Posts tonen met het label fiets. Alle posts tonen
Posts tonen met het label fiets. Alle posts tonen

donderdag 12 februari 2026

 De rijke geschiedenis van de fiets in Afrika

Een boek over fietsen in Afrika? Veel Europeanen zullen zich daar weinig bij kunnen voorstellen. Ze kennen hoogstens de Eritese wielrenner Biniam Giray of de uitdaging om van Cairo naar Kaapstad te fietsen. Het is de enorme verdienste van het boek Cycling Cities: The African Experience de enorme en diverse geschiedenis van het fietsen op het continent aan ons te vertellen, aan de hand van studies in zeventien steden in elf landen.


Het boek onder redactie van Njogu Morgan, Ruth Oldenziel, Peter Norton en Yusuf Madugu is een vervolg op een eerder deel over Europese steden. Het hele project staat onder leiding van Ruth Oldenziel. In totaal werkten er maar liefst 31, vooral Afrikaanse auteurs aan mee. 


Centraal in de Cycling Cities-aanpak staat een model van vijf factoren dat het succes van fietsen verklaart: stedelijke structuur, mobiliteitsalternatieven, verkeersbeleid en -politiek, sociale bewegingen en culturele status. De conclusie over Afrika: “De onderzoeken bevestigen dat alle vijf dimensies werkzaam zijn in Afrika maar anders op elkaar inwerken door Afrika’s koloniale erfenis, snelle postkoloniale urbanisatie en ongelijke economische ontwikkeling”.

Om tot een goede analyse te kunnen komen hebben de onderzoekers een veelvoud aan bronnen moeten opsporen en raadplegen. Betrouwbare cijfers over de modal split zijn er eigenlijk niet, alleen al omdat lopen als belangrijkste modaliteit in Afrika ontbreekt in de meeste statistieken. Voor het beeld, zeker in de eerste helft van de twintigste eeuw, zijn gegevens over import van fietsen, registratie en vooral ook gegevens over eigendom van fietsen onontbeerlijk. Het aantal huishoudens dat over een fiets beschikt zegt immers veel over de verspreiding ervan. Een belangrijke bron is ook beeldmateriaal. De foto’s en andere illustraties die in het boek zijn opgenomen zijn in één woord fantastisch en maken alleen al de aanschaf van het boek zeer de moeite waard: denk aan schitterende portretfoto’s, eenzame fietsers op verlaten autowegen, een vroedvrouw op een fiets op het platteland, versierde fietstaxi’s, reparatiewerkplaatsenin bedrijf, een advertentie van een man op een Raleigh-fiets die sneller is dan een leeuw. 

De onderzochte steden variëren van grote metropolen als Johannesburg, Kaapstad en Caïro tot in Europe minder bekende steden als Kisumu, Tamale, Chipata, Gulu, Zomba en Mzulu. In die kleinere steden is de positie van de fiets veel sterker gebleven dan in de metropolen, waarin de auto dominant is geworden en de afstanden veel langer zijn. Het aandeel fiets in de modal split varieert van 1% in de metropolen tot een ongelofelijke  57% in Chipata im Zambia (buiten het oogstseizoen).


Afrikaanse fietsen voor vervoer goederen en mensen op de tentoonstelling bij de boekpresentatie in Eindhoven

Belangrijke factoren in de ontwikkeling van het fietsgebruik op het continent waren de koloniale overheersing en de activiteit van missionarissen en de verspreiding onder de Afrikaanse bevolking. Na het einde van de koloniale overheersing zijn er tegenstrijdige ontwikkelingen. Progressieve politici als Julius Nyerere van Tanzania en Kenneth Kaunda van Zambia wilden het fietsen als democratische manier van verplaatsen stimuleren, anderen zoals Sadat in Egypte kozen voor de automobiliteit. Duidelijk wordt ook dat de economische functie van de fiets voor goederenvervoer in Afrika heel belangrijk is, vooral voor mannen – vrouwen vervoeren goederen vooral te voet. Fietstaxi’s voor vervoer van goederen en van mensen (met buddyzadels, ‘bodaboda’s’) spelen ook een grote rol, die wordt bedreigd door import van goedkope motorfietsen uit Azië. Bijzonder  is ook de rol van werkplaatsen, waar fietsen niet alleen worden gerepareerd maar ook creatief aangepast aan de lokale omstandigheden. Pogingen om het fietsen te versterkenin dit millenium, ook door aanleg van gescheiden infrastructuur, staan mdede onder invloed van internationale ngo’s. Ook wordt de dominantie van mannen in de fietscultuur ter discussie gesteld, bijvoorbeeld door Cyprine Odada van Kenia Cycling Women.


In een bespreking als deze is het bijna niet mogelijk om recht te doen aan de rijke geschiedenis van de fiets in Afrika, als dit boek één ding overtuigend aantoont is dat de fiets vanaf het begin van de twintigste eeuw op allerlei manieren aanwezig is op het continent.


Cycling Cities: The African Experience (296 pagina's op groot formaat) is te bestellen bij Stichting Historie der Techniek en kost 35 euro.

donderdag 9 juni 2022

Een initiatiefnota, 10 miljoen euro en het toeval. Een halve eeuw politieke herinneringen, aflevering 17

Op 3 december 2008 diende Lia Roefs van de PvdA in de Tweede Kamer het volgende amendement in bij de behandeling van de begroting van Verkeer en Waterstaat: “Voorzitter. Ik dank de bewindslieden voor de beantwoording. Zojuist heb ik samen met de heer Koopmans nog een amendement ingediend waarin wij 20 mln. vrijmaken voor investeringen in de infrastructuur voor de fiets, 10 mln. voor het realiseren van fietsroutes voor woon-werkverkeer tussen Arnhem en Nijmegen en tussen Leiden en Den Haag, en 10 mln. voor de uitvoering van de aanbevelingen uit de initiatiefnota over het fietsbeleid van de heer Atsma”.

Hoe was dat zo gekomen? In 2008 was ik begonnen als lobbyist bij de Fietsersbond. Directeur Hugo van der Steenhoven, oud-Kamerlid voor GroenLinks en kennis van me uit het Utrechtse politieke wereldje in de jaren zeventig, had me daarvoor gepolst. Voor mij was het een uitgelezen kans na de vele jaren in de Delftse gemeenteraad.

Hugo van der Steenhoven bij crashtest TNO Helmond, maart 2010. Draaide om ontwikkeling airbag op voorruit auto's ter bescherming van fietsers.

Een van de eerste grote zaken waar ik mee aan de slag kon was het meedenken en meewerken aan een initiatiefnota van het in 2008 aangetreden CDA-Kamerlid Joop Atsma. Als voorzitter van de Koninklijke Nederlandse Wielrenunie wou Atsma graag de fiets hoger op de Haagse agenda krijgen. Hij riep de hulp in van organisaties in de fietswereld: met name van de Fietsersbond en de fietsafdelingen van de brancheorganisaties Rai Vereniging en BOVAG. Samen met Cees Boutens van de RAI Vereniging en Lilian van Zandbrink van de BOVAG werkten we hard aan het samen met Atsma opstellen van een nota. Aan onze kant dachten ook Hugo en Miriam van Bree mee. De initiatiefnota Fietsen in Nederland, een tandje erbij verscheen in november 2008 en bevatte een stand van zaken en maar liefst 45 concrete aanbevelingen.

Nadat de nota in december 2008 genoemd werd bij de behandeling van de begrotingsbehandeling stond hij anderhalf jaar lang volop in de politieke belangstelling. Kamerleden stelden honderd vragen over de inhoud, die Atsma samen met ons beantwoordde. Er kwam een succesvolle hoorzitting in de Tweede Kamercommissie op 9 september 2009. Minister Camiel Eurlings (CDA, meer dan zichtbaar) en staatssecretaris Tineke Huizinga (ChristenUnie, onzichtbaar) reageerden welwillend op de nota, Eurlings ging op 12 mei 2010 in op alle concrete aanbevelingen. Er kwam een algemeen overleg in de commissie op 23 juni 2010, waarbij ik samen met Hugo, Cees Boutens en Ruud Thijssen van BOVAG vanachter de tafel de ondersteuning van Atsma mocht verzorgen. Cees refereerde daar vorig jaar bij zijn afscheid nog aan als een ook voor hem als ervaren public-affairsman bijzonder moment. Het proces eindigde in op 1 juli 2020 met een plenaire behandeling en het aannemen van zes moties. Een daarvan werd ingediend door Sander de Rouwe (CDA), Sharon Dijksma (PvdA, zie ook aflevering 10 van deze reeks herinneringen) en Kees Verhoeven (D66) en nam de aanbevelingen uit de nota-Atsma over. Dat was net als het amendement Roefs-Koopmans duidelijk afgestemd binnen de coalitie van CDA-VVD-D66-ChristenUnie. Enkele verdergaande moties van Ineke van Gent van GroenLinks werden helaas verworpen.




De Rouwe, Roefs, Dijksma, Van Gent en Farshad Bashir (SP) waren de Kamerleden waar wij als Fietsersbond het meest contact mee hadden in deze periode, D66 bleef wat achter - tot in de volgende periode Stientje van Veldhoven woordvoerster werd en zich ontpopte als fietsvriendin. Aan Ineke van Gent overhandigde de Fietsersbond in haar hoedanigheid als burgemeester van Schiermonnikoog vorige week nog de prijs voor de beste fietsgemeente.


Het initiatief van Atsma was de eerste grotere poging om het fietsen hoger op de nationale agenda te krijgen, een poging gevolgd door andere - zoals die van Rijksadviseur Rients Dijkstra en die van de Kamerleden Paulus Jansen (SP), De Rouwe en Barshir, waar ik als adviseur ook bij betrokken was. Een weerbarstig proces dat ondanks het verschijnen van het Nationaal Toekomstbeeld Fiets in 2021 nog steeds niet is afgerond door politieke en ambtelijke complicaties.

De snelfietsroute Arhem-Nijmegen (RijnWaalPad) kwam er op initiatief van de lokale Fietsersbonders en de vijf miljoen van het Kameramendement. Het is een van de meest geslaagde voorbeelden van een snelfietsroute.

Blijft de vraag hoe het amendement van Roefs en Koopmans (inderdaad, de latere onderkoning van Limburg) waarmee ik deze herinnering begon tot stand was gekomen. Ik volgde en volg altijd de gehele begrotingsbehandeling en had ook in 2008 twee dagen op de tribune gezeten, samen met een handjevol andere lobbyisten, luisterend naar de voorspelbare debatten over rekeningrijden en “het kastje van Camiel”. In onze lobby hadden we in algemene termen aangedrongen op budget voor de uitvoering van de nota-Atsma en in het bijzonder voor een impuls voor het nieuwe fenomeen van snelfietsroutes, waar wij als Fietsersbond via Hugo van aan de wieg stonden. Om een uur of elf ’s avonds kwam er een sms-je van Lia Roefs: aan welke twee concrete routes zouden jullie tien miljoen euro willen toekennen? Ik liep de zaal uit, belde Hugo en die zei: doe maar Den Haag-Leiden en Arnhem-Nijmegen. Ik sms-te Lia terug en zo kwamen beide routes in het amendement terecht, dat ook werd aangenomen. Toeval, zeker, maar je kunt het toeval een handje helpen door op het juiste moment op de juiste plaats te zijn.

zondag 3 april 2022

De internationale van de fiets. Een halve eeuw politieke herinneringen, aflevering 12.

 18 mei 2019, Brussel: ik zit voor de achtste keer de jaarvergadering voor van de federatie van Europese Fietsersbonden (ECF). Tijdens de vergadering moet ik even gaan plassen en laat ik het voorzitten aan mijn Deense collega-voorzitter Jette Gottsche. Bij terugkomst bij de zaal zie ik allemaal besmuikt lachende gezichten. Ineens dringt het tot me door dat ik mijn headset nog op heb en dat iedereen heeft kunnen meegenieten van mijn geklater. Ik doe het enige dat kan na zo’n blunder: naar mijn hoofd grijpen en zelf even hard meelachen.


Met collega-voorzitter Jette Gottsche

Het leuke van mijn functie bij de Fietsersbond is dat ik als verantwoordelijke voor de internationale contacten steeds naar die jaarvergaderingen, naar het grote fietscongres Velo-city en andere buitenlandse bijeenkomsten mag. Op de jaarvergaderingen (meestal met 50-75 deelnemers) gaat het om lobby op Europees niveau en om uitwisseling van ervaringen, bij Velo-city (750-1500 deelnemers) vooral om het uitwisselen van kennis. Plaatsen die ik zo heb bezocht zijn Brussel, Kopenhagen, Stockholm, Bremen, Berlijn, Nantes, Straatsburg, Parijs, Milaan, Sevilla, Lissabon, Brno, Tczew, Dublin, Manchester, Belgrado, Wenen en Bratislava. Tijdens die bijeenkomsten vertellen we fietsenthousiasten uit andere landen over het succes van de fiets in Nederland en de geschiedenis daarvan en horen we van ervaringen elders, grote en kleine, moeilijke èn inspirerende. Het is bijzonder om te zien dat zo’n eenvoudig vervoermiddel als de fiets tot een levendige internationale beweging heeft geleid, onze ECF is in bijna elk Europees land vertegenwoordigd. Een beweging bovendien die vooral bestaat uit bevlogen vrijwilligers.

In Sevilla met ECF-bestuursleden Morten Kerr, Doretta Vicini, Kevin Mayne en William Nederpelt (2011)

Mijn vuurdoop beleefde ik in 2008 in de prachtige Tsjechische stad Brno. Daar ontmoette ik bijvoorbeeld de innemende ECF-voorzitter Manfred Neun, mijn collega-lobbyist Fabian Küster en oude bekende Bernhard Ensink (secretaris-generaal (!) en tevens oud-directeur van de Fietsersbond). Dit trio stond in Brno en later borg voor een uitermate gründliche voorbereiding van de jaarvergadering. Ook ontmoette ik al op weg naar Brno vanuit Praag in een klein vliegtuig het Deense duo Jens Loft Rasmussen en Walther Knudsen, een bankmedewerker en een bibliothecaris, mannen naar mijn hart. Met hen bezocht ik na afloop van de vergadering nog de imposante Villa Tugendhat van Bauhaus-architect Mies von der Rohe, waarna we aan het eind van de ochtend op een druk terras al aan een halve liter van het onovertroffen Tsjechische pils zaten.

Jens Loft Rasmussen en Walther Knudsen, Wenen 2012


De algemene vergadering van de ECF in 1918 in Milaan

In 2010 in het Poolse Tczew was een bijzondere delegatie aanwezig van Oosteuropese vrouwen op  hakken en een mannelijke begeleider, die met een auto arriveerde. Ze vielen uit de toon, dat was duidelijk. De meeste vertegenwoordigers van de Fietsersbonden zijn casual gekleed of in sportieve fietskleding, deze mensen zagen er chiquer uit en mengden maar mondjesmaat met de groep. Toen we op mountainbikes een fietstocht gingen maken over de drassige oever langs de rivier Wisla en over kinderkopjes naar kasteel Malbork moest deze delegatie stevig afzien, het lukte ze maar net om op de fiets te blijven. Met behulp van Fabian Küster en Frans van Schoot ben ik erachter gekomen dat het om een delegatie ging van de Ukrainian Cycling Association. Hun lidmaatschap van de ECF heeft maar kort geduurd, hoe het precies zat weet ik niet meer; ik dacht dat ze de ECF vooral hadden gezien als een subsidieloket. 

De fietstocht in Tczew in 2010

In Tczew was ook een groep enthousiaste jongeren uit Kiev. Die is nog steeds aangesloten bij de ECF. Het enthousiasme en de expertise van jonge activisten uit Oost-Europa is sowieso indrukwekkend, dat merkte ik ook tijdens een ontmoeting in Belgrado met fietsorganisaties uit het voormalige Joegoslavië in 2014. De groep uit Kiev maakt nu met andere alternatieve clubs een krant met nieuws over de oorlog. Twee leden van de groep, Victor en Ksenia, verblijven sinds kort bij oud-voorzitter Manfred Neun in het Duitse Memmlngen.

Een erg geanimeerde editie van het Velo-city congres vond in 2013 plaats in het imposante gotische stadhuis van Wenen. Een van de sprekers was Fietsersbond-voorzitter en Gelderse CDA-gedeputeerde Marijke van Haaren.  Zij was er onder meer om mensen warm te maken voor de kandidatuur van Arnhem-Nijmegen om een volgende editie van het congres te organiseren. Toen Marijke aankwam belde ze mij op een  toon die geen tegenspraak duldde om naar het hotel te komen om haar presentatie door te nemen,  terwijl ik net kilometers verderop met een groep mensen in het Praterpark lag te chillen in de avondzon met een biertje, na een mooie massale fietsparade. 

De volgende dag hield Marijke haar verhaal op het hoofdpodium voor zo’n duizend congresgangers, waarna ze aan een forumdebat deelnam. De deelnemers zaten op het verhoogde podium op een grote sofa en laat Marijke nu een witte rok aanhebben die net over de knie kwam. Dat werd een gesprek in een bijzonder ongemakkelijke houding. Na afloop kreeg ik het verwijt haar niet gewaarschuwd te hebben voor de opstelling op het podium, alsof ik daarvoor verantwoordelijk was…. Overigens was Marijke de perfecte ambassadeur voor Arnhem-Nijmegen en werd het congres daar in 2017 gehouden, met een opening door Willem-Alexander. Hij drukte op een bel en dat was het, het protocol verbiedt dat de koning na een openingshandeling ook nog een toespraak houdt.


Marijke van Haaren presenteert op Velo-city in Wenen 2013

In Arnhem-Nijmegen was er na de fietsparade een feestavond rond het Honig-terrein, een vergaarbak van alternatieve bedrijfjes. Een grote Braziliaanse delegatie bouwde daar een geweldige party in de buitenlucht. Samen met collega Jaap Kamminga en Fietsersbond-directeur Saskia Kluit raakten we op een rustiger plek in gesprek met Shannon Galpin, een geweldige en inspirerende Amerikaanse vrouw die in Afghanistan gedurende tien jaar vrouwen aan het fietsen had gekregen. Op dit moment probeert Sharon nog om een groep wielrennende vrouwen veilig uit Afghanistan te krijgen. Het vrouwenwielrennen is nu door de Taliban verboden en de internationale wielrenbond zwijgt…..


Omslag van een van de boeken van Shannon Galpin


Tussen de feestende Brazilianen, Nijmegen 2017

Een laatste bijzonder moment: de reis met de Klimaattrein naar de klimaattop  in Kopenhagen eind 2009, samen met toenmalige directeur Hugo van der Steenhoven. Aan boord waren onder meer Jesse Klaver (toen nog CNV-jongeren) en Diederik Samsom. Het werd al snel een party-trein, totdat midden in de nacht het bier op was. Het vertrek van de trein in Utrecht was op het 8-uurjournaal en ik was een paar seconden te zien. Op die paar seconden beeld kreeg ik meer reacties dan op jarenlange noeste schriftelijke arbeid. It’s the image, stupid.