Posts tonen met het label Zwijndrecht. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Zwijndrecht. Alle posts tonen

woensdag 7 juni 2023

Aanvulling 1 op Een halve eeuw politiek verleden: links verleden Zwijndrecht

 In herinnering nummer 6 schreef ik over de oprichting van de PPR in Zwijndrecht in 1974.  Ik schreef dat het bij mijn weten in 1974 met de Politieke Partij Radicalen voor de eerste keer een partij links van de sociaal-democratie meedeed aan de gemeenteraadsverkiezingen in deze plaats. Later dacht ik: klopt dat wel? In aflevering 19 schreef ik over de revolutionair-socialist Henk Sneevliet (historicus van revolutionair-socialistisch verzet), in 1942 met zijn makkers vermoord door de nazi's. Er schoot me te binnen dat er uitgerekend van zijn Revolutionair-Socialistische Arbeiderspartij een afdeling was geweest in Zwijndrecht, volgens Herman Pieterson in het boek Linkssocialisme tussen de wereldoorlogen.



RSAP in 1935

Ik heb het boek erop nageslagen en gegoogled op sites met verkiezingsuitslagen. En daaruit blijkt dat de RSAP in 1935 mee heeft gedaan aan de Zwijndrechtse gemeenteraadsverkiezingen en daarbij met 96 stemmen 1,97% scoorde. Niet genoeg voor een zetel, maar toch. In 1939 deed de RSAP niet meer mee en was de afdeling verdwenen. De relatief sterke afdeling in Dordrecht was er nog wel. In 1935 kende de afdeling achttien leden, 5 daarvan waren lid van de vakcentrale NVV, 5 van het linksere NAS en 5 waren jonger dan 25 jaar.

Dee Lijst extreem-linkse personen CID, opgesteld door de Centrale Inlichtingen Dienst CID opgesteld in 1939, bevat vier Zwijndrechtse RSAP'ers:

- Leendert Vervelde, voorzitter van de afdeling in 1935, in 1938 geen lid meer;

- Hendrik Kreukniet (arbeider), secretaris afdeling 1938;

- James Rietdijk (arbeider), voorzitter afdeling 1938;

- L. van Wijngaarden (stratenmaker), kandidaat gemeenteraad 1935, ex-secretaris.

CPN en PSP na de oorlog

Bij het zoeken kwam ik erachter dat ook na de Tweede Wereldoorlog andere linkse partijen hadden meegedaan aan Zwijndrechtse gemeenteraadsverkiezingen. De Communistische Partij van Nederland (CPN), na de bezetting populair door de rol in het verzet, haalde in 1946 maar liefst 8,8%; vier jaar later was dat gehalveerd, in 1953 deed de partij niet meer mee. De links-socialistische Pacifistisch-Socialistische Partij (PSP) haalde in 1966 een verrassende 5,4%, waarvan in 1970 bijna niets over was. Over dat eenmalige succes van de PSP moet dus een apart verhaal te vertellen zijn.

Hoe dan ook: met mijn eerdere opmerking over het linkse verleden in Zwijndrecht zat ik er dus flink naast, er zijn wel degelijk linkse voorgangers van de PPR geweest.

Nu ik toch bezig ben: over die PPR verscheen naar aanleiding van een reünie een mooie bundel met wetenschappelijke opstellen, De Politieke Partij Radicalen 1968-1990. Macht uit het zadel. Een erg interessant boek, dat mijn eigen herinneringen in perspectief plaatst en laat zien dat de PPR een radicale visie op mondiale ongelijkheid, democratisering en milieupolitiek combineerde. Het boek bevestigt me in mijn mening dat de PPR van de vier partijen die aan de wieg van GroenLinks stonde ideologisch de meeste invloed had en heeft binnen GroenLinks.


Ten slotte: in de aflevering over mijn werk als historicus van revolutionair-socialistisch verzet komt veteraan Maurice Ferares voor. Maurice overleed eind vorig jaar op 100-jarige leeftijd overleed, de laatste der trotskistische veteranen. Zie ook In Memoriam en Maurice Ferares 100 jaar.








zondag 6 februari 2022

Hoe Zwijndrecht radicaal werd opgeschud. Een halve eeuw politieke herinneringen, aflevering 6

 Samen met mijn vriend Peter Penning was ik in Zwijndrecht in 1974 een van de oprichters van de plaatselijke afdeling van de PPR, de Politieke Partij Radicalen, een van de partijen die is opgegaan in GroenLinks. Eigenlijk moet ik hier aktiecentrum zeggen, want zo heetten afdelingen in de PPR.


De oprichters, ik zit tweede van links

Op de foto uit het huis-aan-huisblad Hier Zwijndrecht van 6 maart 1974 zit ik op de bank met medeoprichter en later raadslid Cor Crans, Peter en bestuurslid Jaap van der Torre. Peter was iets eerder lid geworden dan ik. Beiden waren we het jaar daarvoor al actief geworden in het Dordtse Chili Komitee en deelden we folders over de coup in Chili uit in de Dordtse binnenstad. We herinneren ons nog vergaderingen in het Hof, de historische plaats waar de eerste Statenvergadering van de Republiek der Nederlanden had plaatsgevonden in 1572. De val van de linkse regering van Salvador Allende in Chili was voor ons een emotionele en vormende ervaring, ik zie de beelden van Achter het Nieuws over de schietpartijen rond het Moncada-paleis en het oppakken van de linkse activisten nog voor me. Chili 1973 staat voor mij en mijn politieke generatie in hetzelfde rijtje als de val van de Muur, 9/11 en de moord op Fortuyn: gebeurtenissen die het politieke en maatschappelijke klimaat ingrijpend veranderden.


De oprichting van de Zwijndrechtse PPR stond in het teken van de gemeenteraadsverkiezingen van 29 mei van dat jaar. De PPR ging daaraan meedoen, het was bij mijn weten de eerste keer dat er in Zwijndrecht een partij links van de sociaal-democratie deelnam aan de raadsverkiezingen. Mijn keuze had ook op de PSP kunnen vallen, al is het maar vanwege de iconische poster met blote vrouw en koe in het weiland, nog steeds hèt beeld van de jaren zeventig. De PSP had echter geen afdeling in Zwijndrecht en de PPR leek in de behoudende tuindersgemeente, die snel aan het groeien was door Rotterdamse import,  een veiliger en acceptabeler keus. De PPR had bovendien de wind mee en was bij de Tweede-Kamerverkiezingen van 1972 van drie naar zeven zetels gegaan onder leiding van Bas de Gaay Fortman. Deelname aan het roemruchte kabinet Den Uyl was daarvan de beloning. Op ons Develsteincollege was er rond die verkiezingen ook een bijeenkomst geweest. Die werd voorgezeten door onze weinig subtiele vriend Ger Tempel, die een schoolgenoot die zich nieuw-rechts noemde introduceerde met: “Hier komen dan de neo-fascisten en en als Ben aan de macht komt, weet ik zeker dat ik in een concentratiekamp kom’. Tijdens die campagne waren we ook een keer naar een bijeenkomst met aartsvijand Hans Wiegel in het Dordtse Kunstmin geweest, waar we in de pauze een vier pils op kosten van de heer Wiegel bestelden, die na enige aarzeling gewoon voor ons werden neergezet door de bediening.

De redactie van onze schoolkrant in 1974. Ik sta tweede van links, Peter zit naast me.

Ik herinner me dat we besprekingen hadden met de weinig radicale Zwijndrechtse PvdA, met Ger-Jan Vogelaar en PI Veenstra. Beiden zouden lang als wethouder actief zijn. Veenstra was mijn oude hoofdonderwijzer op basisschool De Rank, een typische strenge maar rechtvaardige Friese sociaal-democratische onderwijzer. Hij werd later nog dominee en toen ik hem bij een lagere-schoolreünie ontmoette in de tweede helft van de jaren negentig geestelijk raadsman.

Met de PvdA’ers hadden we het onder andere over Keerpunt 72 van PvdA, D66 en PPR en over het PPR-rapport Barsten in de groei. Wat ik niet meer wist en in het stuk in Hier Zwijndrecht staat, is dat we voor de raadsverkiezingen ook een gezamenlijk programma opstelden. We namen wel zelfstandig deel aan de gemeenteraadsverkiezingen. Mijn broer Peter en ik stonden op de lijst; Peter Penning die die zomer naar Utrecht zou verhuizen, niet. Van de campagne weet ik zelf niets meer, Peter vertelde me dat we als actiepunt het verkeersluw maken van de drukke Da Costastraat hadden en dat ons dat veel stemmen opleverde.


Bij de verkiezingen haalden we met 842 stemmen 5,27% van de stemmen en kwamen we in de gemeenteraad en de PPR en later GroenLinks zijn daar ook altijd ingebleven. In 2018 haalde GroenLinks 1056 stemmen, 6,29%. Cor Crans was vanaf 1974 gedurende lange tijd het gezicht in de raad. Cor was onderwijzer en werd ook directeur van de landelijke filmkeuring. Daar kwam hij nogal eens in conflict met de filmwereld en hij was het hartgrondig oneens met de opheffing van de keuring in 2021. Hij maakt zich nog steeds sterk voor een vak Kijkkunde in het onderwijs. Cor Crans was in 1974 net als Peter en ik pijproker en Cor blijkt dat nog steeds te zijn, hij maakt zich hard voor dit culturele erfgoed: “Laat ik voorop stellen dat pijp roken helemaal niets te maken heeft met vijf minuten ordinair paffen in een rookhol. Het is dan ook zeker geen verslaving. Het gaat mij als pijproker om een bepaalde levensstijl. Je neemt er ruim de tijd voor en je drinkt ondertussen een goed glas wijn of whisky. Noem het maar het grote genieten.” (BN-De Stem, 14-8-08).


In 1974 en 1975 groeide het plaatselijke PPR-aktiecentrum en werden er verhitte discussies gevoerd over de rol van Roel van Duijn in het Amsterdamse college en de aanleg van de metro in de Nieuwmarkt. Toen ik in 1975 geschiedenis ging studeren kwam ik in een radicalere omgeving terecht en ging de PPR me met zijn te grote nadruk op individuele gedragsverandering minder aanspreken. De ironie wil wel dat op het PPR-verkiezingsaffichte van 1974 pontificaal een oerhollandse fiets prijkte en dat ik nu sinds 2008 lobbyist ben van de Fietsersbond (opgericht in 1975) .