Posts tonen met het label IKB. Alle posts tonen
Posts tonen met het label IKB. Alle posts tonen

donderdag 14 juli 2022

De Utrechtse Jaffastraat als centrum van links en van een ingewikkelde familiegeschiedenis. Een halve eeuw politieke herinneringen, aflevering 20

In de tweede helft van de jaren zeventig was de Jaffastraat een van de centra van het Utrechtse linkse leven. Voor mij was het hèt centrum..

Op nummer vijftig woonde Fernanda van Hamersveld, die ik eerder de moeder van links Utrecht noemde (Herinnering 13). Fernanda kwam uit een CPN-nest, haar ouders (Kapteijn) hadden een kantoorboekhandel en uitleenbibliotheek in de JP Coenstraat. In de oorlog werd die boekhandel een uitvalsbasis van de illegale CPN, inclusief zendapparatuur en Fernanda werd als middelbare scholiere actief als koerierster.

Fernanda (foto Anne Vaillant)

In 1948 was ze het niet eens met de communistische coup in Tsjechoslowakije en kwam ze buiten de CPN te staan. Daarna werd ze niet meer gegroet door de Utrechtse CPN'ers, zoals voorman Barend Schreuders, de vader van de latere Waarheid-hoofdredacteur Gijs Schreuders. Fernanda was ontroerd toen de Franse trotskistische leider Alain Krivine (Zie herinnering 11) haar bij een bijeenkomst in centrum Rasa ergens in de jaren zeventig aansprak als kameraad. Dat was in al die jaren niet meer gebeurd. Fernanda werd bijzonder actief in de Utrechtse vrouwenbeweging en met name in de Abva-vrouwen. Altijd aanwezig, altijd betrokken, altijd gedecideerd.

Met Hugo, circa 1985

Fernanda's zoon Hugo woonde op de hoek in de bovenwoning op nummer vier. Toen ik hem leerde kennen eind 1975/begin 1976 was hij trotskist en bestuurslid van de Utrechtse afdeling van de Internationale Kommunistenbond. Ook op nummer vier woonde Jan Sturkenboom, een elektricien die bij het Utrechtse elektriciteitsbedrijf werkte en ook lid was van de IKB. Jan was in de jaren zestig gegrepen door de alternatieve beweging. Over hem grapte Marcel van der Linden - samen met anti-militarist Kees Kalkman bewoner van een ander links huis in de Frederik Hendrikstraat - dat Jan Utrecht in zijn eentje plat kon leggen in revolutionaire tijden. Ook op de Jaffastraat: Hugo's vriendin Marja Eikenaar en Jans vriendin Diana Krabbendam, ook IKB'sters. Later kwamen er andere makkers: mijn vriendin Christine Otten (Zie herinnering 14), die later tot mijn verdriet iets met Jan kreeg, Tjabring van Egten en Dick Oele.

Tjabring, Dick, Christine, Jan (1981)

Hugo werd lange tijd mijn beste vriend, ook nadat hij eerder dan ik de beweging verlaten had (Zie herinnering 14). Hij was naast taalkundig begaafd ook een goede tekenaar; hij plaatste in het Utrechtse afdelingsblad De Rooie Moker een keer een tekening van een totempaal, met daarop de namen van alle kameraden die bepaalde taken niet hadden uitgevoerd. Favoriet waren ook de tekeningen van de konijntjes die Trotsky in Mexico had gehad. Ergens in de eerste helft van de jaren tachtig vertrok Hugo naar Amsterdam, waar hij in een kraakpand in de Indische Buurt ging wonen; ook Christine vertrok naar de hoofdstad. Ik was vanaf 1985 samen met Hugo het leidende duo dat het blad Links maakte (Zie herinnering 5).

Keuken Jaffastraat: Hans de Beer, Ankie Tukker, Tjabring van Egten (op rug), Jan Sturkenboom, Christine Otten (1981)

Toen bleek dat Links niet echt een succes was en het ook niet zou worden en de afleveringen met vertraging verschenen werd Hugo cynischer en cynischer en daar kreeg ik meer en meer moeite mee. Hugo had ook een ingewikkelde relatie met zijn sterke en dominante moeder en beschouwde zichzelf als tweede-generatie oorlogsslachtoffer; hij ging in behandeling bij het Joods Maatschappelijk Werk en bij Fernanda begonnen de oorlogservaringen op latere leeftijd meer en meer op te spelen. Na 1990 verwaterde mijn vriendschap met Hugo.

Jan Sturkenboom werd later geluidstechnicus in Tivoli, het Muziekcentrum en het Muziekhuis. In het Muziekcentrum kwam ik hem eind jaren negentig nog een keer tegen toen ik er was voor een bijeenkomst van GroenLinks. In 2013 overleed Jan onverwacht aan een hartstilstand. In de Utrechtse editie van het AD stond een fraai in memoriam over de "anarchistische geluidsman". In de Leeuwenberghkerk namen we met een aantal oude makkers in een mooie muzikale bijeenkomst afscheid van Jan, een man waar niemand een hekel aan had, een man ook die mensen die hij niet zo zag zitten in prachtig Utregs gupppies kon noemen..

Met Fernanda hield ik ook na mijn verhuizing naar Delft contact, ze stuurde nog een zelfgebreid truitje na de geboorte van mijn dochter in 1995. Ze nam deel aan een initiatief over bewoners en verleden van de wijk Lombok, waar ook de winkel van haar ouders had gestaan. Ze beleefde een moeilijke oude dag, zo werden haar beide benen geamputeerd vanwege ernstige diabetes.  Ze stierf in 2001. Op haar afscheidsbijeenkomst hield Hugo een onderkoelde, weinig warm overkomende toespraak. Het was voor mij en andere oude makkers zoals Hans de Beer en Ankie Tukker een vervreemdende ervaring. Een ervaring die vooral ook bewijst hoe ingewikkeld familiegeschiedenissen kunnen zijn. De Fernanda zoals ik me die herinner komt naar voren in dit fraaie interview van Hans Fransen van de Putte in het kritische vakbondsblad Solidariteit uit 1991: Interview Fernanda.




 

zondag 26 juni 2022

"Zit Wim Bot ook in de zaal?" Achterhaald door het verleden. Een halve eeuw politieke herinneringen, aflevering 18

 “Zit Wim Bot ook in de zaal?” Plaats van handeling: Theater de Veste in Delft op 6 oktober 2016. Samen met oud-wethouder Corina Heuvelman bezoek ik De Grote Geschiedenisshow, de toneelversie van het onvolprezen radioprogramma Onvoltooid Verleden Tijd. Van de partij deze avond zijn Jos Palm, Nelleke Noordervliet, Elsbeth Etty, Frank Westerman en Wim Berkelaar.


Aankondiging van De Grote Geschiedenisshow

Midden in verhalen over de jaren zestig en zeventig en de protestgeneratie stelt Wim Berkelaar uit het niets tot mijn stomme verbazing deze vraag. Ik mag gaann staan en Wim begint te vertellen over hoe hij in de jaren tachtig een avond van de Internationale Kommunistenbond in Utrecht bezocht over El Salvador. Hij vertelt de zaal dat ik hem die avond meldde dat hij vooral niet op slappe reformistische partijen als PSP en CPN moest stemmen. En zo werd ik in Delft onverwacht achterhaald door mijn verleden. Hoe Wim Berkelaar wist dat ik in de zaal zou zitten weet ik tot op de dag van vandaag niet, maar een daverende verrassing was zijn interventie wel.

Na die avond heb ik het verhaal wel kunnen reconstrueren en kan ik verklaren waar mijn stemadvies vandaan kwam. Op 6 april 1981 hielden we in het bekende linkse zalencomplex Rasa een openbare avond over El Salvador, het land waar een burgeroorlog woedde. Het was kort voor de Tweede-Kamerverkiezingen van 26 mei. Het was de eerste keer dat de IKB zelf aan de verkiezingen deelnam, onder het motto Geen bommen maar banen. In een tijd van oplopende werkloosheid en bezuinigingen vonden we het programma van PSP en CPN niet radicaal genoeg.  Op 22 mei hielden we ook een redelijk succesvolle verkiezingsavond in Utrecht, waarop ik een van de sprekers was.


Affiche van onze Utrechtse afdeling met de bewuste avonden

Uiteindelijk haalden we onder lijsttrekkerschap van Wim Schul niet meer dan een schamele 1814 stemmen, 0,02% van het totaal. En daar hadden we dan 18.000 gulden voor moeten ophoesten om mee te mogen doen . We maakten nog een filmpje voor de zendtijd politieke partijen, waarop Proloog-actrice Thea Roding op gedragen theatrale toon een radicaal programma bepleitte tegen de achtergrond van een kabbelende vijver met dobberende eendjes.

Dat we een avond hielden over El Salvador was niet zo vreemd. Het steunen van de Sandinisten in Nicaragua – inmiddels triest genoeg politiek volkomen gedegenereerd - en de oppositie in El Salvador was een van onze hoofdactiviteiten in die jaren. De klassieke solidariteitsbeweging lag ons beter dan steeds radicaler wordende autonome bewegingen in Nederland zoals de Amsterdamse kraakbeweging, waar het meer en meer om confrontatie om de confrontatie ging. In Utrecht hielden we ons als afdeling ook wat afzijdig van de grote protestbeweging tegen de sloop van het bos Amelisweerd en van de Slag om Amelisweerd in september 1982.

Tijdens een demonstratie in Rotterdam

Het Nederlandse Nicaragua Comité was gevestigd in de Utrechtse Van Speijkstraat en rond El Savador was de ex-zeeman Hans erg actief. Onze steun werd in het begin met argusogen bekeken, ook al omdat sommige trotskisten in de Midden-Amerikaanse regio een eigen strijdbataljon vormden en kritisch stonden tegenover Sandinisten en de beweging in El Salvdor. Wij konden die argwaan wegnemen omdat we geen dubbele agenda hadden en we relatief veel mensen konden leveren voor activiteiten zoals huis-aan-huiscollectes. Landelijke bekendheid kreeg de solidariteit met El Salvador na de moord op de vier IKON-journalisten in El Salvador, toen het Amsterdamse comité El Salvador een briljante actie bedacht: er werden vijf kruisen geplaatst voor het Amerikaanse consulaat op het Museumplein in Amsterdam – vier voor de journalisten en één voor de 40.000 omgekomen Salvadorianen. Het was een actie die enorm veel publiciteit opleverde.


Een openbare avond als die over El Salvador was ook kenmerkend voor ons werk. We organiseerden regelmatig avonden over actuele politieke thema’s (zoals het eurocommunisme, de Oosteuropese oppositie, de 35-urige werkweek, de Duitse Berufsverbote, de oorlog in Libanon) en daarnaast ook scholingsavonden. Als IKB stonden we in het linkse milieu niet geheel verbazingwekkend dan ook wel bekend als omgevallen boekenkasten. Door de internationale bladen van de Vierde Internationale werden we voortdurend op de hoogte gehouden van ontwikkelingen in de hele wereld en onze internationale voorman Ernest Mandel was een van de toonaangevende linkse intellectuelen van die tijd en publiceerde boek op boek. In Nederland hadden we ook briljante denkers als Marcel van der Linden en Fritjof Tichelman, toen (Fritjof) en later (Marcel) belangrijk op het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis. 

We draaiden onze hand er ook niet voor om vanuit Utrecht een serie scholingsavonden voor sympathisanten in Groningen te organiseren, de onvermoeibare Kees Huysmans en ik reden dan ’s avonds in de auto van Kees op en neer. In Groningen was de latere specialiste op het gebied van consumentenrecht Louise Boelens deelneemster. Van avonden in Utrecht herinner ik me Adrienne van Heteren, die voorvrouw werd van organisaties voor vrijheid van meningsuiting en vrije pers. 



En Wim Berkelaar werd een journalist die zich dagelijks  roert in de media, politiek gezien bepaald geen revolutionair, maar toch: graag gedaan die avond over El Salvador en dat stemadvies Wim!







woensdag 25 mei 2022

In een parallel universum van het radicaal-links studentenmilieu met Ben Sanders. Een halve eeuw politieke herinneringen, aflevering 16

 1 Mei 2019: in een volle Geertekerk in Utrecht, zo’n beetje tegenover mijn werkplek bij de Fietsersbond, nemen we afscheid van Ben Sanders. Ben overleed op 64-jarige leeftijd, na complicaties vanwege een operatie. Tijdens de bijeenkomst klinken O’Caroline met de ijle, breekbare stem van Robert Wyatt en het zwoele en jazzy Hey Nineteen van Steely Dan, nummers waar ik net als Ben dol op was in de tijd dat we bevriend waren. Bens broer Raymond memoreert dat Ben in de tweede helft van de jaren zeventig voor hem en de familie moeilijk bereikbaar was, omdat Ben toen in een parallel universum leefde. En van dat parallelle universum maakte ook ik deel uit.


Ben studeerde medicijnen en was de onbetwiste leider van de studentenorganisatie MSFU, onderdeel van de studentenvakbond USF. Op de een of andere manier was die club bij medicijnen in zeer links vaarwater gekomen. Ik studeerde sinds 1975 geschiedenis en met een groepje gelijkgezinden vormden we een “linkse stroming” binnen de USF-organisatie UHSK.

De studentenvakbond USF werd in deze periode sterk gedomineerd door de Communistische Partij Nederland. Bij geschiedenis was Geert van der Kolk een zeer rechtlijnige voorman, hij werd later romanschrijver. Andere UHSK’ers die bekend zijn geworden waren Hans Wansink, Maarten Prak en Lex Heerman van Voss  De nadruk van de USF lag erg op een klassieke vakbondsstrategie: meer geld voor onderwijs en onderzoek. Op faculteitsniveau was er zo een bondgenootschap mogelijk met de staf, die (zoals Maarten van Rossum) bij geschiedenis meer op de PvdA was georiënteerd. Nu moeilijk voor te stellen, maar in de studentenwereld van die tijd waren naast CPN’ers ook PSP, anarchisten, maoïsten en trotskisten actief. Wie niet links was hoorde er niet echt bij, daar kwam het op neer. Demonstraties, acties en bezettingen van de USF waren aan de orde van de dag.

De geschiedenisgroep: links ik, daarnaast Carla Wijers, Günther Barten, Janne van Malenstein, Bas Streef, vooraan Johan Blom

Ben en ik vonden met onze groepen dat de studentenvakbond meer principieel tegen de herstructurering van het wetenschappelijk onderwijs stelling moest nemen en meer moest ingaan op de inhoud van het onderwijs. We kregen contact met soortgelijke groepen bij sociologie en psychologie en met de eerdere stroming van de socialistische bonden, in Utrecht georganiseerd in het Stedelijk Overleg en politiek beïnvloed door de onafhankelijke organisatie Rood Front Utrecht. Ontelbaar waren de bijeenkomsten op het kantoortje van de MSFU aan de Catharijnesingel, net als de (wekelijkse…) feesten in de werfkelder van de Catacomben aan de Oude Gracht. Uiteindelijk leidde al dat vergaderen en nadenken tot de oprichting van het Links Platform als linkse stroming in de USF en publiceerden we een lijvige (33 kantjes) tekst.


De USF-meerderheid was daar niet altijd blij mee. In nachtelijke sessies in café Het Pandje aan de Nobelstraat van de onvergetelijke barkeeper Cor en zijn vrouw Gerrie werd er heel wat afgediscussieerd, vooral met theologiestudent en USF-voorzitter Ab Harrewijn. Tegen Ab Harrewar, zoals we hem toen spottend noemden, zeiden we dat theologie geen wetenschap was en dat elk jaar studieduur ervan een jaar te veel was. Ab hapte dan onmiddellijk en ging zich dan opgewonden verdedigen. Zonder dollen : Aan Ab kon eigenlijk niemand een hekel hebben, zijn hart zat op de juiste plaats. Later, veel later kwam ik hem tegen toen hij bij de Delftse afdeling van GroenLinks kwam uitleggen dat we de oorlog tegen Servië moesten steunen. Net als Ben is Ab veel te vroeg overleden.

Ben ik en ik werden door mensen als Kees Huijsmans, Marcel van der Linden en Bas Streef politiek meer en meer aangetrokken door het trotskisme van de Vierde Internationale en voorman Ernest Mandel. Na een jaar van sympathisantschap sloten we ons in 1977 als lid aan bij de Internationale Kommunistenbond. Nu mochten we de interne bulletins lezen, Ben ik zaten op zijn kamer aan de Daalsedijk en bij mij aan het Veemarktplein urenlang de verhitte internationale discussies over het al dan niet steunen van de guerillastrijd in Latijns-Amerika te lezen.

Ons parallelle universum bestond uit vergaderen, discussiëren, schrijven, stencillen , actievoeren en lezen, afgewisseld – dat wel - met feesten en muziek. Voor andere zaken bleef weinig tijd over, zelfs mijn bezoek aan en belangstelling voor Feyenoord begon af te nemen. Ben nam in deze periode ook het besluit om in het zicht van de haven te stoppen met de studie medicijnen om ook geschiedenis te gaan studeren, hetgeen hem door zijn familie niet in dank werd afgenomen.

De hyperactiviteit was niet eeuwig vol te houden, zoals ik in aflevering 14 beschreef ontstond er een “crisis van het militantisme” en een oppositietendens binnen de IKB. Ben en ik maakten daar deel van uit, maar Ben hield het met een paar andere makkers zoals Steven van Slageren eerder voor gezien dan ik. Politiek actief werd hij daarna niet meer, behalve in het AFKU (Anti-Fascisme Komitee Utrecht).

Onze vriendschap begon daardoor snel te verwateren, zonder dat we ruzie hadden. Zonder de vergaderingen zagen we elkaar niet veel meer en praten over de breuk met een politieke stroming waar je ziel en zaligheid in hebt gestoken is moeilijk en ongemakkelijk, dat is me keer op keer gebleken en heb ik later ook zelf ondervonden. De wereld van het linkse activisme uit die tijd is ook een verhaal van verloren vriendschappen.

In het midden Ben, tijdens afstudeerfeest van mij en anderen in 1982

Ben bleef tot aan het einde een gulzige lezer, een muziekliefhebber, bourgondiër en dol op realistische historische oorlogsspelen – een guilty pleasure van meer radicale linksen. Hij werd uiteindelijk docent geschiedenis en daarna rector van een scholengemeenschap in Wageningen. Niet verbazingwekkend, want met zijn imposante verschijning en gedecideerde houding was hij een geboren leider. Ernstige gezondheidsproblemen deden hem helaas veel te vroeg de das om in dit niet-parallelle universum.

vrijdag 29 april 2022

Over twee radicale schrijfsters en hoe de cirkel rond werd. Een halve eeuw politieke herinneringen, aflevering 14.

 17 april 2019, in de Amsterdamse Hoftuin tref ik schrijfster Marja Vuijsje, naar aanleiding van haar nieuwe boek Oude Dozen, een min of meer feministische leesgeschiedenis. Eerder had ik al haar mooie biografie van Joke Smit en haar ogenschijnlijk luchtige boek over haar loodzware familiegeschiedenis Ons Kamp gelezen – Marja’s vader overleefde Auschwitz omdat hij trombone speelde. Het was op de kop af veertig jaar geleden dat Marja en ik elkaar gezien hadden en we  praatten uren bij over oude bekenden en over onze wederwaardigheden.


Oude Dozen had me erg geraakt, als historicus en als generatiegenoot en politiek geestverwant. Het is een  autobiografisch werk met een unieke invalshoek. Aan de hand van boeken over feminisme (en socialisme) die mensen in Amsterdam opruimen en langs de straat zetten (zoals De schaamte voorbij en The Golden Notebook, maar ook Inleiding tot de marxistische economie van Ernest Mandel) beschrijft Marja de linkse politieke cultuur vanaf de jaren zeventig, als trefzekere observator. Ze herleest de boeken, probeert te verklaren waarom ze zo populair waren en beschrijft de milieus waarin ze gelezen werden en vooral ook haar vriendschappen.

Herkenbaar voor mij, omdat de wegen van Marja en mij elkaar kruisten aan het eind van de jaren zeventig. Marja was korte tijd net als ik lid van de trotskistische Internationale Kommunistenbond, zij werd lid via een vriendin in de feministisch-socialistische beweging. Wij maakten beiden deel uit van een kritische stroming. Bijzonder van de Vierde Internationale (waarvan de IKB deel uitmaakte) was dat er tendensrecht was: leden konden in de aanloop naar een congres statutair een oppositiegroep vormen en hadden recht op faciliteiten en gelijke spreektijd op het congres.

Onze tendens vond dat de vrouwenbeweging en andere nieuwe sociale bewegingen niet ondergeschikt of minder waren dan de klassieke arbeidersbeweging en bekritiseerde ook het hyperactieve organisatiemodel, waarin je dag en nacht moest klaar staan voor van alles en nog wat; een hyperactivisme dat uiteindelijk gebaseerd was op een groteske zelfoverschatting van de eigen rol. Internationaal werd er gesproken over de “crisis van het militantisme”, waar de Franse sectie LCR een heel nummer van het theoretisch orgaan Critique Communiste aan wijdde. In Engeland was er een soortgelijke oppositietendens, die spottend “feesttendens” werd genoemd. In Nederland maakte de meerderheid daar “gezelligheidstendens” van, een benaming die we – zo gaat dat - maar als geuzennaam aannamen.

Het treffende omslag van het nummer van Critique Communiste

En gezellig en intens waren die bijeenkomsten van de tendens zeker en vast, met Marja, mijn Utrechtse vriend Hugo van Hamersveld, de Amsterdammers Gezien van de Riet, Jeroen Strengers en Herman Ubachs en de Nijmegenaren Harrie Lindelauff en Wilma Roland. Ik herinner me bijeenkomsten bij Gezien in de Amsterdamse Tolstraat, eten bij een Turks restaurant in de Pijp en drinkgelagen in Amsterdamse cafés. Zo stonden we een keer zo’n beetje op het biljart met een alternatieve tekst mee te blèren met In the Navy van The Village People. Het was spannend en inspannend om zo’n oppositierol te vervullen, het smeedde een hechte band. Zeker Hugo en Marja waren verbaal spitsvondig in hun ironisch commentaar op de gebeurtenissen, ironie en zelfspot waren sowieso belangrijk om ons op de been te houden.

Een kleurrijk figuur was Herman Ubachs, een van de eerste jongeren die in de jaren zestig het trotskisme had herontdekt en zoon van Herman Vonk, die het bescheiden blaadje Rooie Berichten met een vooroorlogs uiterlijk uitgaf. Herman runde met zijn moeder de kantoorboekhandel in de Van Woustraat en zou later zakelijk leider van toneelgroep Internationale Nieuwe Scène in Antwerpen worden en bourgondisch restauranteigenaar in Amsterdam. Ik herinner me een rit naar Nijmegen in zijn auto, waarin hij zo druk aan het redeneren was dat we pardoes in Duitsland terecht kwamen. Na de bijeenkomst in Nijmegen hadden we een knalfeest in het huis waar Harrie woonde, met stampende jazz van Archie Shepp op de draaitafel. Hugo en Marja hadden inmiddels een affaire, de avond eindigde dat ik probeerde te slapen terwijl Marja en Hugo naast me in het bed gezellig aan het vrijen waren.

In de aanloop naar het congres hielden veel van de aanhangers van onze tendens het overigens al voor gezien, vooral een groep in mijn Utrechtse afdeling. Op dat Vierde IKB-congres van 1979 in Elst kreeg onze tendens geen poot aan de grond, we werden ook niet erg serieus genomen omdat we geen uitgewerkt politiek platform hadden. Dat klopte ook wel, in de zin dat we vooral een intuïtieve afkeer hadden van een meer orthodoxe benadering die aan kracht won. De meerderheid zette op dit congres de eerste stappen op weg naar de “proletarische oriëntering”. 

Op het congres werd ik als lid van de tendens in het landelijk bestuur (het “Centraal Comité) gekozen, maar ik stond er zo goed als alleen voor. Marja, Hugo, Herman en anderen verlieten na het congres gedesillusioneerd de organisatie. Marja schrijft in Oude Dozen: “Van alle deelnemers aan de “gezelligheidstendens”  die de IKB vaarwel zeiden was ik waarschijnlijk degene die er het minst onder leed. Ik was slechts een blauwe maandag lid geweest, en mijn leven was ook in die periode niet beheerst geweest door activiteiten en met en tussen andere IKB’ers. Maar er waren ook uittreders die in één klap hun sociale omgeving kwijt waren, en erg verdrietig werden van de kilheid waarmee ze vervolgens door de rechtlijnigen onder de trotskistische kameraden werden behandeld”. Zelf bleef ik lid vanwege loyaliteit aan de organisatie met zijn anti-fascistische en anti-stalinistische traditie.

Christine Otten in 1980

Een paar maanden na het congres ontmoette ik op de zomerschool van de IKB in Santpoort Christine Otten, toen een rebelse en spontane meid uit een radicale Deventer familie en middelbare-scholiere. Christine werd mijn eerste echte vriendinnetje en kwam na haar eindexamenjaar naar Utrecht. Ze werd actief in onze jongerenorganisatie Rebel, werd journaliste en uiteindelijk een origineel en geëngageerd romanschrijfster. Ze heeft een geweldig vermogen om in de huid van anderen te kruipen, van zwarte Amerikanen in de marge tot vluchtelingen en gevangenen, en schreef een inmiddels imposant oeuvre. En Christine heeft net als Marja het politieke hart gelukkig nog altijd op de goede plaats. Beiden schrijven (in Oude Dozen en in De ander bestaat niet) ook met grote sympathie en bewondering over Sal Santen, de Amsterdamse internationale trotskistische leider van na de Tweede Wereldoorlog, die zijn politieke werk uiteindelijk staakte om te gaan schrijven – en hoe.

Het optreden in de Vondelkerk, rechts Maja Vuijsje

Christine is nog steeds een vriendin en met haar bezocht ik op 6 november 2021 een bijzonder concert van Marja in samenwerking met de Chileense componist Patricio Wang en zijn muzikaal ensemble, in de Amsterdamse Vondelkerk. Op het programma in dit prachtige decor schitterende emotionele protestliederen als Te Recuerdo Amanda van Victor Jara en Gracias a la Vida van Violeta Para, Marja presenteerde en declameerde.


Na afloop nam ik deze foto van Christine en Marja, waarmee deze cirkel rond was en de schitterende en wijze poëzie uit Joni Mitchells The Circle Game me te binnen schiet:

We're captive on the carousel of time

We can't return, we can only look

Behind, from where we came

And go round and round and round, in the circle game

zondag 16 januari 2022

Een toneelstukje op een revolutionair congres. Een halve eeuw politieke herinneringen, aflevering 3

“Kameraden, ik heb het moeilijk met abortus, ik vind dat het ongeboren leven beschermd moet worden.” Aan het woord in de jeugdherberg in Elst op het vijfde congres van de Internationale Kommunistenbond (Nederlandse afdeling van de Vierde Internationale) in 1979 was Joop. Hij een van de weinige oudere leden en ook van de weinigen met een echte arbeidersachtergrond, katholiek bovendien. Het antwoord op zijn emotionele betoog liet niet lang op zich wachten en kwam van Rik Hancké, de Vlaamse artistiek leider van de Eindhovense Toneelwerkgroep Proloog. Met al zijn theatrale gaven bepleitte hij hartstochtelijk het zelfbeschikkingsrecht van de vrouw, Baas in eigen buik. Daarbij ging hij verbaal frontaal in de aanval tegen Joop.



Hoewel ik het inhoudelijk met Hancké eens was – hij verdedigde het officiële politiek-correcte standpunt van onze organisatie van enkele honderden aanhangers– en de vrouwelijke kameraden van `Proloog ongetwijfeld met hem in hun nopjes waren,  voelde ik me op dat moment verdomd ongemakkelijk bij dit optreden voor de Bühne. Was het nou echt nodig om een oudere kameraad die van zijn hart geen moordkuil maakte zo aan te vallen?

Het was een harde stijl die in het uiterst-linkse milieu van die tijd niet ongewoon was en zeker niet in het vormingstoneel van Proloog. Tijdens een voorstelling in het Ridderkerkse jongerencentrum De Singel had ik een lid van de groep al eens snoeihard horen reageren op een jongere die vroeg of Jezus niet progressief was. Antwoord:  het christendom en het geloof waren fout, punt uit. Onder leiding van Hancké had Proloog zich na felle discussies meer en en meer in uiterst-linkse richting ontwikkeld, de Eindhovense afdeling van de IKB bestond voor een groot deel uit toneelspelers van Proloog. De groep was onder vuur komen  te liggen van Kamerlid Pia van Veenendaal van DS’70, een rechtse afsplitsing van de PvdA. Zij had Proloog in december 1974 in 'De Telegraaf' beschuldigd van onjuiste declaraties, misbruik van subsidies, banden met terroristische groeperingen en indoctrinatie. Proloog won een kort geding van de politica, met Pieter Herman Bakker Schut als advocaat, de man die ook de Rote Armee Fraktion verdedigde. 

Tot het Eindhovense milieu behoorde ook de popgroep Bots van zanger Hans Sanders, die vaak optrad op de manifestaties ter bevordering van de zogenaamde strijdcultuur. De Bots zijn nu bijna vergeten, maar hun muziek op bijvoorbeeld het album Voor God en vaderland  staat nog als een huis. Sanders zorgde bij die optredens voor reuring door tijdens het nummer Ik ben een man, ik ben een jager opzichtig zijn ballen vast te pakken en zo de feministisch-socialistes op de kast te jagen. Die strijdcultuurbeweging wist destijds trouwens duizenden mensen op de been te brengen. In onze Utrechtse IKB-afdeling was Willibord Keesen actief in deze beweging, hij werd later zelf onafhankelijk en tot op de dag van vandaag succesvol theaterregisseur. 

Toneelwerkgroep Proloog in 1977-1978, met Rik Hancké staand vijfde van rechts en Jan Cornelis Nooteboom staand achter tweede van links

Hancké woont inmiddels al weer lange tijd in Vlaanderen, hij heeft het hart nog op de goede plaats, maar gelooft niet meer in de revolutie en kijkt met gemengde gevoelens terug op zijn trotskistische periode: “Dat is wat het begrip revolutie oplevert, het is één van de grootste illusies, en daardoor ook desillusies, van de linkse beweging. En nog beseft niet iedereen dat. Dankzij de Franse revolutie, Russische revolutie en de Cubaanse revolutie zijn prachtige dingen gerealiseerd, maar door dat begrip revolutie, het verlangen om de andere kant van de macht in handen te nemen, het anders te doen, verschrompelt het tot een dictatuur, tot iets wat wij niet willen. En toch waren wij er voor.” En: “Die stelligheid was zeker aanwezig. Ook al zeiden we dat niet met zoveel woorden en waren we daar niet van overtuigd, toch straalden we uit dat we de wijsheid in pacht hadden.” (citaten uit: https://www.kunsten.be/nu-in-de-kunsten/rik-hancke-over-de-vlaamse-podiumkunsten-in-de-jaren-70/

De balans die Hancké hier opmaakt is uiteraard niet uniek, het is die van een hele politieke generatie; de mate waarin mensen nog geloven in de idealen van die tijd loopt sterk uiteen, maar het optimistische geloof in de socialistische toekomst en de stelligheid van de toen ingenomen standpunten bestaan vrijwel niet meer. 

Bij Proloog denk ik verder vooral aan Jan Cornelis Nooteboom, een van de andere leiders van Proloog, naar buiten toe fel en onbuigzaam, maar in het persoonlijk contact een innemende persoonlijkheid. Met hem zat ik in de landelijke scholingscommissie en organiseerde ik een paar keer een succesvolle zomerschool. Hij werkte na zijn periode bij Proloog 23 jaar lang op de Amsterdamse Theaterschool als afdelingshoofd en adjunct-directeur. Hij was ook actief in het bewaren van de nalatenschap van zijn oom, de vermaarde cineast Joris Ivens. Hij overleed in 2013; aan hem bewaar ik positieve herinneringen.

Of Rik Hancké zich nu ook het voorval met Joop nog herinnert weet ik niet, het was op dat congres overigens ook niet meer dan een voetnoot. Op die jaarlijkse congressen, die een heel weekend duurden, waren de meeste leden aanwezig en werden gewichtige lange resoluties besproken over de toestand in Nederland en de wereld. Van die dag op dat congres in 1979 herinner ik me de spetterende feestavond met muziek en veel bier. Laat op de avond doken enkele Nijmeegse makkers op uit de coulissen op met een groot rood spandoek, met daarop de tekst Tegen gedwongen heteroseksualiteit. Die libertaire inborst behoorde ook tot ons DNA, een puriteinse sekte waren we zeker niet.

PS-Veel meer informatie over het Nederlandse trotskisme en de activiteiten van de IKB is te vinden in het boek van Ron Blom en Bart van der Steen, “Een banier waar geen smet op rust”. De geschiedenis van het trotskisme in Nederland 1938-heden”, Uitgeverij Aspekt 2015. Daarin kom ik zelf ook uitgebreid aan het woord. Zie voor Proloog https://www.toneelwerkgroepproloog.nl/