Ze beschrijft de ontmoeting met de Zuidafrikaan Berend Schuitema en de oprichting, de acties in Nederland, de internationale bijeenkomsten en de ontmoetingen met veel historische ANC-leiders, zoals Ismael Ebrahim, Mac Maharaj, Inan Pillay en Ronnie Kasrils. Uiteraard komt ook in detail het ongehoorde kunststuk van de periode aan de orde: Operatie Vula, waarmee een directe communicatielijn tot stand werd gebracht tussen de ANC-ballingen en Nelson Mandela en de binnenlandse leiders. Een operatie waarvoor Braam persoonlijk was benaderd en die ze met een enorme gedrevenheid kon opzetten met hulp van allerlei experts en ook gewone Nederlandse burgers die tegen de apartheid waren. Over Operatie Vula schreef Braam eerder een boek, maar ze besteedt er in haar memoires terecht ook veel aandacht aan. Ook nu nog kun je alleen maar met bewondering lezen over deze bijna onvoorstelbare operatie.
Braam beschrijft ook de tol die het activisme eiste, met name de gevolgen de poging tot dodelijke vergiftiging die haar in 1987 in Harare trof en tot lange gezondheidsproblemen leidde. Een tol die na het einde van de apartheid bovendien in verhevigde mate tot uiting kwam.
Er zit ook een andere kant aan het activisme van Braam, de weinig kritische houding tegenover het ANC. De oprichting van het concurrerende Komitee Zuidelijk Afrika wordt genoemd, maar aan de onderlinge verhoudingen en aan voorman Sietse Bosgra worden verder slechts wat neerbuigende woorden gewijd. Ook ongenoemd blijven de berichten over het optreden van het ANC in de vluchtelingenkampen tegen kritische leden.
De grote invloed van Steve Biko en zijn Black Consiousness Movement op de Soweto-generatie, in het United Democratic Front en op de ANC-ballingen komt onvoldoende aan de orde; voor Braam telt alleen het Freedom Charter van het ANC. Mijn vermoorde vriend Mark-Anthony Williams was een uitgesproken vertegenwoordiger van die jongere generatie: beinvloed door Biko’s denken, actief in UDF en later ANC (zie deze herinnering).
Van de TRC, de Waarheids- en Verzoeningscommissie, moet zij niets hebben, schuldigen moesten in haar visie gewoon gestraft worden. Over Desmond Tutu, voorzitter van de TRC, schrijft ze naar aanleiding van het verzoek te komen getuigen weinig respectvol: “Een verklaring afleggen was tot daar aan toe, maar verschijnen voor een commissie geleid door een aartsbisschop met een schreeuwerige crucifix op de borst en de Heilige Schrift als dwingende leidraad ging me te ver.”
Voor Braam lijken Nelson en Winnie Mandela boven elke kritiek verheven. Het meeslepende en deels ontluisterende boek van Jonny Steinberg over de relatie tussen de twee komt niet op haar literatuurlijst voor, positief citeert ze de documentaire over Winnie Mandela van de Franse Pascale Lamcha, die Winnie Mandela alleen als slachtoffer presenteert. De rol van de door jarenlange vervolging geradicaliseerde en verharde Winnie Mandela en haar lijfwachten in het door geweld verscheurde Soweto met zijn halsbandmoorden komt slechts zijdelings aan de orde.
![]() |
| Het einde van de apartheid, gesymboliseerd door slegs vir blankes-bordjes in Freedom Park in Tshwane (Pretoria) |
Braam is kritisch over de neoliberale weg die Zuid-Afrika onder Mandela’s opvolger Thabo Mbeki insloeg, met privatiseringen, bezuinigingen en vrijhandel: “Het ANC had zich laten vastzetten in het keurslijf van het Westen. Elke keer als ze probeerden zich los te wrikken, werden ze beschuldigd van onbetrouwbaarheid die zou worden afgestraft met devaluatie van de munt, kapitaalvlucht en besnoeiing van hulp.” Braam rekent dat vooral Mbeki aan . Uit het hoofdstuk in het belangrijke boek The Shock Doctrine, The Rise of Disaster Captalism van Naomi Klein, eveneens een boek dat Braam niet citeert, blijkt dat deze ontwikkeling echter al begon vanaf de vrijlating van Mandela, in de onderhandelingen met De Klerk en onder druk van het Westen en zijn instellingen. Mbeki was daarvan wel een groot voorstander en gaf er een grote zet aan. Maar het begon niet met hem….
![]() |
| 2024, actie bij het Gerechtshof in Johannesburg |
Deze kanttekeningen maken van de memoires van Conny Braam een indrukwekkend boek met tragische kanten. Niet voor het eerst zien we dat een enorme identificatie met en onaflatende inzet voor een gerechtvaardigde zaak en haar leiders kunnen leiden tot blinde vlekken en een te weinig kritische blik.
Conny Braam, Memoires van een activiste, De Arbeiderspers, 504 pagina’s, 29,99.



Geen opmerkingen:
Een reactie posten