vrijdag 29 april 2022

Over twee radicale schrijfsters en hoe de cirkel rond werd. Een halve eeuw politieke herinneringen, aflevering 14.

 17 april 2019, in de Amsterdamse Hoftuin tref ik schrijfster Marja Vuijsje, naar aanleiding van haar nieuwe boek Oude Dozen, een min of meer feministische leesgeschiedenis. Eerder had ik al haar mooie biografie van Joke Smit en haar ogenschijnlijk luchtige boek over haar loodzware familiegeschiedenis Ons Kamp gelezen – Marja’s vader overleefde Auschwitz omdat hij trombone speelde. Het was op de kop af veertig jaar geleden dat Marja en ik elkaar gezien hadden en we  praatten uren bij over oude bekenden en over onze wederwaardigheden.


Oude Dozen had me erg geraakt, als historicus en als generatiegenoot en politiek geestverwant. Het is een  autobiografisch werk met een unieke invalshoek. Aan de hand van boeken over feminisme (en socialisme) die mensen in Amsterdam opruimen en langs de straat zetten (zoals De schaamte voorbij en The Golden Notebook, maar ook Inleiding tot de marxistische economie van Ernest Mandel) beschrijft Marja de linkse politieke cultuur vanaf de jaren zeventig, als trefzekere observator. Ze herleest de boeken, probeert te verklaren waarom ze zo populair waren en beschrijft de milieus waarin ze gelezen werden en vooral ook haar vriendschappen.

Herkenbaar voor mij, omdat de wegen van Marja en mij elkaar kruisten aan het eind van de jaren zeventig. Marja was korte tijd net als ik lid van de trotskistische Internationale Kommunistenbond, zij werd lid via een vriendin in de feministisch-socialistische beweging. Wij maakten beiden deel uit van een kritische stroming. Bijzonder van de Vierde Internationale (waarvan de IKB deel uitmaakte) was dat er tendensrecht was: leden konden in de aanloop naar een congres statutair een oppositiegroep vormen en hadden recht op faciliteiten en gelijke spreektijd op het congres.

Onze tendens vond dat de vrouwenbeweging en andere nieuwe sociale bewegingen niet ondergeschikt of minder waren dan de klassieke arbeidersbeweging en bekritiseerde ook het hyperactieve organisatiemodel, waarin je dag en nacht moest klaar staan voor van alles en nog wat; een hyperactivisme dat uiteindelijk gebaseerd was op een groteske zelfoverschatting van de eigen rol. Internationaal werd er gesproken over de “crisis van het militantisme”, waar de Franse sectie LCR een heel nummer van het theoretisch orgaan Critique Communiste aan wijdde. In Engeland was er een soortgelijke oppositietendens, die spottend “feesttendens” werd genoemd. In Nederland maakte de meerderheid daar “gezelligheidstendens” van, een benaming die we – zo gaat dat - maar als geuzennaam aannamen.

Het treffende omslag van het nummer van Critique Communiste

En gezellig en intens waren die bijeenkomsten van de tendens zeker en vast, met Marja, mijn Utrechtse vriend Hugo van Hamersveld, de Amsterdammers Gezien van de Riet, Jeroen Strengers en Herman Ubachs en de Nijmegenaren Harrie Lindelauff en Wilma Roland. Ik herinner me bijeenkomsten bij Gezien in de Amsterdamse Tolstraat, eten bij een Turks restaurant in de Pijp en drinkgelagen in Amsterdamse cafés. Zo stonden we een keer zo’n beetje op het biljart met een alternatieve tekst mee te blèren met In the Navy van The Village People. Het was spannend en inspannend om zo’n oppositierol te vervullen, het smeedde een hechte band. Zeker Hugo en Marja waren verbaal spitsvondig in hun ironisch commentaar op de gebeurtenissen, ironie en zelfspot waren sowieso belangrijk om ons op de been te houden.

Een kleurrijk figuur was Herman Ubachs, een van de eerste jongeren die in de jaren zestig het trotskisme had herontdekt en zoon van Herman Vonk, die het bescheiden blaadje Rooie Berichten met een vooroorlogs uiterlijk uitgaf. Herman runde met zijn moeder de kantoorboekhandel in de Van Woustraat en zou later zakelijk leider van toneelgroep Internationale Nieuwe Scène in Antwerpen worden en bourgondisch restauranteigenaar in Amsterdam. Ik herinner me een rit naar Nijmegen in zijn auto, waarin hij zo druk aan het redeneren was dat we pardoes in Duitsland terecht kwamen. Na de bijeenkomst in Nijmegen hadden we een knalfeest in het huis waar Harrie woonde, met stampende jazz van Archie Shepp op de draaitafel. Hugo en Marja hadden inmiddels een affaire, de avond eindigde dat ik probeerde te slapen terwijl Marja en Hugo naast me in het bed gezellig aan het vrijen waren.

In de aanloop naar het congres hielden veel van de aanhangers van onze tendens het overigens al voor gezien, vooral een groep in mijn Utrechtse afdeling. Op dat Vierde IKB-congres van 1979 in Elst kreeg onze tendens geen poot aan de grond, we werden ook niet erg serieus genomen omdat we geen uitgewerkt politiek platform hadden. Dat klopte ook wel, in de zin dat we vooral een intuïtieve afkeer hadden van een meer orthodoxe benadering die aan kracht won. De meerderheid zette op dit congres de eerste stappen op weg naar de “proletarische oriëntering”. 

Op het congres werd ik als lid van de tendens in het landelijk bestuur (het “Centraal Comité) gekozen, maar ik stond er zo goed als alleen voor. Marja, Hugo, Herman en anderen verlieten na het congres gedesillusioneerd de organisatie. Marja schrijft in Oude Dozen: “Van alle deelnemers aan de “gezelligheidstendens”  die de IKB vaarwel zeiden was ik waarschijnlijk degene die er het minst onder leed. Ik was slechts een blauwe maandag lid geweest, en mijn leven was ook in die periode niet beheerst geweest door activiteiten en met en tussen andere IKB’ers. Maar er waren ook uittreders die in één klap hun sociale omgeving kwijt waren, en erg verdrietig werden van de kilheid waarmee ze vervolgens door de rechtlijnigen onder de trotskistische kameraden werden behandeld”. Zelf bleef ik lid vanwege loyaliteit aan de organisatie met zijn anti-fascistische en anti-stalinistische traditie.

Christine Otten in 1980

Een paar maanden na het congres ontmoette ik op de zomerschool van de IKB in Santpoort Christine Otten, toen een rebelse en spontane meid uit een radicale Deventer familie en middelbare-scholiere. Christine werd mijn eerste echte vriendinnetje en kwam na haar eindexamenjaar naar Utrecht. Ze werd actief in onze jongerenorganisatie Rebel, werd journaliste en uiteindelijk een origineel en geëngageerd romanschrijfster. Ze heeft een geweldig vermogen om in de huid van anderen te kruipen, van zwarte Amerikanen in de marge tot vluchtelingen en gevangenen, en schreef een inmiddels imposant oeuvre. En Christine heeft net als Marja het politieke hart gelukkig nog altijd op de goede plaats. Beiden schrijven (in Oude Dozen en in De ander bestaat niet) ook met grote sympathie en bewondering over Sal Santen, de Amsterdamse internationale trotskistische leider van na de Tweede Wereldoorlog, die zijn politieke werk uiteindelijk staakte om te gaan schrijven – en hoe.

Het optreden in de Vondelkerk, rechts Maja Vuijsje

Christine is nog steeds een vriendin en met haar bezocht ik op 6 november 2021 een bijzonder concert van Marja in samenwerking met de Chileense componist Patricio Wang en zijn muzikaal ensemble, in de Amsterdamse Vondelkerk. Op het programma in dit prachtige decor schitterende emotionele protestliederen als Te Recuerdo Amanda van Victor Jara en Gracias a la Vida van Violeta Para, Marja presenteerde en declameerde.


Na afloop nam ik deze foto van Christine en Marja, waarmee deze cirkel rond was en de schitterende en wijze poëzie uit Joni Mitchells The Circle Game me te binnen schiet:

We're captive on the carousel of time

We can't return, we can only look

Behind, from where we came

And go round and round and round, in the circle game

zaterdag 16 april 2022

Boekverkoper en redacteur, mijn jaren in het boekenvak. Een halve eeuw politieke herinneringen, aflevering 13.

 Van 1982 tot 1993 stond mijn leven in het teken van het boek, of beter gezegd van het linkse boek. In de eerste helft als vrijwilliger bij linkse boekhandel De Rooie Rat in Utrecht, in de tweede helft als redacteur bij uitgeverij Sua in Amsterdam.

De Rooie Rat was een begrip in Utrecht en daarbuiten, de grootste linkse boekhandel in Nederland, eerst in de Raadskelder en later in een mooi groot pand aan de Oude Gracht. Het was een ontmoetingsplaats voor heel links, van PvdA tot aanhangers van het Rood Verzetsfront en dat weerspiegelde zich ook in het assortiment, waar Stalin en Trotsky broederlijk naast elkaar stonden – een unicum. 

De Rooie Rat was een collectief van vrijwilligers en werd gerund door drie beroepskrachten, Theo Gielen, Bartho Hendriksen en Berd Bruins. Het collectief vergaderde zoals het hoorde in die tijd elke week, vraag me niet meer waarover we wel en niet allemaal discussieerden. Ondertussen werd de koers vooral bepaald door de beroepskrachten en in het bijzonder door Theo, die heel erg voor het collectief was maar ondertussen graag aan de touwtjes trok. Een heikel punt was de verkoop van romans, waarbij rekkelijken zoals ik (alles wat geëngageerd was)  stonden tegenover de preciezen (alleen romans met een expliciet politieke inhoud). 


Ik begon als vrijwilliger na mijn afstuderen, stond een keer per week in de winkel en was verantwoordelijk voor de Duitse import. Hoogtepunt waren de reizen naar de Frankfurter Buchmesse, met zijn eindeloze hoeveelheid boeken in de grote hallen, borrels aan het einde van de middag in de Nederlandse hoek, de mannen in pak die s’ochtends om elf uur al aan het bier en de Bratwurst begonnen en het logeren in de alternatieve woongroep van onze kennis Marianne Kröger aan de Mainzer Landstrasse. Mooi was het programma dat we maakten in het kader van het 15-jarig bestaan in 1986, met een brochure over de geschiedenis van het linkse boek in Utrecht, een discussieavond over de Spaanse burgeroorlog en een knallend feest in Rasa, nog zo’n legendarische Utrechtse pleisterplaats. In de brochure interviewde ik Fernanda van Hamersveld, de moeder van links Utrecht en van Hugo, mijn boezemvriend in die tijd, over de in 1916 opgerichte linkse kantoorboekhandel van haar vader Herman Kapteijn, in de oorlog een geheim adres van de illegale CPN.

Receptie 15 jaar Rooie Rat. Met collega-vrijwilliger Marina van Hoek (rechts) en Boy en Christiane van V an Gennep.

Forum 15 jaar Rooie Rat: Met Beatrijs Ritsema, Hans Achterhuis en voorzitter Will Tinnemans
  
Debat over Spaanse Burgeroorlog met radencommunist Cajo Brendel en CPN'er Piet Laros (15 jaar Rooie Rat)

De Rooie Rat bestaat inmiddels niet meer, door het verdwijnen van de aantrekkingskracht van links en de opkomst van internet werd het steeds moeilijker om het hoofd boven water te houden. In 2015 sloot de winkel de deuren, een symbolisch feit dat de nodige aandacht kreeg in de landelijke pers. Daarmee verdween niet alleen een naam, maar ook een imposante collectie (boeken over politieke theorie, landenstudies, vrouwen- en homostudies, alternatieve strips en protestmuziek).

Die sluiting maakte ik zelf al lang niet meer mee, omdat ik in 1987 bij Uitgeverij Sua was gekomen. De zittende redacteur was Joost Lagendijk, oud-studiegenoot en ook oud-medewerker van de Rooie Rat. Joost vertrok bij de Sua en maakte mij attent op de ontstane vacature. Zo begon ik in het voorjaar van 1987 als redacteur bij het kleine zusje van de grote linkse uitgeverijen Van Gennep en SUN. De Sua was ontstaan uit de studentenvakbond Asva en had nog altijd veel banden met de` Universiteit van Amsterdam. Inhoudelijk was de uitgeverij meer en meer van klassiek links in vaarwater van het populaire poststructuralistische discours gekomen – een stroming die mij persoonlijk nooit aangesproken heeft.

Er was een kundige redactieraad, die formeel besloot over het al dan niet uitgeven van manuscripten. De dagelijkse werkzaamheden werden gerund door twee redacteuren (naast mij eerst Jansen Schöttelndreier en later Marieke Hilhorst), een financieel medewerker (stille kracht Nico van Lieshout) en een verkoop/pr-medewerkster (achtereenvolgens Karen Peeters, Ruth Buwalda, Caroline Damwijk – inmiddels directeur van Libris – en Rita van Hoek). We werden in eerste instantie aangenomen met een niet-geheel legale constructie, later kregen we een echt minimumloon – het waren de jaren tachtig, waarin afgestudeerde werkloze academici met alles blij waren. In totaal was ik bij de uitgave van zo’n honderd boeken betrokken (uitsluitend non-fictie: proefschriften, sociaal-wetenschappelijke studies, kunsthistorische theorie, herinneringen en reisgidsen).

Een van de meest bijzondere mensen die ik tegenkwam was Anil Ramdas, die zijn afstudeerscriptie De strijd van de dansers bij ons aanbod. Ik herkende onmiddellijk de sprankelende intellectuele kracht van Anil en zijn boek, een hoogst originele analyse van maatschappelijke verhoudingen op Curacao. We gaven het boek uit en Anil kwam ook in onze redactieraad. Hij zorgde er mede voor dat we werk van Stuart Hall - zijn analyses van de hegemonie van het Thatcherisme; met hem gingen we uit eten als voorbereiding op een optreden bij De Balie -, Aristide Zollberg (migratie) en Pierre Bourdieu (nog niet in het Nederlands vertaald) konden uitgeven.

. Dat Anil uiteindelijk het leven niet meer aankon is nog steeds moeilijk te bevatten, een blijvend verlies voor het onafhankelijke en creatieve denken in Nederland.


Bijzonder was ook de uitgave van Herinneringen van een joods meisje van Eva Schloss, die  Anne Frank had gekend en de tweede vrouw van Otto Frank. Die succesvolle uitgave was mogelijk gemaakt door redactieraadslid en medewerkster bij de Anne Frank Stichting Dienke Hondius.

Trots ben ik op de Odyssee-reisgidsenserie. Rooie Ratter Bartho Hendriksen en Leo Plavoet namen het initiatief, in eerste instantie vertaalden en bewerkten we Rough Guides, later maakten we volledig eigen reisgidsen boordevol achtergronden en praktische informatie. Dat was een redactioneel en productietechnisch monsterklus, denk alleen aan alle speciale tekens in het Tsjechisch met de eerste generatie desk top publishing…. Leo en Bartho zijn er tot op de dag van vandaag in geslaagd de serie overeind te houden, een prestatie van formaat. Een heel bijzonder exemplaar in de reeks was dat over Zuid-Afrika, de eerste reisgids over Zuid-Afrika in de overgangsfase na de apartheid, geschreven door de journalisten Evelien Groenink en Bart Luirink, beiden actief in de Anti-Apartheidsbeweging Nederland.

Mooi was ook de door mij geïnitieerde reeks waarin bekende journalisten schreven over steden waar ze een passie voor hadden, zoals Rudie Kagie over New York, Henk van Gelder over Londen en Ineke van den Bergen over Berlijn. 

Andere titels die eruit springen: het baanbrekende proefschrift over seksueel geweld tegen vrouwen en traumatisering van Nel Draijer; dat van Jet Bussemaker over economische zelfstandigheid van vrouwen; een bundel over de affaire rond Rushdies Duivelsverzen, met een open brief van Ahmed Aboutaleb (volgens het colofon “journalist bij Veronica, directeur van Migranten Televisie MTV in Den Haag en programmamaker bij MTV in Amsterdam” met een oproep om islamitisch fundamentalisme niet de schuld van alles te geven); reportages over de val van het communisme in Oost-Europa door mijn Utrechtse kennis Will Tinnemans.

Met Sua op Amsterdamse uitmarkt. Ik sta links, naast me Jeroen Boomgaard (Kunstreeks), rechts collega Nico van Lieshout.

De uitgeverij had moeite om overeind te blijven. De boeken verschenen in kleine oplagen (gemiddeld 1500 exemplaren) en vaak lukt het niet om quitte te spelen. De enkele titels die goed liepen brachten onvoldoende extra geld in het laatje om echt stappen vooruit te zetten. Dat was voor de werksfeer niet altijd prettig en leverde soms vervelende situaties op. Zo hadden we de vertaalrechten gekocht van de kritische Columbus-biografie van de Amerikaans-Nederlandse auteur Hans Koning. Door tegenvallende bestellingen van de boekhandel stopten we de vertaling halverwege, tot ongemak van mij en begrijpelijk onbegrip van de auteur.

Toen ik in 1993 van Utrecht naar Delft verhuisde was de pijp bij mij leeg en besloot ik te stoppen bij de uitgeverij. Vlak daarna nam de succesvolle uitgeverij De Geus de Sua over, de naam bleef nog korte tijd over als imprint maar verdween snel voorgoed uit het boekenvak. 

Zo verdwenen De Rooie Rat en de Sua, symbolisch voor de neergang van de linkse hegemonie in Nederland.


zondag 3 april 2022

De internationale van de fiets. Een halve eeuw politieke herinneringen, aflevering 12.

 18 mei 2019, Brussel: ik zit voor de achtste keer de jaarvergadering voor van de federatie van Europese Fietsersbonden (ECF). Tijdens de vergadering moet ik even gaan plassen en laat ik het voorzitten aan mijn Deense collega-voorzitter Jette Gottsche. Bij terugkomst bij de zaal zie ik allemaal besmuikt lachende gezichten. Ineens dringt het tot me door dat ik mijn headset nog op heb en dat iedereen heeft kunnen meegenieten van mijn geklater. Ik doe het enige dat kan na zo’n blunder: naar mijn hoofd grijpen en zelf even hard meelachen.


Met collega-voorzitter Jette Gottsche

Het leuke van mijn functie bij de Fietsersbond is dat ik als verantwoordelijke voor de internationale contacten steeds naar die jaarvergaderingen, naar het grote fietscongres Velo-city en andere buitenlandse bijeenkomsten mag. Op de jaarvergaderingen (meestal met 50-75 deelnemers) gaat het om lobby op Europees niveau en om uitwisseling van ervaringen, bij Velo-city (750-1500 deelnemers) vooral om het uitwisselen van kennis. Plaatsen die ik zo heb bezocht zijn Brussel, Kopenhagen, Stockholm, Bremen, Berlijn, Nantes, Straatsburg, Parijs, Milaan, Sevilla, Lissabon, Brno, Tczew, Dublin, Manchester, Belgrado, Wenen en Bratislava. Tijdens die bijeenkomsten vertellen we fietsenthousiasten uit andere landen over het succes van de fiets in Nederland en de geschiedenis daarvan en horen we van ervaringen elders, grote en kleine, moeilijke èn inspirerende. Het is bijzonder om te zien dat zo’n eenvoudig vervoermiddel als de fiets tot een levendige internationale beweging heeft geleid, onze ECF is in bijna elk Europees land vertegenwoordigd. Een beweging bovendien die vooral bestaat uit bevlogen vrijwilligers.

In Sevilla met ECF-bestuursleden Morten Kerr, Doretta Vicini, Kevin Mayne en William Nederpelt (2011)

Mijn vuurdoop beleefde ik in 2008 in de prachtige Tsjechische stad Brno. Daar ontmoette ik bijvoorbeeld de innemende ECF-voorzitter Manfred Neun, mijn collega-lobbyist Fabian Küster en oude bekende Bernhard Ensink (secretaris-generaal (!) en tevens oud-directeur van de Fietsersbond). Dit trio stond in Brno en later borg voor een uitermate gründliche voorbereiding van de jaarvergadering. Ook ontmoette ik al op weg naar Brno vanuit Praag in een klein vliegtuig het Deense duo Jens Loft Rasmussen en Walther Knudsen, een bankmedewerker en een bibliothecaris, mannen naar mijn hart. Met hen bezocht ik na afloop van de vergadering nog de imposante Villa Tugendhat van Bauhaus-architect Mies von der Rohe, waarna we aan het eind van de ochtend op een druk terras al aan een halve liter van het onovertroffen Tsjechische pils zaten.

Jens Loft Rasmussen en Walther Knudsen, Wenen 2012


De algemene vergadering van de ECF in 1918 in Milaan

In 2010 in het Poolse Tczew was een bijzondere delegatie aanwezig van Oosteuropese vrouwen op  hakken en een mannelijke begeleider, die met een auto arriveerde. Ze vielen uit de toon, dat was duidelijk. De meeste vertegenwoordigers van de Fietsersbonden zijn casual gekleed of in sportieve fietskleding, deze mensen zagen er chiquer uit en mengden maar mondjesmaat met de groep. Toen we op mountainbikes een fietstocht gingen maken over de drassige oever langs de rivier Wisla en over kinderkopjes naar kasteel Malbork moest deze delegatie stevig afzien, het lukte ze maar net om op de fiets te blijven. Met behulp van Fabian Küster en Frans van Schoot ben ik erachter gekomen dat het om een delegatie ging van de Ukrainian Cycling Association. Hun lidmaatschap van de ECF heeft maar kort geduurd, hoe het precies zat weet ik niet meer; ik dacht dat ze de ECF vooral hadden gezien als een subsidieloket. 

De fietstocht in Tczew in 2010

In Tczew was ook een groep enthousiaste jongeren uit Kiev. Die is nog steeds aangesloten bij de ECF. Het enthousiasme en de expertise van jonge activisten uit Oost-Europa is sowieso indrukwekkend, dat merkte ik ook tijdens een ontmoeting in Belgrado met fietsorganisaties uit het voormalige Joegoslavië in 2014. De groep uit Kiev maakt nu met andere alternatieve clubs een krant met nieuws over de oorlog. Twee leden van de groep, Victor en Ksenia, verblijven sinds kort bij oud-voorzitter Manfred Neun in het Duitse Memmlngen.

Een erg geanimeerde editie van het Velo-city congres vond in 2013 plaats in het imposante gotische stadhuis van Wenen. Een van de sprekers was Fietsersbond-voorzitter en Gelderse CDA-gedeputeerde Marijke van Haaren.  Zij was er onder meer om mensen warm te maken voor de kandidatuur van Arnhem-Nijmegen om een volgende editie van het congres te organiseren. Toen Marijke aankwam belde ze mij op een  toon die geen tegenspraak duldde om naar het hotel te komen om haar presentatie door te nemen,  terwijl ik net kilometers verderop met een groep mensen in het Praterpark lag te chillen in de avondzon met een biertje, na een mooie massale fietsparade. 

De volgende dag hield Marijke haar verhaal op het hoofdpodium voor zo’n duizend congresgangers, waarna ze aan een forumdebat deelnam. De deelnemers zaten op het verhoogde podium op een grote sofa en laat Marijke nu een witte rok aanhebben die net over de knie kwam. Dat werd een gesprek in een bijzonder ongemakkelijke houding. Na afloop kreeg ik het verwijt haar niet gewaarschuwd te hebben voor de opstelling op het podium, alsof ik daarvoor verantwoordelijk was…. Overigens was Marijke de perfecte ambassadeur voor Arnhem-Nijmegen en werd het congres daar in 2017 gehouden, met een opening door Willem-Alexander. Hij drukte op een bel en dat was het, het protocol verbiedt dat de koning na een openingshandeling ook nog een toespraak houdt.


Marijke van Haaren presenteert op Velo-city in Wenen 2013

In Arnhem-Nijmegen was er na de fietsparade een feestavond rond het Honig-terrein, een vergaarbak van alternatieve bedrijfjes. Een grote Braziliaanse delegatie bouwde daar een geweldige party in de buitenlucht. Samen met collega Jaap Kamminga en Fietsersbond-directeur Saskia Kluit raakten we op een rustiger plek in gesprek met Shannon Galpin, een geweldige en inspirerende Amerikaanse vrouw die in Afghanistan gedurende tien jaar vrouwen aan het fietsen had gekregen. Op dit moment probeert Sharon nog om een groep wielrennende vrouwen veilig uit Afghanistan te krijgen. Het vrouwenwielrennen is nu door de Taliban verboden en de internationale wielrenbond zwijgt…..


Omslag van een van de boeken van Shannon Galpin


Tussen de feestende Brazilianen, Nijmegen 2017

Een laatste bijzonder moment: de reis met de Klimaattrein naar de klimaattop  in Kopenhagen eind 2009, samen met toenmalige directeur Hugo van der Steenhoven. Aan boord waren onder meer Jesse Klaver (toen nog CNV-jongeren) en Diederik Samsom. Het werd al snel een party-trein, totdat midden in de nacht het bier op was. Het vertrek van de trein in Utrecht was op het 8-uurjournaal en ik was een paar seconden te zien. Op die paar seconden beeld kreeg ik meer reacties dan op jarenlange noeste schriftelijke arbeid. It’s the image, stupid.

zondag 27 maart 2022

Het overlijden van Alain Krivine en van de geest van 68. Een halve eeuw politieke herinneringen, aflevering 11

 Op 12 maart overleed op 80-jarige leeftijd Alain Krivine, een van de hoofdrolspelers van Mei ’68 in Parijs en de bekendste trotskistische leider in Frankrijk. Een overlijden dat in Frankrijk veel aandacht kreeg, onder meer van de voormalige Eurocommissaris Pierre Moscovici en La France Insoumise-leider Jean-Luc Mélenchon,  beiden ooit politieke geestverwanten. Le Monde wijdde een groot artikel aan de overleden revolutionair die er tot het eind van zijn leven van overtuigd bleef dat revolutie mogelijk was en er “meer redenen dan ooit waren om in opstand te komen”. In Nederland kreeg het nieuws in de dagbladen daarentegen geen aandacht.



Ik zag Krivine optreden als leider van zijn Ligue Communiste Révolutionnaire in 1981, tijdens zijn campagne tegen Giscard d’Estaing. Bij Porte du Pantin in Parijs was er een grote manifestatie op een festivalterrein. Er waren veel muzikale optredens, waaronder van de linkse chansonnière Fransesca Solleville, zangeres van het prachtige Le Temps de Vivre. Het affiche voor het evenement was gebaseerd op het Russische suprematisme van na de revolutie, het heeft jarenlang op mijn Utrechtse kamer gehangen.


Wij bezochten die bijeenkomst met een groepje makkers uit Utrecht en Eindhoven, met de ruimte van Toneelgroep Proloog als uitvalsbasis. Op de achterkant van ons busje het affiche dat wij als IKB gebruikten in de Tweede-Kamerverkiezingen van dat jaar, Eenheid in de strijd tegen de crisispolitiek.




Onze Franse kameraden hadden een gehoor waarvan wij in Nederland slechts konden dromen. Tijdens de toespraak van Krivine zaten er duizenden mensen in de circustent, die aan het eind uit volle borst Vive la Quatrième Internationale, Vive la Quatriéme Internationale scandeerden en uiteraard De Internationale zongen: “Debout les damnés de la terre, debout les forçats de la faim”.”C’est la lutte finale, groupons-nous et demain, l’Internationale sera le genre humain”.


Krivine kwam uit een communistisch hogere-middenklassemilieu van uit Oekraïne afkomstige joden, werd op zijn zeventiende lid van de communistische jeugdorganisatie en werd door de Algerijnse onafhankelijkheidsstrijd aangetrokken door de stroming van de door Stalin vermoorde Russische revolutionair Leo Trotski. Ook twee broers van hem (Jean-Michel en Hubert) gingen dezelfde weg. De Jeunesse Communistes Révolutionnaire van Krivine gingen samen met de oude generatie trotskisten in de PCI en gingen gezamenlijk verder als Ligue Communiste, later LCR en tegenwoordig Nouveau Parti Anticapitaliste. Ze speelde een belangrijke rol tijdens de gebeurtenissen in Mei’68, in de beweging tijdens de Vietnam-oorlog en in ontelbaar veel latere acties. Als presidentskandidaat haalde hij in 1969 maar 1% van de stemmen, in 1999 werd hij wel gekozen in het Europees Parlement. Hij bleef tot zijn laatste snik actief binnen de NPA en de Vierde Internationale.

Krivine in gesprek met veteraan Pierre Frank tijdens de manifestatie in 1981

De LCR was voor ons in de jaren zeventig en begin jaren tachtig een groot voorbeeld. De partij had duizenden leden en sympathisanten (zij het dat de partij in 1981 een stuk kleiner was geworden dan in 1977) en presteerde het om enkele jaren lang een uitstekend dagblad uit te brengen, een echt huzarenstukje. Op vakantie in Frankrijk kon je het dagblad Rouge in elke kiosk kopen. In Parijs had de organisatie een volwaardige boekhandel, La Brèche in de Impasse Guemenee. In het theoretisch blad Critique Communiste schreven mensen als de surrealisme-kenner Michel Lequenne (vorig jaar overleden op 100-jarige leeftijd). Boven alles symboliseerde de LCR het revolutionaire Franse pathos. De jongeren waren sterk beïnvloed door Che Guevara en de guerillastrijd in Latijns-Amerika, aanleiding tot felle debatten met orthodoxere trotskisten als Gérard Filoche in de eigen organisatie en Pierre Lambert in de concurrerende OCI.

De JCR LC/LCR had naast Krivine nog twee andere spraakmakende leiders, naast een hele serie interessante leden en denkers: Daniel Bensaïd en Henri Weber. Beide soixante-huitards leven ook niet meer. Bensaïd kreeg Aids en schreef tijdens zijn ziekte vele boeken, waaronder zeer diepgaande en interessante memoires, Une lente impatience. Hij bleef tot aan zijn dood een van de Franse en internationale leiders. Bensaïd was een echte intellectueel, die in het verrechtste Nederland nooit enige aandacht kreeg. Weber volgde een andere weg, hij haakte in 1980 al af, hij kwam tot het inzicht dat er geen revolutionaire perspectieven meer waren en werd sociaaldemocraat in 1986. Hij bekleedde vele functies binnen de Parti Socialiste, was geliefd en gerespecteerd en behield tot aan zijn dood vriendschappelijke contacten met oude kameraden. Krivine, Bensaïd en Weber behoorden alle drie tot de naoorlogse joodse generatie in Frankrijk.


Alain Krivine, Daniel Bensaïd, Henri Weber

In zijn proefschrift noemde Jean-Paul Salles de LCR een leerschool voor de leden; en Henri Weber zei dat hij mensen die lid van de LCR waren geweest altijd herkende, hij noemde de LCR de Ecole Nationale d’ Administration (de Franse eliteschool) van links. Ik heb Krivine alleen die ene keer gezien, maar voor mij was hij een van de mensen die de stroming vertegenwoordigde die voor mij inderdaad een echte vormende leerschool was, een school waar ik heel veel geleerd heb en ook weer heel veel van heb moeten afleren. Dat Krivine als laatste van het leidende soixant-huitards LCR-trio is overleden maakt me – ik kan er niks aan doen – weemoedig, met Krivine is de geest van mei '68 definitief passé.

zondag 13 maart 2022

Hoe ik een condoom kreeg van Sharon Dijksma. Een halve eeuw politieke herinneringen, aflevering 10




Dit condoom kreeg ik in 1994 van Sharon Dijksma. In de aula van de TU Delft was een verkiezingsdebat over jongeren en studenten, waar ik als GroenLinkser aan deelnam. Sharon Dijksma zat ook In het forum, ze kon op dat moment als kandidaat voor de Partij van de Arbeid het jongste Kamerlid ooit worden. Ze werd daarom gevolgd door een televisieploeg van de Vpro, die in haar kielzog binnentrad toen het debat begon. Erg geïnteresseerd in de andere discussiedeelnemers leek Sharon eerlijk gezegd niet, toen ze weer vertrok deelden Jonge Socialisten de condooms uit.

Later, veel later kreeg ik als lobbyist van de Fietsersbond direct te maken met Sharon Dijksma als Kamerlid en staatssecretaris. In 2011 begonnen we een campagne tegen scooteroverlast en zij was het eerste Kamerlid dat daarin geïnteresseerd was. Ik sprak haar in haar werkkamer en daarna agendeerde ze het onderwerp in commissievergaderingen. Jarenlang zorgden de veel te hard rijdende en stinkende snorscooters op het fietspad voor scherpe controverses. De Fietsersbond stond samen met de gemeente Amsterdam, Milieudefensie, het Longfonds en Natuur en Milieu tegenover Anwb, Rai Vereniging, BOVAG en verzekeraars. Bijzonder is dat we als Fietsersbond door bemiddeling van een lid met een hoge positie op de Zuidas gebruik konden maken van adviezen van een ervaren internationale adviseur op het gebied van public affairs. Uiteindelijk kwam er na een jarenlang gevecht een algemene maatregel van bestuur die het gemeenten mogelijk maakte snorfietsen met een helmplicht naar de rijbaan te verplaatsen. Sharon Dijksma was als wethouder van Amsterdam degene die deze maatregel echt implementeerde in 2019. En Utrecht is de tweede stad die de maatregel nam, tijdens haar burgemeesterschap.




Als staatssecretaris bewees Sharon Dijksma een kundig en handig politica te zijn. Onder haar leiding kwam er een afsprakenkader over afsluiting van spoorwegovergangen door Prorail, waarbij de Fietsersbond samen met Wandelnet, Anwb en andere recreatieve organisaties betrokken was. Dat kader was nodig omdat Prorail te vaak afweek van bestaande afspraken en overgangen afsloot zonder naar goede alternatieven voor fietsers en voetgangers te kijken. Vooral rond de overgang bij het Laantje van Alverna bij Heemsteden was een fors conflict ontstaan. Gevolg van afsluitingen: te ver omfietsen en wandelen en daarmee aantasting van de fijnmazigheden van de fiets- en wandelnetwerken. Het afsprakenkader bepaalde vooral ook dat er integraal gekeken moet worden naar alle overgangen in een specifiek gebied, zodat een goede afweging kan plaatsvinden.

Ondertekening van het Afsprakenkader spoorwegovergangen. Sharon Dijksma met onder anderen Saskia Kluit (Fietsersbond), Paulus Jansen (Landelijk Fietsplatform) en Pier Eringa (Prorail)



Politiek nog belangrijker was het bestuursakkoord over fietsparkeren bij stations dat eind 2017 werd gesloten onder haar leiding. In de jaren vóór het staatssecretarisschap van Sharon Dijksma had minister Schultz voortdurend gezegd dat het Rijk zich niet meer moest bemoeien met het fietsparkeren bij stations. Er was een mantra dat slechts twee overheidslagen zich met een onderwerp mochten bezig houden en dit geval waren dat gemeenten en provincies. Als Fietsersbond vonden wij dat de stallingen integraal onderdeel zijn van het spoorsysteem en dat het Rijk ze financieel mede mogelijk moet maken. Met NS bereikten we bovendien na jaren van aftasten een mooi compromis, waarbij de gebouwde stallingen de eerste 24 uur gratis zijn, zodat de stationspleinen niet vol hoeven te staan met zeeën van fietsen. NS’ers Herman Gelissen en Kees Miedema en Prorailer Folkert Piersma speelden een grote rol in het realiseren van dat compromis.

Zonder het expliciet te zeggen brak Sharon Dijksma gedecideerd met het beleid van Schultz. Ze trok 40 miljoen uit voor uitbreiding van stallingen in een aantal grote steden en in het bestuursakkoord werden verdere afspraken voor de toekomst vastgelegd. ~Kortom, het Rijk was weer aan boord. In de volgende regeerperiode stelde Stientje van Veldhoven voort op deze wending door maar liefst 150 miljoen euro Rijksgeld ter beschikking te stellen voor de stallingen.

In het voorjaar van 2020, tijdens de Coronacrisis, was ik thuis aan het opruimen en kwam ik het condoom van Sharon tegen. Ik plaatste een foto op Twitter met de vraag “Weet je nog, @Sharon Dijksma?” en ze antwoordde:” Hahaha. Zeker, die hebben we door heel NL uitgedeeld toen! Ik vond vooral de merknaam hilarisch. Maar… dat je deze bewaard hebt Wim”.

Tsja, als historicus weet ik wat je wel en niet moet bewaren. En gebruikt was ie ook niet.

zaterdag 5 maart 2022

Solidair met Solidarnosc. Een halve eeuw politieke herinneringen, aflevering 9

 

Affiche over de coup van Jaruzelski (eigen verzameling)



Terwijl de afschuwelijke beelden van de Russische inval in Oekraïne keihard binnenkomen gaan mijn gedachten terug naar 13 december 1981. ’s Ochtends horen we dat er in Polen een militaire coup is gepleegd onder leiding van generaal Jaruzelski. Mijn kamer aan het Utrechtse Veemarktplein  verandert die dag in een lokaal aktiecentrum. Met de makkers van de anti-stalinistische Internationale Kommunistenbond bellen we al onze contacten en roepen ze op om ’s avonds te gaan demonstreren in Amsterdam en solidariteit te betonen met de Poolse arbeiders, verenigd in Solidariteit. Die avond demonstreren er duizend verontwaardigde mensen in Amsterdam, met zo’n honderd deelnemers uit Utrecht. Onze IKB is die avond zeer goed vertegenwoordigd, maar er zijn ook eurocommunistische CPN’ers van de partij.


De demonstratie in Amsterdam op zondagavond 13 december 1981

Die zomervakantie was ik met makkers Tjabring van Egten en Rob Gerretsen naar Polen gegaan om met eigen ogen te zien hoe de situatie in Polen was en hoe sterk Solidariteit. We verbleven in de Warschauwse wijk Praha bij Krystyna Kowalewska en haar moeder. Krystyna was een van de pioniers van het feminisme in Polen en we waren via-via met haar in contact gekomen. We gingen meegenomen stencilinkt afleveren bij het kantoor van Solidariteit. Op tv was er veel aandacht voor het congres van Solidariteit. We zagen niet alleen het wanstaltige Suikerpaleis en het fraai gerestaureerde centrum, maar ook de lege supermarkten en de mensen die uit alle hoeken en gaten tevoorschijn komen wanneer er goederen geleverd werden. Bij een café waar bier geleverd werd kwamen mensen aanlopen met glazen flessen waar tien liter bier in werd getapt. In een keurig restaurant met een zeer uitgebreide menukaart bleken er bij het bestellen alleen gebakken champignons te zijn.


Met Krystyna en haar moeder


Artikel over feminisme in Polen met Krystyna in Klassenstrijd, voorjaar 1981

Later bezochten we de bakermat van Solidariteit,  de befaamde Lenin-scheepswerf in de prachtige hanzenstad Gdansk, waar de vakbond in 1980 was opgericht na de legendarische massale staking. We bezochten de vader van Krystyna in Gdynia, een advocaat die ons inwijdde in het snel wegwerken van glaasjes wodka.


Ingang van de legendarische Lenin-werf


Bij de Lenin-werf.

Vervolgens gingen we naar Kraków, waar we kampeerden en waar Tjabring en Rob werden beroofd van een flink deel van hun bagage door bewoners van de flatwijk achter de camping. Rob en Tjabring gingen naar Auschwitz, wat ik op niet kon opbrengen, van de foto’s van Auschwitz die ik kende werd ik al onpasselijk. In Kraków gingen we ook langs bij kennissen van Krysztina, waar we in een volle huiskamer hoorden hoe mensen hun bewondering uitspraken voor de Paus en voor president Reagan. Op de een of andere manier drong dat rechtse geluid niet helemaal tot ons door, we namen dat niet helemaal serieus.

We voelden ons enorm verbonden met de Poolse arbeiders die protesteerden tegen het stalinistische bewind in het land. Bij de staking op de werf hadden ze een grootse overwinning behaald en de bond groeide uit tot veel meer dan een vakbond, een massabeweging met meer dan tien miljoen mensen, die opkwam voor de belangen van de arbeiders en voor democratische rechten. Op het congres van Solidariteit werd toen wij er die zomer waren gekozen voor een programma van arbeiderszelfbestuur. Na onze terugkeer in Nederland werd het in Polen het tegen een decor van economische schaarste spannender en spannender. Solidariteit bracht het regime verder en verder in het nauw, zou het vallen of zou er een reactie komen, al dan niet op initiatief van Moskou?


Na de overwinning. van de staking in 1980 en de erkenning van Solidariteit

Onze fascinatie en betrokkenheid kwam niet uit de lucht vallen. De trotskisten steunden de oppositie in Oost-Europa al sinds de Tweede Wereldoorlog . We steunden in mijn tijd theoreticus Rudolf Bahro (schrijver van Die Alternative) en zanger Wolf Biermann in de DDR. Zo probeerde ik vergeefs de Utrechtse studentenvakbond USF te te bewegen tot steun aan deze dissidente stemmen. Vlak na zijn verbanning uit de DDR zag ik Biermann optreden in de Amsterdamse Sonesta-koepelkerk. Onze internationale leiding onderhield contacten met het KOR van Jacek Kuron in Polen en met Charta 77 in Tsjechslowakije. Binnen Charta was Petr Uhl (eind 2021 overleden) een van de voormannen, hij steunde de Vierde Internationale en schreef een uitstekend boek met een programma voor arbeiderszelfbestuur, dat ik besprak voor ons blad Klassenstrijd. Tijdschriften waarin de oppositie aan het woord kwam en waar documenten van de Oosteuropese oppositie werden gepubliceerd waren Labour Focus on Eastern Europe, Gegenstimmen en L’Alternative, de redacties daarvan bestonden uit anti-stalinistische marxisten. 

Na 13 december 1981 kwam er In Utrecht een comité dat zich richtte op solidariteit met zusterstad Katowice. In Nederland bleef een handjevol mensen onder leiding van Jan Minkiewicz aandacht vragen voor de situatie in Polen, onder meer met een bulletin. In Polen zelf werd Solidariteit ondanks dapper verzet door de repressie langzaam maar zeker verzwakt. Vooral de radicale kernen werden aangepakt,  de meer gematigde stroming onder leiding van Walesa kreeg uiteindelijk de overhand. 

Brochure van het Utrechtse Polen Komitee


Na 1981 verschenen er boeken over de ontwikkelingen in Polen van onze geestverwanten Winfried Wolf en Yves Potel. Er kwam een Poolse miniatuur-uitgave van het blad Inprecor van de Vierde Internationale, dat het land werd ingesmokkeld. Samen met mederedacteur van het blad Links Theo Blom schreef ik in 1987 nog een balans van Solidariteit, waarin we nogmaals wezen op de massabeweging voor arbeiderszelfbestuur en op de morele kracht van de beweging; we spraken over een onbegrepen revolutie, door een beweging die probeerde de autonomie van de maatschappij terug te veroveren op de staat: “De morele kracht van Solidarnosc in de korte legale periode heeft geen precedent in de geschiedenis van de arbeidersbeweging. Ongetwijfeld is dit het meest onbegrepen aspect van de Poolse revolutie. Ironisch genoeg zou de sleutel tot begrip hiervan wel eens kunnen liggen in de combinatie van de waarden van de arbeidersbeweging en die van het Christendom, een combinatie die zeer kenmerkend was voor Solidarnosc (een naam die niet toevallig gekozen is).” Onze analyse werd nog vertaald in het Duits en Frans in bladen voor arbeiderszelfbestuur.

Extra nummer van Klassenstrijd in de week na 13 december

Op 20 december, zes dagen na de staatsgreep, was er een tweede demonstatie in Amsterdam. Het stel dat we in Kraków hadden ontmoet was daar ook, we zagen hen met verwondering en onbegrip kijken naar de grote aanwezigheid van rode vlaggen en linkse groepen bij de demonstatie. Achteraf gezien vertelt dat moment boekdelen. We waren solidair met Solidariteit en terecht. Wij zagen de massabeweging van arbeiders die Solidariteit was en dachten dat het programma van arbeiderszelfbestuur het wezen was, maar we onderschatten ondanks onze erkenning van de morele dimensie de enorm grote rol van het Poolse nationalisme en van de katholieke kerk. Dat katholieke nationalisme was geen oppervlakkig sausje of vals bewustzijn. Solidariteit was een heterogene massale sociale beweging, waarin het katholieke nationalisme definitief de overhand kreeg na uitschakeling van de radicale arbeidersvoorhoede.


Het stuk van Theo en mij in het Duitse blad Selbstverwaltung



zondag 20 februari 2022

De liquidatie van mijn Zuid-Afrikaanse vriend Mark. Een halve eeuw politieke herinneringen, aflevering 8.

 Dinsdag 23 december 2014, in een vakantiehuis op Terschelling: Audry krijgt ’s ochtends een bericht in Messenger uit Zuid-Afrika: “Er is een overval geweest. Mark is neergeschoten en is overleden”. We horen in de dagen daarna wat er gebeurd is van Mark’s vrouw Emelia. Mark-Anthony Williams was ’s nachts aan het werk in zijn huis aan de Creusot Avenue in Pretoria West. Er kwam een executiepeloton binnen. Mark werd doorzeefd met vijf kogels, hij beschermde met zijn lichaam nog de toegang tot de badkamer waar Emelia en de kinderen zich verstopten. Zijn laptop en telefoon werden meegenomen door de overvallers. Emelia wist het zeker: Mark was het slachtoffer van een politieke afrekening, omdat hij als topambtenaar op het ministerie van Water en Bosbouw een grote corruptieaffaire op het spoor was gekomen.

Op Oudejaarsavond reisde ik vanaf een leeg Schiphol via Londen en Kaapstad naar East London in de Oostkaap voor de begrafenis van Mark.

Mark bij vertrek uit Delft eind 1999

We leerden Mark kennen omdat Audry en ik deelnamen aan het programma Dutch Friends van het toonaangevende internationale waterinstituut IHE in Delft. Mark arriveerde daar in het najaar van 1998 voor een postdoctorale cursus in watermanagement. Wij kregen hem toegewezen als student in het ruime jaar dat hij in Delft was en al snel ontwikkelde zich een hechte vriendschap. Mark was leergierig, nieuwsgierig en politiek geëngageerd. Hij was toen hij aankwam geen specialist in watermanagement, maar civiel ingenieur. Hij was in het Zuid-Afrika van na de apartheid als vertrouweling van minister Kader Asmal op het ministerie van waterzaken benoemd. In Delft moest hij keihard werken om de cursus met succes te voltooien.

Na zijn terugkeer naar Zuid-Afrika hielden we via email contact. Hij haalde ons over om met onze kinderen naar Zuid-Afrika te komen en relativeerde de verhalen over het geweld in het land. Zo stuurde hij een kaart met daarop restaurant Den Anker in het Waterfront van Kaapstad, waar Belgische bieren, bitterballen en mosselen op het menu staan. We gingen drie keer drie weken naar Zuid-Afrika, in 2001, 2004 en 2011 en verbleven steeds de eerste week bij Mark en Emelia en hun kinderen Lauren en Scott, in het huis waarin hij vermoord zou worden. Via Mark en Emelia leerden we familieleden en vrienden kennen, zoals Kelvin Vollenhoven en Stanley Henderson. We werden voor altijd verliefd op het schitterende, gastvrije en ondanks alle geweld en tegenslagen optimistische land.


Mark werd geboren in de kleurlingentownship Park Side in East London. Zijn ouders Cyril en Freda werken in onderwijs en in het ziekenhuis. Mark ging naar school in East London en ging daarna studeren in Kaapstad in 1985. De studie kon hij toen door de politieke onrust van die tijd niet afronden. Pas in 1995 haalde hij een diploma aan het Peninsula Technical College als elektrisch ingenieur.

Als schooljongen begon Mark te schaken en hij bleek talentvol te zijn. Als niet-blanke mocht hij niet genoemd worden als winnaar van een toernooi van spelers onder 13 jaar. Een traumatische ervaring, hij zei: “Ik hou van Zuid-Afrika, maar haat de wetten”. Hij schoolde zich in het spel in de bibiotheek van Parkside onder leiding van Bobby Bussack. Mark werd een belangrijke schaker binnen SACOS, de South African Council on Sport, de non-raciale sportkoepel, verbonden met de anti-apartheidsbeweging. Mark was bewonderaar van Steve Biko – dè grote inspirator van het Zuid-Afrikaanse verzet in de periode die tot de val van de apartheid leidde - en toen ik hem leerde kennen een overtuigd (en niet onbelangrijk) lid van het ANC. 

Krant naar aanleiding van de moord op Steve Biko, gekregen van Mark

In alle mails en gesprekken keerde hij zich fel tegen de corruptie en het grote graaien binnen het ANC, hij was daarover kwaad en teleurgesteld, hij stond voor een eerlijke progressieve politiek en integriteit, hij was een van de mensen die het nieuwe Zuid-Afrika vorm kon geven vanuit een belangrijke overheidspositie.

In de achtertuin bij Mark in 2006, met Stanley Henderson en Wim Schut. Stanley imiteert Mohammed Ali

Op 2 januari 2015 troostte ik Emelia en de kinderen en de moeder van Mark in de ouderlijke woning aan Olive Road. De afscheidsdienst vond plaats in de plaatselijkje katholieke kerk St. Francis Xavier en ter plekke werd besloten dat ik een van de dragers van de kist mocht zijn. In de met 500 mensen volle kerk vertelde Marks vriend John Bennett, gekleed in ANC-kleding, over hun persoonlijke en politieke vriendschap en viel hij de corruptie binnen overheid en ANC aan. Minister Edna Molewa hield een toespraak waarin ze het doortastende optreden van Mark als manager memoreerde, hij blufte zich door een versperring heen om zelf een reparatie aan een leiding te verrichten -  en eindigde op zijn Zuid-Afrikaans door een prachtig lied in te zetten, een emotioneel moment.  De vertegenwoordiger van het ministerie, de leidinggevende van Mark, Zandile Makhathini, hield daarentegen een ongeïnspireerd verhaal. Na de dienst en het afscheid van Mark in de geopende kist gingen we naar het crematorium Cambridge en daarna na een receptie met uitgebreid eten in Marks basisschool AW Barnes. Op weg daarnaar toe zagen we vol ongeloof hoe Makhathini met een aantal getrouwen langs de kant van de weg een fles bubbels ontkurkten en een proost uitbrachten. “Kijk, ze vieren feest”, zei Sorrius, een vriend van Mark die eerder in Delft aan het IHE was geweest. Sorrius, John Bennett en ik dronken de emoties na afloop weg met whisky in het prachtig in de natuur gelegen grote huis van John buiten East London.



Na de begrafenis zijn er allerlei onderzoeken gedaan naar de toedracht van de moord.  Duidelijk is dat er geen sprake was van een roofmoord, maar van een politieke afrekening. Tot op heden is er niemand in staat van beschuldiging gesteld en is het onderzoek gestopt.. Ik benaderde mijn Nederlandse contacten Bart Luirink en Evelyn Groenink, actief in de Nederlandse anti-apartheidsbeweging AABN en schrijvers  van de (door mij bij Uitgeverij Sua uitgegeven) eerste post-apartheidsreisgids over Zuid-Afrika, om te kijken of we aandacht zouden kunnen krijgen in de Zuid-Afrikaanse publieke opinie. Bart en Evelyn woonden toen allebei (deels) in Zuid-Afrika. Het resulteerde in een goed stuk over de moord in het  toonaangevende weekblad Mail and Guardian, geschreven door Tabelo Thimse.  Duidelijk uit dit stuk en latere publicaties werd dat er op het ministerie op grote schaal was gefraudeerd met aanbestedingen rond grote irrigatieprojecten. Het leidde tot 138 vervolgingen, waaronder elf op managementniveau. Makhathini zelf werd ook ontslagen. Als verantwoordelijke voor die grote projecten was Mark die fraude op het spoor gekomen. Tegen zijn chauffeur Lazarus Sibolo bekende hij vlak voor de moord bang te zijn voor zijn leven. Iemand op het ministerie zei: “Hij stelde het inschakelen van bedrijven die hij niet competent achtte ter discussie en dat maakte hem niet populair”.

Ruim zeven jaar na dato maakt het me nog steeds verdrietig en woedend dat mijn geweldige vriend Mark het slachtoffer is geworden van de corruptie onder Zuma , met zijn werkelijk desastreuze invloed op de staat en op het ANC. En het doet pijn dat de achtergrond van de moord bekend, is maar dat de opdrachtgever en daders waarschijnlijk nooit veroordeeld zullen worden.


PS- Evelyn Groenink schreef voor ZAM-magazine ook een stuk over de moord tegen de achtergrond van de corruptie in het Zuid-Afrika van Zuma: https://www.zammagazine.com/arts/749-tussen-bittere-amandelen-en-goede-hoop-deel-v


Mark in 2011