onder meer met een bulletin. In Polen zelf werd Solidariteit ondanks dapper verzet door de repressie langzaam maar zeker verzwakt. Vooral de radicale kernen werden aangepakt,  de meer gematigde stroming onder leiding van Walesa kreeg uiteindelijk de overhand. 

Brochure van het Utrechtse Polen Komitee


Na 1981 verschenen er boeken over de ontwikkelingen in Polen van onze geestverwanten Winfried Wolf en Yves Potel. Er kwam een Poolse miniatuur-uitgave van het blad Inprecor van de Vierde Internationale, dat het land werd ingesmokkeld. Samen met mederedacteur van het blad Links Theo Blom schreef ik in 1987 nog een balans van Solidariteit, waarin we nogmaals wezen op de massabeweging voor arbeiderszelfbestuur en op de morele kracht van de beweging; we spraken over een onbegrepen revolutie, door een beweging die probeerde de autonomie van de maatschappij terug te veroveren op de staat: “De morele kracht van Solidarnosc in de korte legale periode heeft geen precedent in de geschiedenis van de arbeidersbeweging. Ongetwijfeld is dit het meest onbegrepen aspect van de Poolse revolutie. Ironisch genoeg zou de sleutel tot begrip hiervan wel eens kunnen liggen in de combinatie van de waarden van de arbeidersbeweging en die van het Christendom, een combinatie die zeer kenmerkend was voor Solidarnosc (een naam die niet toevallig gekozen is).” Onze analyse werd nog vertaald in het Duits en Frans in bladen voor arbeiderszelfbestuur.

Extra nummer van Klassenstrijd in de week na 13 december

Op 20 december, zes dagen na de staatsgreep, was er een tweede demonstatie in Amsterdam. Het stel dat we in Kraków hadden ontmoet was daar ook, we zagen hen met verwondering en onbegrip kijken naar de grote aanwezigheid van rode vlaggen en linkse groepen bij de demonstatie. Achteraf gezien vertelt dat moment boekdelen. We waren solidair met Solidariteit en terecht. Wij zagen de massabeweging van arbeiders die Solidariteit was en dachten dat het programma van arbeiderszelfbestuur het wezen was, maar we onderschatten ondanks onze erkenning van de morele dimensie de enorm grote rol van het Poolse nationalisme en van de katholieke kerk. Dat katholieke nationalisme was geen oppervlakkig sausje of vals bewustzijn. Solidariteit was een heterogene massale sociale beweging, waarin het katholieke nationalisme definitief de overhand kreeg na uitschakeling van de radicale arbeidersvoorhoede.


Het stuk van Theo en mij in het Duitse blad Selbstverwaltung



zondag 20 februari 2022

De liquidatie van mijn Zuid-Afrikaanse vriend Mark. Een halve eeuw politieke herinneringen, aflevering 8.

 Dinsdag 23 december 2014, in een vakantiehuis op Terschelling: Audry krijgt ’s ochtends een bericht in Messenger uit Zuid-Afrika: “Er is een overval geweest. Mark is neergeschoten en is overleden”. We horen in de dagen daarna wat er gebeurd is van Mark’s vrouw Emelia. Mark-Anthony Williams was ’s nachts aan het werk in zijn huis aan de Creusot Avenue in Pretoria West. Er kwam een executiepeloton binnen. Mark werd doorzeefd met vijf kogels, hij beschermde met zijn lichaam nog de toegang tot de badkamer waar Emelia en de kinderen zich verstopten. Zijn laptop en telefoon werden meegenomen door de overvallers. Emelia wist het zeker: Mark was het slachtoffer van een politieke afrekening, omdat hij als topambtenaar op het ministerie van Water en Bosbouw een grote corruptieaffaire op het spoor was gekomen.

Op Oudejaarsavond reisde ik vanaf een leeg Schiphol via Londen en Kaapstad naar East London in de Oostkaap voor de begrafenis van Mark.

Mark bij vertrek uit Delft eind 1999

We leerden Mark kennen omdat Audry en ik deelnamen aan het programma Dutch Friends van het toonaangevende internationale waterinstituut IHE in Delft. Mark arriveerde daar in het najaar van 1998 voor een postdoctorale cursus in watermanagement. Wij kregen hem toegewezen als student in het ruime jaar dat hij in Delft was en al snel ontwikkelde zich een hechte vriendschap. Mark was leergierig, nieuwsgierig en politiek geëngageerd. Hij was toen hij aankwam geen specialist in watermanagement, maar civiel ingenieur. Hij was in het Zuid-Afrika van na de apartheid als vertrouweling van minister Kader Asmal op het ministerie van waterzaken benoemd. In Delft moest hij keihard werken om de cursus met succes te voltooien.

Na zijn terugkeer naar Zuid-Afrika hielden we via email contact. Hij haalde ons over om met onze kinderen naar Zuid-Afrika te komen en relativeerde de verhalen over het geweld in het land. Zo stuurde hij een kaart met daarop restaurant Den Anker in het Waterfront van Kaapstad, waar Belgische bieren, bitterballen en mosselen op het menu staan. We gingen drie keer drie weken naar Zuid-Afrika, in 2001, 2004 en 2011 en verbleven steeds de eerste week bij Mark en Emelia en hun kinderen Lauren en Scott, in het huis waarin hij vermoord zou worden. Via Mark en Emelia leerden we familieleden en vrienden kennen, zoals Kelvin Vollenhoven en Stanley Henderson. We werden voor altijd verliefd op het schitterende, gastvrije en ondanks alle geweld en tegenslagen optimistische land.


Mark werd geboren in de kleurlingentownship Park Side in East London. Zijn ouders Cyril en Freda werken in onderwijs en in het ziekenhuis. Mark ging naar school in East London en ging daarna studeren in Kaapstad in 1985. De studie kon hij toen door de politieke onrust van die tijd niet afronden. Pas in 1995 haalde hij een diploma aan het Peninsula Technical College als elektrisch ingenieur.

Als schooljongen begon Mark te schaken en hij bleek talentvol te zijn. Als niet-blanke mocht hij niet genoemd worden als winnaar van een toernooi van spelers onder 13 jaar. Een traumatische ervaring, hij zei: “Ik hou van Zuid-Afrika, maar haat de wetten”. Hij schoolde zich in het spel in de bibiotheek van Parkside onder leiding van Bobby Bussack. Mark werd een belangrijke schaker binnen SACOS, de South African Council on Sport, de non-raciale sportkoepel, verbonden met de anti-apartheidsbeweging. Mark was bewonderaar van Steve Biko – dè grote inspirator van het Zuid-Afrikaanse verzet in de periode die tot de val van de apartheid leidde - en toen ik hem leerde kennen een overtuigd (en niet onbelangrijk) lid van het ANC. 

Krant naar aanleiding van de moord op Steve Biko, gekregen van Mark

In alle mails en gesprekken keerde hij zich fel tegen de corruptie en het grote graaien binnen het ANC, hij was daarover kwaad en teleurgesteld, hij stond voor een eerlijke progressieve politiek en integriteit, hij was een van de mensen die het nieuwe Zuid-Afrika vorm kon geven vanuit een belangrijke overheidspositie.

In de achtertuin bij Mark in 2006, met Stanley Henderson en Wim Schut. Stanley imiteert Mohammed Ali

Op 2 januari 2015 troostte ik Emelia en de kinderen en de moeder van Mark in de ouderlijke woning aan Olive Road. De afscheidsdienst vond plaats in de plaatselijkje katholieke kerk St. Francis Xavier en ter plekke werd besloten dat ik een van de dragers van de kist mocht zijn. In de met 500 mensen volle kerk vertelde Marks vriend John Bennett, gekleed in ANC-kleding, over hun persoonlijke en politieke vriendschap en viel hij de corruptie binnen overheid en ANC aan. Minister Edna Molewa hield een toespraak waarin ze het doortastende optreden van Mark als manager memoreerde, hij blufte zich door een versperring heen om zelf een reparatie aan een leiding te verrichten -  en eindigde op zijn Zuid-Afrikaans door een prachtig lied in te zetten, een emotioneel moment.  De vertegenwoordiger van het ministerie, de leidinggevende van Mark, Zandile Makhathini, hield daarentegen een ongeïnspireerd verhaal. Na de dienst en het afscheid van Mark in de geopende kist gingen we naar het crematorium Cambridge en daarna na een receptie met uitgebreid eten in Marks basisschool AW Barnes. Op weg daarnaar toe zagen we vol ongeloof hoe Makhathini met een aantal getrouwen langs de kant van de weg een fles bubbels ontkurkten en een proost uitbrachten. “Kijk, ze vieren feest”, zei Sorrius, een vriend van Mark die eerder in Delft aan het IHE was geweest. Sorrius, John Bennett en ik dronken de emoties na afloop weg met whisky in het prachtig in de natuur gelegen grote huis van John buiten East London.



Na de begrafenis zijn er allerlei onderzoeken gedaan naar de toedracht van de moord.  Duidelijk is dat er geen sprake was van een roofmoord, maar van een politieke afrekening. Tot op heden is er niemand in staat van beschuldiging gesteld en is het onderzoek gestopt.. Ik benaderde mijn Nederlandse contacten Bart Luirink en Evelyn Groenink, actief in de Nederlandse anti-apartheidsbeweging AABN en schrijvers  van de (door mij bij Uitgeverij Sua uitgegeven) eerste post-apartheidsreisgids over Zuid-Afrika, om te kijken of we aandacht zouden kunnen krijgen in de Zuid-Afrikaanse publieke opinie. Bart en Evelyn woonden toen allebei (deels) in Zuid-Afrika. Het resulteerde in een goed stuk over de moord in het  toonaangevende weekblad Mail and Guardian, geschreven door Tabelo Thimse.  Duidelijk uit dit stuk en latere publicaties werd dat er op het ministerie op grote schaal was gefraudeerd met aanbestedingen rond grote irrigatieprojecten. Het leidde tot 138 vervolgingen, waaronder elf op managementniveau. Makhathini zelf werd ook ontslagen. Als verantwoordelijke voor die grote projecten was Mark die fraude op het spoor gekomen. Tegen zijn chauffeur Lazarus Sibolo bekende hij vlak voor de moord bang te zijn voor zijn leven. Iemand op het ministerie zei: “Hij stelde het inschakelen van bedrijven die hij niet competent achtte ter discussie en dat maakte hem niet populair”.

Ruim zeven jaar na dato maakt het me nog steeds verdrietig en woedend dat mijn geweldige vriend Mark het slachtoffer is geworden van de corruptie onder Zuma , met zijn werkelijk desastreuze invloed op de staat en op het ANC. En het doet pijn dat de achtergrond van de moord bekend, is maar dat de opdrachtgever en daders waarschijnlijk nooit veroordeeld zullen worden.


PS- Evelyn Groenink schreef voor ZAM-magazine ook een stuk over de moord tegen de achtergrond van de corruptie in het Zuid-Afrika van Zuma: https://www.zammagazine.com/arts/749-tussen-bittere-amandelen-en-goede-hoop-deel-v


Mark in 2011


zondag 13 februari 2022

Autoluw Delft en superieur politiek leiderschap. Een halve eeuw politieke herinneringen, aflevering 7

Op 12 april 1994 ontving ik als nieuw gemeenteraadslid van GroenLinks de vroedschapspenning van de gemeente Delft uit handen van burgemeester Van Walsum : “Deze penning is van buitengewoon groot gewicht en daar zijn allerlei rechten aan verbonden. Ik wil er slechts twee noemen. Ingeval van strijd en oproer met de buurgemeenten mag u uw toevlucht zoeken in de versterkte toren van het stadhuis. Als u last hebt van een varken op de rijweg, kunt u altijd de hulp van de politie inroepen om dat te verwijderen. Bij herhaalde problemen mag u het varken zelfs mee naar huis nemen en slachten”. Tot eind 2008 zou ik in de raad blijven en deze voorrechten genieten, waarvan negen jaar als fractievoorzitter.

De Delftse Markt en het stadhuis anno nu (foto: Audry van Vulpen)



De vroedschapspenning


Ik kwam in 1994 als nummer vier op de lijst, ik woonde pas sinds de zomer van 1993 in de stad. De zittende raadsfractie had ruzie gekregen met wethouder Corina Heuvelman en keerde niet terug. Bij de verkiezingen behielden we onze vier zetels, maar heel snel werd duidelijk dat we niet in het nieuwe college van B&W zouden terugkeren. Nog los van de positie van Corina: onze nieuwe fractie was onbekend en dus onbemind. Tot mijn verbazing liet de PvdA bij monde van Riny van der Bie (later burgemeester van Moordrecht) weten dat de sociaal-democraten niet in het college wilden zonder GroenLinks. Dat was een mooie les, om niet te zeggen ontgroening, in collegevorming en besluitvorming daarover achter de schermen. Een bewijs ook van het strategische plaatselijke bondgenootschap tussen PvdA en GroenLinks (en voorloper Links Delft), al begonnen in de jaren tachtig en voortdurend tot vandaag.

De Delftse gemeenteraad 1994-1998


Delft kreeg een rechts college, dat we de jaren daarop flink konden bekritiseren vanwege bezuinigingen op de buurthuizen en te weinig tempo in het autoluw maken van de binnenstad. Of, zoals onze fractievoorzitter Rik Grashoff het noemde, dat ging als “een slak die afremt in de bocht”. Ik hield me vooral bezig met de slecht functionerende sociale dienst, waar zo’n achthonderd aanvragen voor bijzonder bijstand letterlijk als lijken in de kast lagen te vergaan. Daardoor kwamen we tegenover wethouder Wim van Leeuwen en directeur Joke de Vries te staan.

Onze Delftse GroenLinks-fractie 1994-1998: Roel Dik (afdelingsbestuur, Wim Bot, Jurjen Oosterhuis (fractiemedewerker), Jacqueline Schoone (raadlid), Corina Heuvelman (raadslid), Ingrid Lips (commmissielid), Rik Grashoff (toen raadslid(, Marjoke Turkenburg (commissielid), Jan Breukelaar (idem)


Bij de verkiezingen in 1998 haalden wij opnieuw vier zetels, de PvdA ging van zeven naar tien zetels en nam het voortouw in de formatie aan de hand van Jan Torenstra, een authentieke sociaal-democraat die op de veiling had gewerkt en in het buurtwerk. VVD en CDA wilden samen in het college komen, maar PvdA en GroenLinks wilden geen rechts blok en hadden vanwege de tamelijk autoritaire stijl van VVD-wethouder Boelens een voorkeur voor het CDA. Toen we er niet uit kwamen haalde Torenstra geniaal een konijn uit de hoge hoed: hij creëerde een meerderheid door de studentenpartij STIP (twee zetels) als coalitiepartij te betrekken, een variant die werkelijk niemand had voorzien. Op verzoek van GroenLinks kwam er met het CDA nog een lijmpoging onder leiding van plaatselijke coryfee Klaas de Vries, maar dat hielp niet meer; het CDA wou alleen zonder de studentenpartij en dat was inmiddels een gepasseerd station.

Er kwam dus tot groot ongenoegen van VVD en CDA een progressief college van PvdA, GroenLinks, D66 en STIP. Een college met 19 stemmen in een raad van 37 leden, de krapst mogelijke meerderheid…. In de installatievergadering van de nieuwe raad debuteerde ik als fractievoorzitter en citeerde ik Macchiavelli om aan te geven waarom we niet opnieuw een zwak rechts college konden hebben: 'Na een voortreffelijke vorst kan een zwakke vorst zich nog handhaven; maar als er na een zwakke vorst weer een zwakke komt, is geen enkel rijk daartegen bestand'.

We kregen een college dat echt iets voor elkaar wilde krijgen, onder leiding van de zeer bekwame burgemeester Hein van Oorschot. Een college dat echt als eenheid opereerde, ondanks grote verschillen in bestuursstijl tussen de wethouders. Een college dat tegenover de ambtenaren zei: we willen niet horen waarom iets niet kan, we willen horen hoe het wel kan. 

Torenstra was visueel gehandicapt, beperkte zich tot de hoofdlijnen met samenvattingen van nota’s in grote letters en ging elke maandag de stad in. Grashoff en PvdA’er Dick Rensen waren inhoudelijk gedreven en stonden bekend als de Hubo-wethouders, doe-het-zelvers die berekeningen van de ambtenaren op de achterkant van een sigarendoosje overdeden. Meine Oosten van D66 beheerde de financiën, niet als een strenge rekenmeester maar als iemand die dingen mogelijk wilde maken voor zijn collega’s. Astrid Janssen van STIP moest het vak leren met vallen en opstaan, zij is inmiddels overigens wethouder voor GroenLinks in Amersfoort. Als fractievoorzitter overlegde ik veelvuldig met Rik Grashoff, vanwege de kleine meerderheid mochten er geen kikkers uit de kruiwagen springen. Dat lukte overigens heel goed, gedurende die vier jaar heeft die coalitie nooit op springen gestaan, al hadden we soms stevige discussies, bijvoorbeeld over problemen in de kinderopvang.

Het Delftse college van 1998-2002


Inhoudelijk de voornaamste wapenfeit was het realiseren van de autoluwe binnenstad. Delft kende al heel lang een verkeerscirculatieplan en was de eerste Nederlandse gemeente die een samenhangend fietsnetwerk had ontwikkeld. Er was bijna geen doorgaand verkeer door de binnenstad, maar er was wel veel bezoekersparkeren, op de grachten, maar ook op een deel van de door stadhuis en Nieuwe Kerk geflankeerde, schitterende Markt.

Rik was zo verstandig om de discussie te concentreren op de kwaliteit van de binnenstad. Het startschot was een grote conferentie in de aula van de Technische Universiteit, waar een paar honderd mensen meepraatten over een goede balans tussen wonen, werken en ontspannen. Het idee van een autoluwe binnenstad kreeg steun van veel belangrijke stakeholders, ook omdat het concept uitging van opvang van bezoekersparkeren in garages net buiten de compacte binnenstad. Ook de Kamer van Koophandel en de ondernemersvereniging konden zich in die benadering vinden. De combinatie van bezoekersgarages en autoluwe binnenstad wordt overigens door Ingrid van der Vlis in haar stadsgeschiedenis Vooruit met veel verleden onvoldoende gelegd.

In de periode tot aan de nieuwe verkiezingen leidden de plannen tot veel discussie en oppositie. De rechtse partijen vonden ze te ver gaan, de VVD kwam met het oude en kansloze plan van een garage onder de Markt, een deel van de winkeliers vreesde enorm omzetverlies, bewoners vroegen zich af of er wel genoeg parkeerplekken langs de grachten voor bewoners zouden zijn. Binnen GroenLinks kwam er nota bene oppositie van een stel (waaronder de zoon van oud-Kamerlid Cathy Ubels van de Evangelische Volkspartij) dat bij een van de nieuwe parkeergarages woonde, daar overlast vreesde en daarom tegen het verbieden van autoparkeren op de Markt was; nimby-gedrag in optima forma. Rik kon de straat niet meer opgaan zonder aangesproken te worden. En bijzonder: er was ook vanuit onze eigen achterban tot mijn teleurstelling opvallend weinig actieve steun, terwijl de tegenstanders de messen slepen.

De autoluwe Markt nu (foto: Audry van Vulpen)


Rik Grashoff toonde zijn leiderschap door geduldig op alle argumenten in te gaan, plannen op onderdelen bij te stellen en koersvast te blijven op het hoofddoel. Ik herinner me een cruciaal moment: een spannend fractieweekend in een Delfts buurthuis, waarop we ons als fractie hardop afvroegen of er nog wel genoeg draagvlak was om de plannen onverkort door te kunnen zetten. Rik wees die twijfels gedecideerd van de hand en wist ons te overtuigen. We haalden opnieuw vier zetels, Torenstra haalde de VVD als extra partij het college in en in de volgende periode kon Rik zijn plan afmaken. De Markt werd uiteindelijk autovrij en schitterend ingericht. Het verzet tegen autoluw verstomde en nu is er niemand meer die het principe ter discussie stelt. De kans is groot dat de autoluwe binnenstad er zonder het politiek leiderschap van de bovenste plank van Rik niet gekomen was.



zondag 6 februari 2022

Hoe Zwijndrecht radicaal werd opgeschud. Een halve eeuw politieke herinneringen, aflevering 6

 Samen met mijn vriend Peter Penning was ik in Zwijndrecht in 1974 een van de oprichters van de plaatselijke afdeling van de PPR, de Politieke Partij Radicalen, een van de partijen die is opgegaan in GroenLinks. Eigenlijk moet ik hier aktiecentrum zeggen, want zo heetten afdelingen in de PPR.


De oprichters, ik zit tweede van links

Op de foto uit het huis-aan-huisblad Hier Zwijndrecht van 6 maart 1974 zit ik op de bank met medeoprichter en later raadslid Cor Crans, Peter en bestuurslid Jaap van der Torre. Peter was iets eerder lid geworden dan ik. Beiden waren we het jaar daarvoor al actief geworden in het Dordtse Chili Komitee en deelden we folders over de coup in Chili uit in de Dordtse binnenstad. We herinneren ons nog vergaderingen in het Hof, de historische plaats waar de eerste Statenvergadering van de Republiek der Nederlanden had plaatsgevonden in 1572. De val van de linkse regering van Salvador Allende in Chili was voor ons een emotionele en vormende ervaring, ik zie de beelden van Achter het Nieuws over de schietpartijen rond het Moncada-paleis en het oppakken van de linkse activisten nog voor me. Chili 1973 staat voor mij en mijn politieke generatie in hetzelfde rijtje als de val van de Muur, 9/11 en de moord op Fortuyn: gebeurtenissen die het politieke en maatschappelijke klimaat ingrijpend veranderden.


De oprichting van de Zwijndrechtse PPR stond in het teken van de gemeenteraadsverkiezingen van 29 mei van dat jaar. De PPR ging daaraan meedoen, het was bij mijn weten de eerste keer dat er in Zwijndrecht een partij links van de sociaal-democratie deelnam aan de raadsverkiezingen. Mijn keuze had ook op de PSP kunnen vallen, al is het maar vanwege de iconische poster met blote vrouw en koe in het weiland, nog steeds hèt beeld van de jaren zeventig. De PSP had echter geen afdeling in Zwijndrecht en de PPR leek in de behoudende tuindersgemeente, die snel aan het groeien was door Rotterdamse import,  een veiliger en acceptabeler keus. De PPR had bovendien de wind mee en was bij de Tweede-Kamerverkiezingen van 1972 van drie naar zeven zetels gegaan onder leiding van Bas de Gaay Fortman. Deelname aan het roemruchte kabinet Den Uyl was daarvan de beloning. Op ons Develsteincollege was er rond die verkiezingen ook een bijeenkomst geweest. Die werd voorgezeten door onze weinig subtiele vriend Ger Tempel, die een schoolgenoot die zich nieuw-rechts noemde introduceerde met: “Hier komen dan de neo-fascisten en en als Ben aan de macht komt, weet ik zeker dat ik in een concentratiekamp kom’. Tijdens die campagne waren we ook een keer naar een bijeenkomst met aartsvijand Hans Wiegel in het Dordtse Kunstmin geweest, waar we in de pauze een vier pils op kosten van de heer Wiegel bestelden, die na enige aarzeling gewoon voor ons werden neergezet door de bediening.

De redactie van onze schoolkrant in 1974. Ik sta tweede van links, Peter zit naast me.

Ik herinner me dat we besprekingen hadden met de weinig radicale Zwijndrechtse PvdA, met Ger-Jan Vogelaar en PI Veenstra. Beiden zouden lang als wethouder actief zijn. Veenstra was mijn oude hoofdonderwijzer op basisschool De Rank, een typische strenge maar rechtvaardige Friese sociaal-democratische onderwijzer. Hij werd later nog dominee en toen ik hem bij een lagere-schoolreünie ontmoette in de tweede helft van de jaren negentig geestelijk raadsman.

Met de PvdA’ers hadden we het onder andere over Keerpunt 72 van PvdA, D66 en PPR en over het PPR-rapport Barsten in de groei. Wat ik niet meer wist en in het stuk in Hier Zwijndrecht staat, is dat we voor de raadsverkiezingen ook een gezamenlijk programma opstelden. We namen wel zelfstandig deel aan de gemeenteraadsverkiezingen. Mijn broer Peter en ik stonden op de lijst; Peter Penning die die zomer naar Utrecht zou verhuizen, niet. Van de campagne weet ik zelf niets meer, Peter vertelde me dat we als actiepunt het verkeersluw maken van de drukke Da Costastraat hadden en dat ons dat veel stemmen opleverde.


Bij de verkiezingen haalden we met 842 stemmen 5,27% van de stemmen en kwamen we in de gemeenteraad en de PPR en later GroenLinks zijn daar ook altijd ingebleven. In 2018 haalde GroenLinks 1056 stemmen, 6,29%. Cor Crans was vanaf 1974 gedurende lange tijd het gezicht in de raad. Cor was onderwijzer en werd ook directeur van de landelijke filmkeuring. Daar kwam hij nogal eens in conflict met de filmwereld en hij was het hartgrondig oneens met de opheffing van de keuring in 2021. Hij maakt zich nog steeds sterk voor een vak Kijkkunde in het onderwijs. Cor Crans was in 1974 net als Peter en ik pijproker en Cor blijkt dat nog steeds te zijn, hij maakt zich hard voor dit culturele erfgoed: “Laat ik voorop stellen dat pijp roken helemaal niets te maken heeft met vijf minuten ordinair paffen in een rookhol. Het is dan ook zeker geen verslaving. Het gaat mij als pijproker om een bepaalde levensstijl. Je neemt er ruim de tijd voor en je drinkt ondertussen een goed glas wijn of whisky. Noem het maar het grote genieten.” (BN-De Stem, 14-8-08).


In 1974 en 1975 groeide het plaatselijke PPR-aktiecentrum en werden er verhitte discussies gevoerd over de rol van Roel van Duijn in het Amsterdamse college en de aanleg van de metro in de Nieuwmarkt. Toen ik in 1975 geschiedenis ging studeren kwam ik in een radicalere omgeving terecht en ging de PPR me met zijn te grote nadruk op individuele gedragsverandering minder aanspreken. De ironie wil wel dat op het PPR-verkiezingsaffichte van 1974 pontificaal een oerhollandse fiets prijkte en dat ik nu sinds 2008 lobbyist ben van de Fietsersbond (opgericht in 1975) .

zondag 30 januari 2022

Listig, lastig, lustig: Dany Jacobs, een eigenzinnige intellectueel. Een halve eeuw politieke herinneringen, aflevering 5

“Om te beginnen: wat zijn tricksters? Wie het Engelse woord ‘trickster’ in een vertaalwoordenboek opzoekt, vindt ‘oplichter’ of ‘bedrieger’, maar dat is niet de precieze betekenis… Een trickster is geen doorsnee bedrieger, maar het soort figuur dat in ons taalgebied met Reinaert de Vos of Tijl Uilenspiegel geassocieerd wordt… Daarom typeer ik ze kortweg als ‘listig, lastig, lustig’… Tricksters trekken zich van geen enkele gewoonte of moraal veel aan, tenzij om ze naar hun hand te zetten. Ze maken gewoon hun eigen regels… Tricksters zijn intelligent, maar vooral ook sociaal slim en empathisch. Ze kunnen alleen maar trefzeker handelen, omdat ze sociale situaties goed kunnen inschatten en in hun voordeel benutten. Waar veel sociaal hoogbegaafden eerder sociaal onhandig zijn en daardoor niet zelden geïsoleerd raken, hoeven tricksters in de regel niet geholpen te worden.”

Dit zijn fragmenten uit het paper Tricksters bij de politie? Natuurlijk van Dany Jacobs uit 2013. Dany stuurde het me op, het was de laatste keer dat we contact hadden voor zijn overlijden aan kanker op 11 februari 2015. Het was voor mij wel meteen duidelijk waarom hij het stuk aan me stuurde: Dany was zelf het schoolvoorbeeld van een trickster.

Ik ontmoette Dany rond 1980 in het uiterst-linkse wereldje. Hij was vanuit Vlaanderen naar Nijmegen gekomen. Daar werd hij onderzoeker aan de universiteit, in de vakgroep waar ook Joop Roebroek en Göran Therborn actief waren. Het boek Nieuwe sociale bewegingen in Vlaanderen en Nederland (1983) was daarvan een resultaat. Dany was actief geweest in de Wereldscholen, een vormingsorganisatie (1970-1983), en was ook enige tijd lid geweest van de Revolutionaire Arbeiders Liga, de Vlaamse pendant van onze Nederlandse Internationale Kommunistenbond. Dany nam mij en mijn makker Hugo van Hamersveld nog een keer mee naar een bijeenkomst van de Wereldscholen in Gent, waar hij een lezing gaf over nieuwe sociale bewegingen en ons het in Nederland toen nog onbekende witbier van Hoegaarden leerde kennen. We waren beiden sterk beïnvloed door de ontelbare werken van onze voorman, de econoom Ernest Mandel en door het Britse tijdschrift New Left Review van hoofdredacteur Perry Anderson. Dany volgde en las alles, had altijd een eigen oordeel en daagde mij (“Heer Bot”) en anderen bovendien altijd uit een mening echt te onderbouwen. Hij publiceerde veel in het Vlaams Marxistisch Tijdschrift en (het zeer interessante) Toestanden. Dany beschikte net als ik over een groot archief met krantenknipsels, met het grote verschil dat het bij hem ook perfect geordend was.

Dany en ik moesten niets hebben van de turn to industry die Mandel en zijn volgelingen veordonneerden binnen hun organisaties, een wending waardoor de meestal academisch gevormde leden banen binnen de industrie moesten gaan zoeken, in de ijdele hoop dat daar de grote sociale botsingen zouden plaatsvinden. In Nederland verlieten in 1979 en in 1983 groepjes leden die het niet met deze turn eens waren de organisatie, hetzelfde gebeurde in die jaren in heel Europa. Zelf volgde ik vanuit misplaatste loyaliteit (en een heftige verliefdheid) pas in 1984. De opzeggers bleven elkaar zien en bespraken wat ze moesten doen: een nieuw partijtje vormen, een losser platform oprichten of alleen een tijdschrift uitgeven?

Dany intervenieerde in die debatten met pleidooien om kritisch na te denken over de hele marxistische traditie en zette ons op het spoor van het baanbrekende werk The Economics of Feasibe Socialism van de econoom Alec Nove, een originele schets  over de mogelijke combinatie van planning en markt.

De discussie over hoe het verder moest werd door een trickster-actie van Dany beslecht. Bij een lang artikel in het discussiebulletin van de groep plaatste hij een paar gewaagde illustraties uit het Vlaamse satirische blad De Zwijger, die door een deel van de groep als seksistisch werden beoordeeld en leidden tot het vertrek van een Rotterdams drietal. Daaronder was Alie Kuiper, toen al en nu nog steeds actief tegen seksuele intimidatie van vrouwen op het werk. Verhitte discussies over de plaatjes volgden in ellenlange bijdragen, de mensen die zich beledigd voelden vielen Dany aan, hij verdedigde zich, sommigen vonden dat er op zijn minst een open discussie over gevoerd moest kunnen worden. Zelf mengde ik me niet actief in die discussie, maar ik stond wel op het middenstandpunt. Ik zou zelf de plaatjes nooit hebben durven plaatsen, maar was niet voor censuur en stond en sta op het libertaire standpunt gestaan dat vrijheid voor de kunsten heilig is.





Dany maakte in een van zijn bijdragen zijn bedoelingen duidelijk, hij wilde een tekst ‘opfleuren’; zichzelf amuseren; via de reacties zowel de mensen als de onuitgesproken opvattingen en functioneringsregels van het ‘Platform’ beter leren kennen; zien wat mogelijk was in de lijn van bladen als De Zwijger en Charlie-Hebdo; een discussie over socialisme en democratie op het vlak van thema’s als bevoogding uitlokken.

Duidelijk is dat het Dany hier niet ging om het vinden van een werkbaar compromis in een kleine groep. Zijn benadering stond recht tegenover die van de mensen die een principieel inhoudelijk standpunt wjlden vastleggen. Het spring in het oog: het was een discussie die sterk lijkt op de huidige over #MeToo en woke-opvattingen. 

Dany slaagde in ieder geval glansrijk in zijn missie, het debat was zo op scherp gezet dat er geen sprake meer kon zijn van iets dat op een politiek partijtje leek, het zou blijven bij het uitgeven van een blad, Links, tijdschrift voor socialistische discussie en analyse. Dany en ik waren allebei redacteur van dat blad, waarin vanaf 1985 vier keer per jaar inderdaad een open en kritisch discussieklimaat bestond. Dany en ik kruisten bijvoorbeeld de degens over de houding tegenover linkse hervormingspolitiek, waar hij positiever tegenover begon te staan dan ik. Dany schreef erin ook een van de eerste stukken in Nederland over de tweederde samenleving en tweedeling, Meer dan een paar honderd lezers trokken we niet, het produceren was een hele klus en na de winter van 1989 stopten we de publicatie. In het laatste nummer staat Dany al niet meer genoemd bij de redacteuren. 



Vanaf de jaren negentig had ik niet veel contact meer met Dany, ik werkte bij Uitgeverij Sua in Amsterdam en Dany richtte zich op zijn wetenschappelijke onderzoekswerk. Hij werd een van de grootste experts op het gebied van economische innovatie, schreef daarover meerdere boeken (waaronder zijn strategische oratie over strategie; het bloed kruipt waar het niet gaan kan) en overleed als hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam en lector creatieve economie aan de KHU in Utrecht. 



Zijn overlijden kwam als een schok en ik ging naar de drukbezochte afscheidsbijeenkomst in Zutphen. Zijn partner Marjanne Dirksen noemde  in zijn overlijdensadvertentie veel herkenbare eigenschappen van Dany. Ik houd het op zijn eigen samenvatting van de trickster: onvergetelijke Dany was lastig, listig en lustig.