maandag 12 september 2011

Een perfecte titel en een perfecte hoes bij een schitterende compilatie townshippop

THE INDESTRUCTIBLE BEAT OF SOWETO – VARIOUS ARTISTS (1985)

In mijn lijst met tien beste albums aller tijden moet ook een Afrikaanse titel zitten. Sinds een kwart eeuw heeft de Afrikaanse muziek een warme plek in mijn hart gekregen en heb ik een mooie collectie Afrikaanse en meer in het bijzonder Zuidafrikaanse muziek opgebouwd. Het is voor mij geen exotische wereldmuziek van arme drommels uit een verloren continent, maar stedelijke popmuziek die swingender, vrolijker, doorleefder, muzikaler en urgenter is dan bijna alle moderne westerse pop.

Mijn ontdekkingsreis begon in dit geval met neef Peter, die me kennis liet maken met de muziek van King Sunny Ade en Franco et le TPOK Jazz. Ik herinner me dat we op het Veemarktplein begin jaren tachtig ’s nachts keken naar een optreden van King Sunny bij Rockpalast: lange nummers, met prachtige gitaren en percussie. Het was fascinerend en het was wennen, het muzikale idioom was zo verschillend van wat ik gewend was. Alleen de Talking Heads waren in die jaren al bezig Afrikaanse invloeden in hun muziek te verwerken – echte voorlopers in dat opzicht.

Mijn eerste eigen Afrikaanse lp was The Indestructible Beat of Soweto, een verzameling van Zuidafrikaanse townshippop uit de eerste helft van de jaren tachtig, verschenen in 1985. Ik kreeg de plaat van mijn vriend Hugo voor mijn verjaardag. Al een kwart eeuw lang ben ik gek van deze compilatie – vandaar de keuze.

Een keuze die nog niet zo makkelijk was, gezien de onvoorstelbare hoeveelheid goede muziek er uit Afrika komt. The Indestructible Beat of Soweto moest concurreren met een serie andere prachtige albums, de meeste uit de toplanden Mali, Senegal en mijjn geliefde Zuid-Afrika. Elke plaat uit het oeuvre van Youssou N’dour, de nachtegaal van Senegal, verdient een plek in de top tien. Het oude en het nieuwe werk van Orchestra Baobab swingt en spettert met een relaxte nonchalance uit je boxen. Cheikh Lo maakte vorig jaar met Yamm een wereldplaat. De woestijnblues van Tinariwen is een klasse apart, alsof je midden in een bedoeïenentent in de woestijn Hendrix hoort gieren. De gitaarblues van Ali Farka Touré en de kora van Toumani Diabaté op hun soloalbums en hun gemeenschappelijke platen zijn van een meditatieve, bezwerende schoonheid , de vaak eeuwenoude composities benaderen de tijdloze genialiteit van Bach. Het blinde echtpaar Amadou en Mariam maakte met Dimache a Bamako en Welcome to Mali grootsteedse pop-cd’s van topkwaliteit. De Zuidafrikaanse jazzpianist Abdullah Ibrahim is een andere favoriet, met zijn subtiele pianojazz vol Afrikaanse invloeden. Zijn Cape Town Revisited kreeg ik van vriend Mark uit Zuid-Afrika, een cadeau voor het leven. Busi Mhlongo’s Urban Zulu is magistrale pop met invloeden van traditionele muziek; ik zag haar in Zoetermeer in het gezelschap van onze Zuidafrikaanse studente Zola. Busi, vorig jaar overleden, begroette Audry en mij meteen met een Zuidafrikaanse hug toen ze dag dat we een landgenote hadden meegenomen.

Toch is The Indestructible Beat of Soweto voor mij het allermooiste Afrikaanse album. De Zuidafrikaanse muzikale traditie is enorm rijk en divers, de traditionele muziek mengde hier met alle soorten westerse muziek. Zo ontwikkelde zich een rijke en levende traditie van specifieke Zuidafrikaanse (township)jazz. Met de opkomst van de popmuziek ontstond ook daarvan een zwarte Zuidafrikaanse townshipvariant, de mbaqanga. The Indestructible Beat bevat opnamen van de belangrijkste vertegenwoordigers van deze stijl uit de eerste helft van de jaren tachtig, samengesteld door de blanke Zuidafrikaanse emigranten Trevor Herman en Jumbo van Renen. Het is een stijl die nu helaas niet meer bestaat en is opgevolgd door de kwaito, de keiharde Zuidafrikaanse versie van de house; wat mij betreft geen vooruitgang.

De plaat bevat twaalf nummers van 9 groepen. De echte kenners zeggen dat er vier substijlen op de plaat te horen zijn: mbaqanga, mqashiyo, maskanda, and isicathamiya, de ene moderner, de andere meer traditioneel. Sommige artiesten hebben namen die niet te onthouden zijn: Nganezlyamfisa No Khambalomvaleliso, Udokotela Shange Namajaha. – De fantastische groep die hier figureert als Mahlathini Nezintombi Zomgqashiyo and the Makgona Tsohle Band werd in Europa enigszins bekend als Mahlatini and the Mahotella Queens. De enige echt bekende groep is Ladysmith Black Mambazo, juist, die van Paul Simons Graceland van een jaar later. Zij verzorgen het a-capella slotnummer, het meest traditionele en in die zin atypische nummer van de plaat.

Mahlatini (de leeuw van Soweto) zingt net als de meeste andere zangers in groan-stijl, een diepe, bijna dierlijke brulstijl, herkenbaar uit duizenden. We horen nummers die gaan over het dagelijks leven op het land en in de townships ten tijde van de nadagen van de apartheid. Accordeons, violen, orgels, swingende gitaren en een kraaiende haan begeleiden de zang op een voortdurend stuwende basis van bas en drums. Het ene nummer is nog mooier dan het andere en ze volgen elkaar in een prachtige volgorde op.

Er zijn veel andere mooie compilaties van Zuidafrikaanse townshipmuziek, maar de meeste kenners zijn het erover eens dat The Indestructible Beat of Soweto de allerbeste is. Een jaar later werd Graceland een wereldhit (en terecht - Paul Simon memoreerde laatst in de Vpro-gids dat kinderen van die jaar er nog steeds spontaan op beginnen te dansen); The Indestuctible Beat of Soweto plaveide een jaar eerder de weg voor de fijnproevers. De Amerikaane criticus Robert Christgau noemde het album het belangrijkse van de jaren tachtig. Het is muziek uit de walgelijke apartheidssamenleving, muziek die desondanks onweerstaanbaar vitaal, vrolijk en swingend is. De hoes geeft dat gevoel van die onweerstaanbare beat ook nog eens perfect weer. En de keren dat ik in Zuid-Afrika was, zoals afgelopen zomer, voelde ik die sfeer weer, dat warme bad, die onverwoestbare levenslustige beat.

PS – De vinyplaat heb ik ooit opgeruimd toen ik een cd gebrand heb van het album. Bij het schrijven van dit stuk kwam ik erachter dat die cd door de ouderdom ihmiddels beschadigd was. Gelukkig is hij nog nieuw te krijgen op het label Sterns/Earthworks. Op Spotify kun je het album ook vinden en er vrijblijvend naar luisteren.


woensdag 13 juli 2011

Been weg. En wat nu?

Het vertrek van Mario Been bij Feyenoord komt voor mij niet als een verrassing. In mijn blog van eind mei schreef ik dat hij Feyenoord niet beter heeft gemaakt en dat de betere spelers twijfelden aan langer blijven bij Feyenoord, omdat ze voelden dat ze daar sportief niet beter van zouden worden. Wijnaldums vertrek naar PSV en Fers wens om naar Twente te gaan (allebei Nederlandse clubs dus) zijn daar nu een duidelijk bewijs van. Zaterdag zag ik Feyenoord bij Vitesse Delft een draak van een wedstrijd spelen en niet voor niets was het Vlaar die daar openlijk zijn onvrede over uitsprak. Been vond daarentegen dat hij goede dingen had gezien, maar dat er alleen teveel kansen waren gemist.

Dat nu zoveel spelers het niet meer in Been zien zitten is wel opmerkelijk. Het versterkt het beeld van een voorbereiding die nog nooit zo onrustig is geweest. Supporters van de Varkenoordgroep (75 mensen van supportersvereniging, websites etc.) hebben het vertrouwen in de directie opgezegd en eisen het vertrek van zo'n beetje iedereen (behalve Van Geel). Hun kritiek is in mijn ogen een mengeling van juiste constateringen , verkeerde interpretaties en halve leugens. Men presenteert als groot nieuws dat Pim Bloklands kapitaalinjectie in feite een omzetting van schulden in aandelen is. Maar maanden geleden is dat in de voetbalpraatprogramma's op de televisie al haarfijn uit de doeken gedaan. Iedereen wegsturen heeft volgens mij geen zin. En het is volstrekt onduidelijk welke vervangers de Varkenoordgroep op het oog heeft - de namen kunnen en willen ze uit privacyoverwegingen niet geven. Als supporters moeten we er blijkbaar maar van uitgaan dat een anonieme groep supporters het goed met de club voor heeft en wel goede mensen uit de mouw kan schudden. Over transparantie gesproken...

Wat we de leiding van Feyenoord zeker mogen aanrekenen is dat ze de zaak voetbaltechnisch veel te veel op zijn beloop heeft gelaten, met als resultaat een schandalige eindklassering. Waarschijnlijk durfde men Been vanwege de financiële consequenties niet te ontslaan. Zachte heelmeesters maken stinkende wonden, want nu zit men vlak voor het nieuwe seizoen zonder trainer. En geeft van Geel de schuld aan de spelers. Spelers die trouwens blijkbaar tegen Been nooit recht in zijn gezicht hebben gezegd wat hen niet beviel. Deze spelersgroep heeft weinig recht van spreken, maar niemand anders binnen Feyenoord nam het initiatief.

Feyenoord heeft nu behoefte aan een tactisch sterke trainer die jonge spelers beter kan maken. Liefst juist niet iemand met een te lang en uitgesproken Feyenoordverleden. Elke bekende Feyenoorder heeft vrienden en vijanden en wordt meegetrokken in een bijna niet te volgen spel om de macht. Een trainer van buiten met veel bewegingsvrijheid kan nu het meest bereiken. Het is jammer dat Co Adriaanse niet vrij is. Ook een terugkeer van Erwin Koeman, die nu bij Utrecht begint, was een goede optie geweest, achteraf gezien heeft hij een topprestatie geleverd. Een ideale kandidaat die vrij is kan ik zo meteen helaas niet bedenken. Daarnaast zou Van Geel als sterke man naar buiten moeten treden, zodat Gudde een stap terug kan doen. In de Raad van Commisarissen zou ik dolgraag Boudewijn Poelmann terug zien, een echte leider met visie.

donderdag 7 juli 2011

Een wonderbaarlijk kleinood van twee zingende zussen. Kate and Anna McGarrigle (1975)

Op 18 januari 2010 overleed de Canadese zangeres Kate McGarrigle, een feit dat in de Nederlandse pers slechts beperkte aandacht kreeg. Kate was ooit getrouwd met Loudon Wainwright III en de moeder van Rufus en Martha Wainwright. Als artiest vormde ze een duo met haar zus Anna. Ze maakten samen tien albums, waarvan het eerste, titelloze debuutalbum uit 1975 zeer goed werd ontvangen en als een absoluut meesterwerk is blijven gelden. Dit jaar kwam dat debuutalbum samen met de opvolger Dancer with Bruised Knees en een derde cd met niet-eerder uitgebrachte demo’s en nieuwe songs opnieuw uit als 3-disc Tell My Sister. Dancer with Bruised Knees is ook prachtig, met als hoogtepunten het titelnummer, Be My Baby, Hommage a Grungie en vooral Kitty Come Home. De bonus-cd bevat enkele nieuwe juweeltjes, zoals The Work Song, Saratoga Summer Song en Annie. Het latere werk ken ik niet, behalve French Record (met Franstalige nummers) en The McGarrigleHour (de hele familie rond het kampvuur); volgens de critici hebben de zusters nooit meer het niveau van de eerste twee albums weten te evenaren.

Aan het debuutalbum heb ik mijn hart verpand, ik vind het een wonderbaarlijk kleinood. Ik leerde de zusters kennen door het bekende hitje Complainte pour St. Cathérine, een door de accordeon en de magnifieke samenhang van de twee zussen voortgestuwd Franstalig lied. Eigenlijk een volstrekt uniek nummer, nergens anders mee te vergelijken. Het heeft altijd een speciaal plekje in mijn hart gehouden en ergens begin jaren negentig heb ik het singletje gekocht aan de Utrechtse Oudegracht, vlakbij de Lange Lauwerstraat. De cd heb ik een jaar of tien terug gekopieerd uit de Delftse discotheek, toen ik het album steeds vaker genoemd zag worden als meesterwerk.

En een meesterwerk is het, 35 minuten lang, twaalf prachtsongs, hoofdzakelijk geschreven door de zusters, met een originele instrumentatie (veel piano, orgel, accordeon, klarinet, harmonica, banjo, mandoline) en uitstekende sessiemuzikanten (zoals Steve Gadd op drums). Joe Boyd (producer van veel Engelse folkrock) produceerde het album en heeft het voor de heruitgave op Tell My Sister kristalhelder geremastered, waardoor de kwaliteiten nog beter tot zijn recht komen. Het echte wonder van het album is en blijft de betoverende meerstemmige zang van de zussen. Ik ben helemaal geen kenner van de zangkunst en de technische kanten daarvan, maar dat hier iets uitzonderlijks gebeurt is duidelijk.

Kate en Anna groeiden op in Canada, leerden piano spelen bij de nonnen op school en zongen veel samen thuis, ze zijn ook altijd in familieverband gezamenlijk blijven zingen, tot op het sterfbed van Kate. De muziek die ze maken is misschien het beste Canadese folk-rock uit American Songbook het te noemen. De sfeer heeft iets onbestemds, het is geen Engelse folk, maar ook geen Amerikaanse country. De All-Music Guide geeft een hele reeks karakteriseringen van de sfeer op het album, waar ik me (geloof het of niet) goed in kan vinden.ods

Amiable/Good-Natured

Bittersweet

Calm/Peaceful

Earnest

Earthy

Reflective

Sentimental

Sweet

Warm

Exuberant

Romantic

Whimsical

Yearning

Ambitious

Complex

Delicate

Intimate

Organic

Plaintive

Playful

Kate and Anna McGarrigle bevat twee songs waar ik altijd (en dan bedoel ik echt altijd) tranen van in mijn ogen krijg . De eerste is Heart Like aWheel, door Anna geschreven en in 1974 bekend gemaakt door Linda Rondstadt, later door vele anderen gecovered. Een nummer van hartverscheurend liefdesverdriet, met de prachtige opening:

Some say heart is just like a wheel

When you bend it, you cant’ mend it

And my love for you is like a sinking ship

And my heart is on that ship out in mid ocean

Afgesloten met

And it’s only love, and it’s only love

That can wreck a human being and turn him inside out

Ik heb het nummer gehoord op de begrafenis van een Delftse bekende, die ook nog God only Knows van the Beach Boys (voor mij het allermooiste nummer aller tijden), een betoverend stukje Satie, Paolo Conte en Hallelujah van Jeff Buckley liet horen, dat hakte er allemachtig wel in….

Tweede tearjerker is Go Leave, solo gezongen en gespeeld door Kate, ook al groots liefdesverdriet, minimalistisch, met solozang en gitaar. Here they come, here come my tears, en je hoort de tranen op de snaren vallen. Het is mooi gecovered door de klassieke zangeres Anne-Sophie von Otter op het album For the Stars dat Elvis Costello met haar maakte.

Andere liedjes maken me altijd vrolijk, zoals Complainte pour St. Cathérine (dat trouwens gaat over de taalstrijd in Canada), de up-tempo opener Kiss and Say Goodbye (over een vluchtige liefdesontmoeting) en het slotnummer Travelling on With Jesus (bewerking van een traditionele opwekkingsspiritual).

My Town en (Talk to me of) Mendocino zijn meer bespiegelende, licht-melancholische nummers, Blues in D is een verhalende song in jazz-bluesidioom met een prachtige klarinetpartij op de achtergrond, Foolish You, Tell My Sister en Swimming Song neigen weer meer naar het vrolijke en nodigen uit tot meezingen, alsof je rond een kampvuur zit.

De enige song die ik dan nog niet genoemd heb is een van de absolute hoogtepunten, Jigsaw Puzzle of Life, vrolijke melancholie, met de poëtische prachtvondst:

We were like interlocking pieces in the Jigsaw Puzzle of Life.

Een prachtige zin in een fantastisch nummer van een wonderbaarlijk mooie plaat.

zondag 12 juni 2011

Marvin Gaye-What's going on (1971), steeds beter en beter

Samen met neven Peter en Willem en hun zwager Ad schrijf ik over mijn tien beste CD's aller tijden. Hieronder volgt mijn eerste inzending.

In Nederland wordt Marvin Gaye nog altijd ondergewaardeerd, zoals eigenlijk alle grote zwarte artiesten, van Youssou N’dour tot Bob Marley. Ze worden hoogstens gezien als topvertegenwoordiger van een genre. Dan is Miles Davis niet meer dan een jazzmuzikant/trompettist en is Jimi Hendrix de beste gitarist en niet meer dan dat. Bij Marvin Gaye denken de meeste mensen hoogstens aan de - inderdaad - geile clip van Sexual Healing en misschien aan de documentaire over de eenzame Gaye in Oostende en aan het bericht dat zijn vader hem in 1984 doodschoot. Schrale troost is dat Matthijs van Nieuwkerk het titelnummer van What’s Going on naar een 268ste plek in de Top Tweeduizend – dat levende bewijs van provinciaalse onderschatting van de zwarte muziek - heeft gepraat.

In bijna alle lijstjes van de beste albums aller tijden staat What’s going on, het meesterwerk van Marvin Gaye uit 1971, ondertussen in de top 10. Gewoon tussen de grote LP’s van de Beatles, de Stones, Pet Sounds van de Beach Boys en Dylan. De OOR-redactie zette hem onlangs in het kader van veertig jaar OOR op vier, de lezers op acht. Met neef Peter lach ik ook graag om lijstjes, maar soms kun je er ook muziek door ontdekken. Toen ik What’s going on steeds terug zag komen op de lijstjes heb ik het een keer aangeschaft. Ik denk in 1999, toen het bij een recensentenverkiezing bij the Guardian/Observer zelfs tot beste album van de twintigste eeuw werd gekozen. Sinds die tijd is het een van de CD’s die ik het vaakst opzet en met elke “draaibeurt” wordt What’s Going on nog steeds beter. Daarmee hoort het voor mij beslist tot mijn top 10 aller tijden; want daarin horen geen platen die je vooral waardeert om herinneringen aan vroeger en die herinneringen ook oproepen, maar albums die muzikaal steeds nieuwe wonderen openbaren, die blijven groeien en verrassen.

Natuurlijk kende ik Marvin Gaye al lang, van hitsingles uit mijn jeugd als het onverwoestbare I heard it trough the Grape Vine. Ik heb ook altijd van Motown gehouden, maar soul als genre was natuurlijk niet onze subcultuur. Soul was voor de soulkikkers met hun wijde pijpen en hun Kreidlers en Zündapps. Toen ik in Utrecht woonde kocht of kreeg ik de elpee Midnight Love (met Sexual Healing en het nog zwoelere Turn on Some Music), een schitterend sensueel werk met een prachtige sound. Daarna was ik Gaye-fan en volgden nog wat titels, maar aan What’s going on was ik nog niet toegekomen. Ik kende ook niemand die het album wel had.

What’s going on brak met het strakke Motown-formaat van de single van nog geen drie minuten met het patroon van coupletten, refreinen en brug. Daardoor raakte Gaye in conflict met Motown-baas en zwager Berry Gordy Jr. What’s going on is namelijk een conceptalbum, met negen songs die schitterend in elkaar overgaan, met het titelnummer als opener en Inner City Blues als afsluiter. Ze vertellen het verhaal van een Vietnam-veteraan, die terugkomt in Amerika, met zijn ghetto’s, drugs, in elkaar geslagen anti-oorlogsdemonstraties en milieuproblemen (het subliem gezongen Oh Mercy, mercy me).

What’s going on is daarom een emancipatoir album, waarmee de artiest Marvin Gaye zijn vrijheid veroverde op een commerciële platenmaatschappij en inhoudelijk één van de echte protestalbums van the sixties en seventies. Een album dat als conceptalbum ook nu nog staat als een huis, terwijl de in die tijd populaire conceptalbums achteraf vaak niet het beste werk van een artiest blijken te zijn. Zo vind ik Sergeant Pepper als album veel minder dan Revolver of The White Album, is Zappa’s We’ re only in it for the Money binnen zijn oeuvre overschat en heb ik Thick as a Brick en A Passion Play van Jethro Tull al zeker 25 jaar niet meer gedraaid – wat genoeg zegt.

Ook muzikaal is What’s going on baanbrekend, hoewel boordenvol soul is het veel meer dan dat door klassieke strijkarrangementen en jazzy blaaspartijen. We horen een rijk georkestreerd geluid op een voortdurende subtiele swing en daarbovenop het echte wonder van deze plaat, de meervoudige zangpartijen van Marvin Gaye. Op What’s Going on introduceert hij zijn handelsmerk, het zingen van achtergrondpartijen over zijn eigen gouden solozang heen. Met als hoogtepunt de zingende herhalingen van gesproken zinnen in Save the Children. Samen met David Van de Pitte heeft Gaye de plaats gearrangeerd en geproduceerd op een magnifieke manier. Het geluid is vol en open, het klinkt anno 2011 nog alsof het gisteren is opgenomen. Een groot verschil met veel andere albums uit de jaren zestig en zeventig, die vaak gedateerd klinken.

Smokey Robinson zei pas in een Rolling Stone-special over de beste artiesten dat What’s going on nooit gedateerd raakt en dat Gaye hem bij het componeren toevertrouwde dat hij de muziek rechtstreeks van God kreeg.. Elke keer wanneer ik What’s going on opzet ben ik weer verkocht, vanaf het intro is het raak: het ritme, het gesproken What’s happening brother, de scheurende sax van Eli Fountain en het invallen van Marvin met het prachtige eerste couplet:

Mother, mother

There's too many of you crying

Brother, brother, brother

There's far too many of you dying

You know we've got to find a way

To bring some lovin' here today

zondag 29 mei 2011

Mario wil Feyenoord net als Barcelona laten spelen. Goed idee.

Na het zoveelste machtsvertoon van Barcelona gisterenavond met een weergaloze Messi in topvorm is het voetbalseizoen afgelopen. Van Barcelona heb ik keer op keer genoten, aan Feyenoord heb ik me bijna alleen maar geërgerd. Vorige week publiceerde VI interessante statistieken, waaruit blijkt dat Feyenoord gezien de begroting de op een na slechtst presterende ploeg van de eredivsie was afgelopen jaar.

Mario Been is daar wat mij betreft veel te makkelijk mee weggekomen. Hij wil dat Feyenoord net zo speelt als Barcelona. Tsja, dat zou ik ook wel willen. Wat ik zie is echter een ploeg zonder automatismen. Een ploeg waar bijna geen speler beweegt zonder bal. Met een keeper die een minuut doet over een uittrap. Met spelers die een bal breed over tien meter achter de man spelen en dan ook nog met te weinig vaart. Een ploeg zonder leiders, die niet aanvoelt wanneer je gas moet geven of terugnemen, bij de scheidsrechter moet protesteren of eens een kaart moet pakken om de wedstrijd te keren.

De leeftijd van de spelers is te vaak als excuus gebruikt, het beste argument daartegen is dat de kampioensploeg van Ajax nog jonger was. Het is niet eenvoudig voor een jonge ploeg om evenwichtig en stabiel te presteren, maar dit Feyenoord had zoveel talent dat de eindklassering op plaats tien ronduit schandalig is. Dat is Been wel degelijk kwalijk te nemen. Meer en meer stond hij als een gestresst dood vogeltje langs de lijn. Nooit paste hij een wissel toe die de wedstrijd deed kantelen. En altijd zijn het de spelers die de fouten maken - zij gaan achteruit lopen wanneer ze voor staan, alsof het niet de coach is die dat moet voorkomen. Zijn wedstrijdanalyse achteraf is altijd verstandig - hij speelt er alleen zelf nooit een rol in.

Wat Been wel heeft gedaan is goochelen met spelers en opstellingen en daar nooit een goede reden voor geven. Wijnaldum was niet geschikt om als spelmaker te spelen, daarom kocht Bruins maanden falen. Toen was Wijnaldum wel geschikt voor de 10 en mocht Luigi naar de tribune. Nu mag Luigi weg en vind Mario dat jammer, want het is zo'n goede speler. De Cler werd geschoffeerd na de blamage uit bij Excelsior, Been hoefde hem nooit meer te zien, maar de volgende wedstrijd stond meneer weer in de basis. Het grote talent Mokotjo had het gedaan na de uitnederlaag bij Ajax, werd op een zijspoor gezet en vervangen door de veel mindere speler Leerdam. Dezelfde Leerdam hield Fer uit de basis toen die terugkwam na zijn blessure, terwijl Fer de speler was die Mario zei altijd als eerste in te vullen op het wedstrijdformulier. Swerts mocht tot hij geschorst was elke wedstrijd de meest domme fouten maken zonder dat Been ingreep of er iets van zei. Met de keepers heeft Been in twee jaar tijd voortdurend gewisseld. Spelers die er aan het eind van de wedstrijd helemaal doorheen zaten - bij Castaignos elke wedstrijd - werden niet gewisseld en mede daardoor verspeelde Feyenoord veel punten in het laatste kwartier. Er was geen vaste strafschopnemer, zodat we een ruzie tussen Wijnaldum en Bruins zagen en Fer de belangrijke penalty in de bekerwedstrijd tegen Roda technisch nam als een pupil.

Been noemt spelers die onder hem beter zijn geworden. Die zijn er. Vooral Stefan de Vrij ontwikkelt zich spectaculair, het is een kwestie van tijd voordat hij in het Nederlands Elftal speelt. Daar staat echter heel veel tegenover. Been heeft El Ahmadi niet aan het voetballen gekregen, Biseswar pas na anderhalf jaar. Ik heb zo'n idee dat de spelers aanvoelen dat deze trainer Feyenoord als team niet beter maakt. De twijfels die Vlaar, Wijnaldum en Fer hebben bij een langer verblijf in de Kuip wijzen in die richting. Ik ben bang dat ze met hun voeten gaan stemmen en dat Feyenoord het in Beens derde seizoen nog moeilijker krijgt. Ik hoop dat ik ongelijk krijg.

Test

Op deze plaats wil ik regelmatig beschouwende blogs plaatsen over onderwerpen die me bezighouden.