vrijdag 29 april 2022

Over twee radicale schrijfsters en hoe de cirkel rond werd. Een halve eeuw politieke herinneringen, aflevering 14.

 17 april 2019, in de Amsterdamse Hoftuin tref ik schrijfster Marja Vuijsje, naar aanleiding van haar nieuwe boek Oude Dozen, een min of meer feministische leesgeschiedenis. Eerder had ik al haar mooie biografie van Joke Smit en haar ogenschijnlijk luchtige boek over haar loodzware familiegeschiedenis Ons Kamp gelezen – Marja’s vader overleefde Auschwitz omdat hij trombone speelde. Het was op de kop af veertig jaar geleden dat Marja en ik elkaar gezien hadden en we  praatten uren bij over oude bekenden en over onze wederwaardigheden.


Oude Dozen had me erg geraakt, als historicus en als generatiegenoot en politiek geestverwant. Het is een  autobiografisch werk met een unieke invalshoek. Aan de hand van boeken over feminisme (en socialisme) die mensen in Amsterdam opruimen en langs de straat zetten (zoals De schaamte voorbij en The Golden Notebook, maar ook Inleiding tot de marxistische economie van Ernest Mandel) beschrijft Marja de linkse politieke cultuur vanaf de jaren zeventig, als trefzekere observator. Ze herleest de boeken, probeert te verklaren waarom ze zo populair waren en beschrijft de milieus waarin ze gelezen werden en vooral ook haar vriendschappen.

Herkenbaar voor mij, omdat de wegen van Marja en mij elkaar kruisten aan het eind van de jaren zeventig. Marja was korte tijd net als ik lid van de trotskistische Internationale Kommunistenbond, zij werd lid via een vriendin in de feministisch-socialistische beweging. Wij maakten beiden deel uit van een kritische stroming. Bijzonder van de Vierde Internationale (waarvan de IKB deel uitmaakte) was dat er tendensrecht was: leden konden in de aanloop naar een congres statutair een oppositiegroep vormen en hadden recht op faciliteiten en gelijke spreektijd op het congres.

Onze tendens vond dat de vrouwenbeweging en andere nieuwe sociale bewegingen niet ondergeschikt of minder waren dan de klassieke arbeidersbeweging en bekritiseerde ook het hyperactieve organisatiemodel, waarin je dag en nacht moest klaar staan voor van alles en nog wat; een hyperactivisme dat uiteindelijk gebaseerd was op een groteske zelfoverschatting van de eigen rol. Internationaal werd er gesproken over de “crisis van het militantisme”, waar de Franse sectie LCR een heel nummer van het theoretisch orgaan Critique Communiste aan wijdde. In Engeland was er een soortgelijke oppositietendens, die spottend “feesttendens” werd genoemd. In Nederland maakte de meerderheid daar “gezelligheidstendens” van, een benaming die we – zo gaat dat - maar als geuzennaam aannamen.

Het treffende omslag van het nummer van Critique Communiste

En gezellig en intens waren die bijeenkomsten van de tendens zeker en vast, met Marja, mijn Utrechtse vriend Hugo van Hamersveld, de Amsterdammers Gezien van de Riet, Jeroen Strengers en Herman Ubachs en de Nijmegenaren Harrie Lindelauff en Wilma Roland. Ik herinner me bijeenkomsten bij Gezien in de Amsterdamse Tolstraat, eten bij een Turks restaurant in de Pijp en drinkgelagen in Amsterdamse cafés. Zo stonden we een keer zo’n beetje op het biljart met een alternatieve tekst mee te blèren met In the Navy van The Village People. Het was spannend en inspannend om zo’n oppositierol te vervullen, het smeedde een hechte band. Zeker Hugo en Marja waren verbaal spitsvondig in hun ironisch commentaar op de gebeurtenissen, ironie en zelfspot waren sowieso belangrijk om ons op de been te houden.

Een kleurrijk figuur was Herman Ubachs, een van de eerste jongeren die in de jaren zestig het trotskisme had herontdekt en zoon van Herman Vonk, die het bescheiden blaadje Rooie Berichten met een vooroorlogs uiterlijk uitgaf. Herman runde met zijn moeder de kantoorboekhandel in de Van Woustraat en zou later zakelijk leider van toneelgroep Internationale Nieuwe Scène in Antwerpen worden en bourgondisch restauranteigenaar in Amsterdam. Ik herinner me een rit naar Nijmegen in zijn auto, waarin hij zo druk aan het redeneren was dat we pardoes in Duitsland terecht kwamen. Na de bijeenkomst in Nijmegen hadden we een knalfeest in het huis waar Harrie woonde, met stampende jazz van Archie Shepp op de draaitafel. Hugo en Marja hadden inmiddels een affaire, de avond eindigde dat ik probeerde te slapen terwijl Marja en Hugo naast me in het bed gezellig aan het vrijen waren.

In de aanloop naar het congres hielden veel van de aanhangers van onze tendens het overigens al voor gezien, vooral een groep in mijn Utrechtse afdeling. Op dat Vierde IKB-congres van 1979 in Elst kreeg onze tendens geen poot aan de grond, we werden ook niet erg serieus genomen omdat we geen uitgewerkt politiek platform hadden. Dat klopte ook wel, in de zin dat we vooral een intuïtieve afkeer hadden van een meer orthodoxe benadering die aan kracht won. De meerderheid zette op dit congres de eerste stappen op weg naar de “proletarische oriëntering”. 

Op het congres werd ik als lid van de tendens in het landelijk bestuur (het “Centraal Comité) gekozen, maar ik stond er zo goed als alleen voor. Marja, Hugo, Herman en anderen verlieten na het congres gedesillusioneerd de organisatie. Marja schrijft in Oude Dozen: “Van alle deelnemers aan de “gezelligheidstendens”  die de IKB vaarwel zeiden was ik waarschijnlijk degene die er het minst onder leed. Ik was slechts een blauwe maandag lid geweest, en mijn leven was ook in die periode niet beheerst geweest door activiteiten en met en tussen andere IKB’ers. Maar er waren ook uittreders die in één klap hun sociale omgeving kwijt waren, en erg verdrietig werden van de kilheid waarmee ze vervolgens door de rechtlijnigen onder de trotskistische kameraden werden behandeld”. Zelf bleef ik lid vanwege loyaliteit aan de organisatie met zijn anti-fascistische en anti-stalinistische traditie.

Christine Otten in 1980

Een paar maanden na het congres ontmoette ik op de zomerschool van de IKB in Santpoort Christine Otten, toen een rebelse en spontane meid uit een radicale Deventer familie en middelbare-scholiere. Christine werd mijn eerste echte vriendinnetje en kwam na haar eindexamenjaar naar Utrecht. Ze werd actief in onze jongerenorganisatie Rebel, werd journaliste en uiteindelijk een origineel en geëngageerd romanschrijfster. Ze heeft een geweldig vermogen om in de huid van anderen te kruipen, van zwarte Amerikanen in de marge tot vluchtelingen en gevangenen, en schreef een inmiddels imposant oeuvre. En Christine heeft net als Marja het politieke hart gelukkig nog altijd op de goede plaats. Beiden schrijven (in Oude Dozen en in De ander bestaat niet) ook met grote sympathie en bewondering over Sal Santen, de Amsterdamse internationale trotskistische leider van na de Tweede Wereldoorlog, die zijn politieke werk uiteindelijk staakte om te gaan schrijven – en hoe.

Het optreden in de Vondelkerk, rechts Maja Vuijsje

Christine is nog steeds een vriendin en met haar bezocht ik op 6 november 2021 een bijzonder concert van Marja in samenwerking met de Chileense componist Patricio Wang en zijn muzikaal ensemble, in de Amsterdamse Vondelkerk. Op het programma in dit prachtige decor schitterende emotionele protestliederen als Te Recuerdo Amanda van Victor Jara en Gracias a la Vida van Violeta Para, Marja presenteerde en declameerde.


Na afloop nam ik deze foto van Christine en Marja, waarmee deze cirkel rond was en de schitterende en wijze poëzie uit Joni Mitchells The Circle Game me te binnen schiet:

We're captive on the carousel of time

We can't return, we can only look

Behind, from where we came

And go round and round and round, in the circle game

zaterdag 16 april 2022

Boekverkoper en redacteur, mijn jaren in het boekenvak. Een halve eeuw politieke herinneringen, aflevering 13.

 Van 1982 tot 1993 stond mijn leven in het teken van het boek, of beter gezegd van het linkse boek. In de eerste helft als vrijwilliger bij linkse boekhandel De Rooie Rat in Utrecht, in de tweede helft als redacteur bij uitgeverij Sua in Amsterdam.

De Rooie Rat was een begrip in Utrecht en daarbuiten, de grootste linkse boekhandel in Nederland, eerst in de Raadskelder en later in een mooi groot pand aan de Oude Gracht. Het was een ontmoetingsplaats voor heel links, van PvdA tot aanhangers van het Rood Verzetsfront en dat weerspiegelde zich ook in het assortiment, waar Stalin en Trotsky broederlijk naast elkaar stonden – een unicum. 

De Rooie Rat was een collectief van vrijwilligers en werd gerund door drie beroepskrachten, Theo Gielen, Bartho Hendriksen en Berd Bruins. Het collectief vergaderde zoals het hoorde in die tijd elke week, vraag me niet meer waarover we wel en niet allemaal discussieerden. Ondertussen werd de koers vooral bepaald door de beroepskrachten en in het bijzonder door Theo, die heel erg voor het collectief was maar ondertussen graag aan de touwtjes trok. Een heikel punt was de verkoop van romans, waarbij rekkelijken zoals ik (alles wat geëngageerd was)  stonden tegenover de preciezen (alleen romans met een expliciet politieke inhoud). 


Ik begon als vrijwilliger na mijn afstuderen, stond een keer per week in de winkel en was verantwoordelijk voor de Duitse import. Hoogtepunt waren de reizen naar de Frankfurter Buchmesse, met zijn eindeloze hoeveelheid boeken in de grote hallen, borrels aan het einde van de middag in de Nederlandse hoek, de mannen in pak die s’ochtends om elf uur al aan het bier en de Bratwurst begonnen en het logeren in de alternatieve woongroep van onze kennis Marianne Kröger aan de Mainzer Landstrasse. Mooi was het programma dat we maakten in het kader van het 15-jarig bestaan in 1986, met een brochure over de geschiedenis van het linkse boek in Utrecht, een discussieavond over de Spaanse burgeroorlog en een knallend feest in Rasa, nog zo’n legendarische Utrechtse pleisterplaats. In de brochure interviewde ik Fernanda van Hamersveld, de moeder van links Utrecht en van Hugo, mijn boezemvriend in die tijd, over de in 1916 opgerichte linkse kantoorboekhandel van haar vader Herman Kapteijn, in de oorlog een geheim adres van de illegale CPN.

Receptie 15 jaar Rooie Rat. Met collega-vrijwilliger Marina van Hoek (rechts) en Boy en Christiane van V an Gennep.

Forum 15 jaar Rooie Rat: Met Beatrijs Ritsema, Hans Achterhuis en voorzitter Will Tinnemans
  
Debat over Spaanse Burgeroorlog met radencommunist Cajo Brendel en CPN'er Piet Laros (15 jaar Rooie Rat)

De Rooie Rat bestaat inmiddels niet meer, door het verdwijnen van de aantrekkingskracht van links en de opkomst van internet werd het steeds moeilijker om het hoofd boven water te houden. In 2015 sloot de winkel de deuren, een symbolisch feit dat de nodige aandacht kreeg in de landelijke pers. Daarmee verdween niet alleen een naam, maar ook een imposante collectie (boeken over politieke theorie, landenstudies, vrouwen- en homostudies, alternatieve strips en protestmuziek).

Die sluiting maakte ik zelf al lang niet meer mee, omdat ik in 1987 bij Uitgeverij Sua was gekomen. De zittende redacteur was Joost Lagendijk, oud-studiegenoot en ook oud-medewerker van de Rooie Rat. Joost vertrok bij de Sua en maakte mij attent op de ontstane vacature. Zo begon ik in het voorjaar van 1987 als redacteur bij het kleine zusje van de grote linkse uitgeverijen Van Gennep en SUN. De Sua was ontstaan uit de studentenvakbond Asva en had nog altijd veel banden met de` Universiteit van Amsterdam. Inhoudelijk was de uitgeverij meer en meer van klassiek links in vaarwater van het populaire poststructuralistische discours gekomen – een stroming die mij persoonlijk nooit aangesproken heeft.

Er was een kundige redactieraad, die formeel besloot over het al dan niet uitgeven van manuscripten. De dagelijkse werkzaamheden werden gerund door twee redacteuren (naast mij eerst Jansen Schöttelndreier en later Marieke Hilhorst), een financieel medewerker (stille kracht Nico van Lieshout) en een verkoop/pr-medewerkster (achtereenvolgens Karen Peeters, Ruth Buwalda, Caroline Damwijk – inmiddels directeur van Libris – en Rita van Hoek). We werden in eerste instantie aangenomen met een niet-geheel legale constructie, later kregen we een echt minimumloon – het waren de jaren tachtig, waarin afgestudeerde werkloze academici met alles blij waren. In totaal was ik bij de uitgave van zo’n honderd boeken betrokken (uitsluitend non-fictie: proefschriften, sociaal-wetenschappelijke studies, kunsthistorische theorie, herinneringen en reisgidsen).

Een van de meest bijzondere mensen die ik tegenkwam was Anil Ramdas, die zijn afstudeerscriptie De strijd van de dansers bij ons aanbod. Ik herkende onmiddellijk de sprankelende intellectuele kracht van Anil en zijn boek, een hoogst originele analyse van maatschappelijke verhoudingen op Curacao. We gaven het boek uit en Anil kwam ook in onze redactieraad. Hij zorgde er mede voor dat we werk van Stuart Hall - zijn analyses van de hegemonie van het Thatcherisme; met hem gingen we uit eten als voorbereiding op een optreden bij De Balie -, Aristide Zollberg (migratie) en Pierre Bourdieu (nog niet in het Nederlands vertaald) konden uitgeven.

. Dat Anil uiteindelijk het leven niet meer aankon is nog steeds moeilijk te bevatten, een blijvend verlies voor het onafhankelijke en creatieve denken in Nederland.


Bijzonder was ook de uitgave van Herinneringen van een joods meisje van Eva Schloss, die  Anne Frank had gekend en de tweede vrouw van Otto Frank. Die succesvolle uitgave was mogelijk gemaakt door redactieraadslid en medewerkster bij de Anne Frank Stichting Dienke Hondius.

Trots ben ik op de Odyssee-reisgidsenserie. Rooie Ratter Bartho Hendriksen en Leo Plavoet namen het initiatief, in eerste instantie vertaalden en bewerkten we Rough Guides, later maakten we volledig eigen reisgidsen boordevol achtergronden en praktische informatie. Dat was een redactioneel en productietechnisch monsterklus, denk alleen aan alle speciale tekens in het Tsjechisch met de eerste generatie desk top publishing…. Leo en Bartho zijn er tot op de dag van vandaag in geslaagd de serie overeind te houden, een prestatie van formaat. Een heel bijzonder exemplaar in de reeks was dat over Zuid-Afrika, de eerste reisgids over Zuid-Afrika in de overgangsfase na de apartheid, geschreven door de journalisten Evelien Groenink en Bart Luirink, beiden actief in de Anti-Apartheidsbeweging Nederland.

Mooi was ook de door mij geïnitieerde reeks waarin bekende journalisten schreven over steden waar ze een passie voor hadden, zoals Rudie Kagie over New York, Henk van Gelder over Londen en Ineke van den Bergen over Berlijn. 

Andere titels die eruit springen: het baanbrekende proefschrift over seksueel geweld tegen vrouwen en traumatisering van Nel Draijer; dat van Jet Bussemaker over economische zelfstandigheid van vrouwen; een bundel over de affaire rond Rushdies Duivelsverzen, met een open brief van Ahmed Aboutaleb (volgens het colofon “journalist bij Veronica, directeur van Migranten Televisie MTV in Den Haag en programmamaker bij MTV in Amsterdam” met een oproep om islamitisch fundamentalisme niet de schuld van alles te geven); reportages over de val van het communisme in Oost-Europa door mijn Utrechtse kennis Will Tinnemans.

Met Sua op Amsterdamse uitmarkt. Ik sta links, naast me Jeroen Boomgaard (Kunstreeks), rechts collega Nico van Lieshout.

De uitgeverij had moeite om overeind te blijven. De boeken verschenen in kleine oplagen (gemiddeld 1500 exemplaren) en vaak lukt het niet om quitte te spelen. De enkele titels die goed liepen brachten onvoldoende extra geld in het laatje om echt stappen vooruit te zetten. Dat was voor de werksfeer niet altijd prettig en leverde soms vervelende situaties op. Zo hadden we de vertaalrechten gekocht van de kritische Columbus-biografie van de Amerikaans-Nederlandse auteur Hans Koning. Door tegenvallende bestellingen van de boekhandel stopten we de vertaling halverwege, tot ongemak van mij en begrijpelijk onbegrip van de auteur.

Toen ik in 1993 van Utrecht naar Delft verhuisde was de pijp bij mij leeg en besloot ik te stoppen bij de uitgeverij. Vlak daarna nam de succesvolle uitgeverij De Geus de Sua over, de naam bleef nog korte tijd over als imprint maar verdween snel voorgoed uit het boekenvak. 

Zo verdwenen De Rooie Rat en de Sua, symbolisch voor de neergang van de linkse hegemonie in Nederland.


zondag 3 april 2022

De internationale van de fiets. Een halve eeuw politieke herinneringen, aflevering 12.

 18 mei 2019, Brussel: ik zit voor de achtste keer de jaarvergadering voor van de federatie van Europese Fietsersbonden (ECF). Tijdens de vergadering moet ik even gaan plassen en laat ik het voorzitten aan mijn Deense collega-voorzitter Jette Gottsche. Bij terugkomst bij de zaal zie ik allemaal besmuikt lachende gezichten. Ineens dringt het tot me door dat ik mijn headset nog op heb en dat iedereen heeft kunnen meegenieten van mijn geklater. Ik doe het enige dat kan na zo’n blunder: naar mijn hoofd grijpen en zelf even hard meelachen.


Met collega-voorzitter Jette Gottsche

Het leuke van mijn functie bij de Fietsersbond is dat ik als verantwoordelijke voor de internationale contacten steeds naar die jaarvergaderingen, naar het grote fietscongres Velo-city en andere buitenlandse bijeenkomsten mag. Op de jaarvergaderingen (meestal met 50-75 deelnemers) gaat het om lobby op Europees niveau en om uitwisseling van ervaringen, bij Velo-city (750-1500 deelnemers) vooral om het uitwisselen van kennis. Plaatsen die ik zo heb bezocht zijn Brussel, Kopenhagen, Stockholm, Bremen, Berlijn, Nantes, Straatsburg, Parijs, Milaan, Sevilla, Lissabon, Brno, Tczew, Dublin, Manchester, Belgrado, Wenen en Bratislava. Tijdens die bijeenkomsten vertellen we fietsenthousiasten uit andere landen over het succes van de fiets in Nederland en de geschiedenis daarvan en horen we van ervaringen elders, grote en kleine, moeilijke èn inspirerende. Het is bijzonder om te zien dat zo’n eenvoudig vervoermiddel als de fiets tot een levendige internationale beweging heeft geleid, onze ECF is in bijna elk Europees land vertegenwoordigd. Een beweging bovendien die vooral bestaat uit bevlogen vrijwilligers.

In Sevilla met ECF-bestuursleden Morten Kerr, Doretta Vicini, Kevin Mayne en William Nederpelt (2011)

Mijn vuurdoop beleefde ik in 2008 in de prachtige Tsjechische stad Brno. Daar ontmoette ik bijvoorbeeld de innemende ECF-voorzitter Manfred Neun, mijn collega-lobbyist Fabian Küster en oude bekende Bernhard Ensink (secretaris-generaal (!) en tevens oud-directeur van de Fietsersbond). Dit trio stond in Brno en later borg voor een uitermate gründliche voorbereiding van de jaarvergadering. Ook ontmoette ik al op weg naar Brno vanuit Praag in een klein vliegtuig het Deense duo Jens Loft Rasmussen en Walther Knudsen, een bankmedewerker en een bibliothecaris, mannen naar mijn hart. Met hen bezocht ik na afloop van de vergadering nog de imposante Villa Tugendhat van Bauhaus-architect Mies von der Rohe, waarna we aan het eind van de ochtend op een druk terras al aan een halve liter van het onovertroffen Tsjechische pils zaten.

Jens Loft Rasmussen en Walther Knudsen, Wenen 2012


De algemene vergadering van de ECF in 1918 in Milaan

In 2010 in het Poolse Tczew was een bijzondere delegatie aanwezig van Oosteuropese vrouwen op  hakken en een mannelijke begeleider, die met een auto arriveerde. Ze vielen uit de toon, dat was duidelijk. De meeste vertegenwoordigers van de Fietsersbonden zijn casual gekleed of in sportieve fietskleding, deze mensen zagen er chiquer uit en mengden maar mondjesmaat met de groep. Toen we op mountainbikes een fietstocht gingen maken over de drassige oever langs de rivier Wisla en over kinderkopjes naar kasteel Malbork moest deze delegatie stevig afzien, het lukte ze maar net om op de fiets te blijven. Met behulp van Fabian Küster en Frans van Schoot ben ik erachter gekomen dat het om een delegatie ging van de Ukrainian Cycling Association. Hun lidmaatschap van de ECF heeft maar kort geduurd, hoe het precies zat weet ik niet meer; ik dacht dat ze de ECF vooral hadden gezien als een subsidieloket. 

De fietstocht in Tczew in 2010

In Tczew was ook een groep enthousiaste jongeren uit Kiev. Die is nog steeds aangesloten bij de ECF. Het enthousiasme en de expertise van jonge activisten uit Oost-Europa is sowieso indrukwekkend, dat merkte ik ook tijdens een ontmoeting in Belgrado met fietsorganisaties uit het voormalige Joegoslavië in 2014. De groep uit Kiev maakt nu met andere alternatieve clubs een krant met nieuws over de oorlog. Twee leden van de groep, Victor en Ksenia, verblijven sinds kort bij oud-voorzitter Manfred Neun in het Duitse Memmlngen.

Een erg geanimeerde editie van het Velo-city congres vond in 2013 plaats in het imposante gotische stadhuis van Wenen. Een van de sprekers was Fietsersbond-voorzitter en Gelderse CDA-gedeputeerde Marijke van Haaren.  Zij was er onder meer om mensen warm te maken voor de kandidatuur van Arnhem-Nijmegen om een volgende editie van het congres te organiseren. Toen Marijke aankwam belde ze mij op een  toon die geen tegenspraak duldde om naar het hotel te komen om haar presentatie door te nemen,  terwijl ik net kilometers verderop met een groep mensen in het Praterpark lag te chillen in de avondzon met een biertje, na een mooie massale fietsparade. 

De volgende dag hield Marijke haar verhaal op het hoofdpodium voor zo’n duizend congresgangers, waarna ze aan een forumdebat deelnam. De deelnemers zaten op het verhoogde podium op een grote sofa en laat Marijke nu een witte rok aanhebben die net over de knie kwam. Dat werd een gesprek in een bijzonder ongemakkelijke houding. Na afloop kreeg ik het verwijt haar niet gewaarschuwd te hebben voor de opstelling op het podium, alsof ik daarvoor verantwoordelijk was…. Overigens was Marijke de perfecte ambassadeur voor Arnhem-Nijmegen en werd het congres daar in 2017 gehouden, met een opening door Willem-Alexander. Hij drukte op een bel en dat was het, het protocol verbiedt dat de koning na een openingshandeling ook nog een toespraak houdt.


Marijke van Haaren presenteert op Velo-city in Wenen 2013

In Arnhem-Nijmegen was er na de fietsparade een feestavond rond het Honig-terrein, een vergaarbak van alternatieve bedrijfjes. Een grote Braziliaanse delegatie bouwde daar een geweldige party in de buitenlucht. Samen met collega Jaap Kamminga en Fietsersbond-directeur Saskia Kluit raakten we op een rustiger plek in gesprek met Shannon Galpin, een geweldige en inspirerende Amerikaanse vrouw die in Afghanistan gedurende tien jaar vrouwen aan het fietsen had gekregen. Op dit moment probeert Sharon nog om een groep wielrennende vrouwen veilig uit Afghanistan te krijgen. Het vrouwenwielrennen is nu door de Taliban verboden en de internationale wielrenbond zwijgt…..


Omslag van een van de boeken van Shannon Galpin


Tussen de feestende Brazilianen, Nijmegen 2017

Een laatste bijzonder moment: de reis met de Klimaattrein naar de klimaattop  in Kopenhagen eind 2009, samen met toenmalige directeur Hugo van der Steenhoven. Aan boord waren onder meer Jesse Klaver (toen nog CNV-jongeren) en Diederik Samsom. Het werd al snel een party-trein, totdat midden in de nacht het bier op was. Het vertrek van de trein in Utrecht was op het 8-uurjournaal en ik was een paar seconden te zien. Op die paar seconden beeld kreeg ik meer reacties dan op jarenlange noeste schriftelijke arbeid. It’s the image, stupid.