Posts tonen met het label Politieke herinneringen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Politieke herinneringen. Alle posts tonen

maandag 9 maart 2026

 Jan Torenstra, een echte wethouderssocialist. Een halve eeuw politieke herinneringen, aflevering 28.

Op 15 maart wordt het boek gepresenteerd over het Delftse PvdA-kopstuk Jan Torenstra. Zijn Amsterdamse GroenLinkse geestverwant Dick Jansen - net als Jan actief in het netwerk MENSenSTRAAT) tekende zijn levensverhaal op onder de titel Van kistensjouwer tot wethouder. Het verhaal van Jan Torenstra, een Delftse lefgozer.


Het is in zekere zin een klassiek verheffingsverhaal, zoals de ondertitel ook aangeeft. Van ongeschoolde arbeiders, buurtactivist en vakbondsman werd Jan uiteindelijk raadslid in Delft (1986-1998) en wethouder (1998-2006). In die periode leerde ik hem als gemeenteraadslid van 1994 tot 2008 kennen. Jan stelt in het boek dat een politicus zowel volksvertegenwoordiger, bestuurder als partij-activist moet zijn. Dat drie rollen speelde Jan met verve, waarbij hij intuïtie (ontzettend belangrijk in het politieke bedrijf) combineerde met het grote strategisch inzicht van een politieke schaker. Zijn credo: "...structureel verbeteringen realiseren betekent dat je naast betrokkenheid tonen, je verdiept in een probleem, je breed oriënteert op de context, vooraf een goede analyse pleegt van kansen en bedreigingen, en van mede- en tegenstanders om een effectieve strategie op blijvende verandering te kunnen ontwikkelen."

De ernstige visuele handicap van Torenstra, die leidde tot afkeuring voor het werk op de Westlandse veiling), bleek in het politieke handwerk ook een voordeel te kunnen zijn. Torenstra kon op basis van een samenvatting van een beleidsnota precies uitleggen wat de kern ervan was en hoe je er tegenover moets staan:   “Ik kan natuurlijk niet van papier lezen als ik iets moet zeggen voor een groep. Dus dat gaat altijd uit de losse pols, maar ik heb al vroeg geleerd om dat in vijf stappen te doen: waar gaat het over, wat zou er moeten gebeuren, wat vind ik daar van, wat kan ik zelf doen, en wat ga ik doen.” Het is een citaat dat elk beginnend raadslid uit zijn hoofd zou moeten kennen, het is een basisvaardigheid die veel raadsleden niet of onvoldoende beheersen.

Het inzicht van Torenstra bleek bij de Delftse collegevorming van 1998, waarbij de PvdA het voortouw had. Torenstra was altijd voorstander van linkse samenwerking en een progressief college. Een coalitie met CDA en/of VVD had niet de voorkeur en bleek ook moeilijk. Torenstra had een troef achter de hand: de twee raadszetels van studentenpartij STIP, die de progressieve coalitie van PvdA, GroenLinks en D66 aan een nipte meerderheid kon helpen. Met dit konijn uit de hoge hoed had Torenstra de gehele rechterzijde van de raad buitenspel gezet, niemand had deze geniale zet zien aankomen.

Het college dat aan de macht kwam maakte als een sterk team werk van de autoluwe binnenstad en voor een doordachte wijkaanpak. Onder voorzitterschap van burgemeester Hein van Oorschot, een krachtdadig bestuurder, was Torenstra de nestor van dat college. Ik herinner me dat hij zijn aantreden tegen zijn ambtenaren zei: "Ik wil niet weten waarom iets niet kan, maar hoe het wel kan". Het tekende de dynamiek van dat college, met de jongere honden en echte beleidsmakers Rik Grashoff van GroenLinks en Dick Rensen van de PvdA (ook wel bekend als de doe-het-zelfwethouders), de relaxte D66-er Meine Oosten en de jonge STIP-wethouder Astrid Janssen (later wethouder voor GroenLinks in Amersfoort). In de agenda van Torenstra werd de maandag altijd vrijgehouden voor een werkbezoek en bij officiëlere bijeenkomsten zorgden de ondersteunende ambtenaren voor zijn jasje-dasje.

De Delftse raad in 1998. Ik sta vooraan met het blauwe overhemd. Jan Torenstra staat schuin achter me met zijn onmiskenbare witte haardoos.

Torenstra kon in het politieke bedrijf ook een echte straatvechter zijn. Ik herinner me naast de vele verbale en komische aanvaringen met Aad Bonthuis van Stadsbelangen (voormalig PvdA-kopstuk) bijvoorbeeld een stevig stuk powerplay in mijn richting over veranderingen in de kinderopvang. Torenstra maakte achter de schermen duidelijk op dat punt geen oppositie binnen de coalitie te dulden. Een van de redenen waarom dit college met een meerderheid van één stem vier jaar zonder kleerscheuren doorkwam was dat verschillen van inzicht op tijd gesignaleerd en besproken werden. Dat kon tot verschillende uitkomsten leiden, maar één regel stond vast: elkaar verrassen was not done.

Het is mooi dat dit verhaal over Jan Torenstra en zijn manier van werken verschenen is. Het is een verhaal va het wethouderssocialisme dat de sociaal-democratie in Nederland groot heeft gemaakt. Het is helaas steeds zeldzamer geworden en dat is een van de oorzaken van de tragische neergang van die sociaal-democratie. 

Het boek is uitgegegeven bij Printplezier en kost 19,95. Bestellen kan via https://webshop.printplezier.nl/Boeken/

maandag 26 augustus 2024

Een bijzondere reis naar Mamelodi. Een halve eeuw politieke herinneringen, aflvering 23

In februari 2023 schreef ik in aflevering 22 van mijn halve eeuw politieke herinneringen over mijn Delftse `GroenLinks-vriendin Corina Heuvelman en haar dertigjarige inzet voor de township Mamelodi bij Pretoria in Zuid-Afrika. Op dat moment was duidelijk dat Corina vanwege keelkanker niet lang meer te leven had en dat was voor mij de aanleiding om de aflevering te schrijven. Ze was er erg blij mee. 

Op 8 augustus van vorig jaar overleed Corina op 74-jarige leeftijd in haar huis aan de Koornmarkt, waar ze tot het einde wilde blijven. Ik was op dat moment op vakantie in Frankrijk. In de week voor mijn vertrek had ik haar voor het laatst gezien en met haar nog de muziek besproken die ze bij haar afscheid wilde horen: onder meer Nkosi Sikelele Africa en ook op mijn suggestie het prachtige Melody from Mamelodi van Vuhsi Mahlasela, de populairste muzikant van de township (“de nachtegaal van Mamelodi”). 

 Dat afscheid was op 16 augustus in Theater de Veste. Oud-wethouder Rik Grashoff memoreerde de rol van Corina in de totstandkoming van het theater in de periode dat zij wethouder was (1990-1994) en sprak ook over haar stoïcijnse, positieve en niet-klagende rol in de fractie nadat ze als wethouder aan de kant was gezet. Ik vertelde over haar betrokkenheid bij Zuid-Afrika en las een afscheidsgroet voor van Pasty Malefo, vooraanstaande ANC’er uit Mamelodi, en een emotioneel gedicht van vriendin Busi Mgiba, die Corina echt zag als een toeverlaat, moeder en inspirator. In Zuid-Afrika volgden een aantal van de mensen waarmee Corina veel contact had in de loop der jaren de bijeenkomst via een live-stream. 

Corina wilde dat een deel van haar as verstrooid zou worden in Mamelodi. In het bestuur van onze stichting Delft-Mamelodi werd besloten dat ik samen met mede-bestuurslid Meluhli Sibanda, een Zuid-Afrikaan die al twintig jaar in Nederland woont, die wens zou gaan vervullen. Op 6 januari ging ik op Schiphol door de security met een urn met Corina’s as in mijn handbagage. Voor mij heel bijzonder, maar op Schiphol dagelijkse routine. De overlijdensacte en de verklaring van het crematorium hoefde ik niet te laten zien. Aangekomen in Johannesburg kon ik ook zo doorlopen. 

 We landden ’s avonds laat in Johannesburg en Meluhli reed ons van het vliegveld naar ons guesthouse in de chique wijk Groenkloof in Pretoria (tegenwoordig Tshwane). We kwamen erachter dat deze wijk inmiddels slechts op een enkel punt via een bewaakte post bereikbaar is, een voorbeeld van de groei van het aantal fenced communities in het door criminaliteit geteisterde land. 

Met Meluhli in het guesthouse in Groenkloof


De volgende dag vertrokken we naar het community center in Mamelodi-West, waar een afscheidsbijeenkomst voor Corina plaatsvond. Daar ontmoetten we de bestuurders van de evenknie van onze Stichting in Mamelodi: Busi, Magdalene (Maggie), Elisabeth (Baba), Sandy en Frank. Voorzitter Sandy Lebese was leider van de scholierenopstand in Mamelodi ten tijde van de Soweto-opstand van 1976 en kreeg toen als 18-jarige een straf van zeven jaar op Robbeneiland, waar hij schaakte met Mandela. In de zaal waren zo’n 25 mensen bekenden van, waaronder ook jazzmuzikant Jesse Mogale en mensen die ik eerder tijdens bezoeken had leren kennen. Grote afwezige naast inmiddels overledenen als Daniel Mampuru (Cheetah) en Jimmy Mnisi: de inmiddels oude Pasty Malefo, met hem kregen de anderen geen contact. We hoorden gebeden van vrouwen van de ANC Womans League in kleurige klederdracht, dans van de groep jongeren die van Busi een theater- en dansopleiding krijgen, een geweldig muzikaal duo uit Mamelodi en toespraken van Sandy, Busi en Maggie. Ik vertelde met de urn in mijn hand over de laatste wens van Corina en vertelde dat haar overlijden onvermijdelijk was en dat zij vredig was heengegaan.

Vanaf links: Frank, Busi, Baba, Maggie en Frank

Sandy spreekt met Busi naast hem

De dansgroep van Busi

Het muzikale duo

Spreken met de urn in mijn hand


Daarna vertrokken we met een kleiner gezelschap naar de heritage-site Mamelodi Rondavels, een complex van ronde gebouwen met rieten daken waarin Desmond Tutu als jonge student nog gewoond heeft. Gebouwd door het apartheidsregime toen de wijk na de Tweede Wereldoorlog werd opgericht, maar de zwarte bevolking niks in deze zogenaamd authentieke Afrikaanse woningen. Helaas moest ik constateren dat het complex inmiddels in staat van vergaande verwaarlozing verkeert door vandalisme en brandstichting. Ter plekke verstrooiden Sandy en ik samen Corina’s as bij de rondavels en werden er gebeden opgezegd en gezongen. We hadden Corina’s laatste wens vervuld. Na terugkeer in het buurthuis was er een uitgebreide, door Busi bereide lunch. Want eten hoort erbij in Zuid-Afrika op dit soort momenten, net als de gebeden en gezangen. 



De overblijfselen van een rondavel

Met Meluhli en Sandy bij de rondavels

Het verstrooien van de as


De dag daarop bespraken we op de Mamelodi-campus van de University of Pretoria samen met de bestuurders van de Mamelodi-stichting de kansen om het rondavelcomplex te renoveren en te ontwikkelen als een centrum voor toerisme, horeca, opleiding en buurtactiviteiten. Een al lang bestaande en door Corina gekoesterde wens. De bijeenkomst op deze locatie was mogelijk gemaakt door docente Martina Jordaan en werd geweldig gemodereerd door ons oude contact David de Waal, een bondgenoot uit duizenden, die precies weet hoe je verschillende mensen in Zuid-Afrika wel en niet moet aanspreken. Op de grote universitaire campus en dit deel van Mamelodi bleek al maandenlang geen water te zijn, naar we hoorden omdat bewoners van townships het aftappen. We werden het eens over de verdere plannen met de rondavels, met een nadruk op de opleidingsmogelijkheden voor de jongeren in Mamelodi. Eerste stap is om formeel de grond van de gemeente in beheer te krijgen. 

David de Waal aan het woord


Op dinsdag gingen Meluhli en ik samen met Busi en Maggie naar het Lesedi Cultural Village, een grote attractie in de regio, met gelikte muziek- en dansvoorstellingen, nagebouwde dorpen van verschillende Zuid-Afrikaanse culturen, souvenirshops, gastenverblijven en een restaurant. Lesedi liet zien welke mogelijkheden er in de Mamelodi-rondavels in beginsel allemaal zijn en wat daar qua opzet, budget en organisatie allemaal bij komt kijken. Terug in Mamelodi zetten we Busi en Maggie af bij hun huizen. Busi bij haar huis in Mamelodi-West, een zoete inval voor de jongeren waar ze mee werkt en bij Maggie in Mamelodi-Oost, waar Corina tijdens haar eerste bezoek logeerde. In hun huizen namen we afscheid van deze twee geweldige, krachtige vrouwen. 




Op woensdag bezocht ik met Meluhli de prachtige grote, indrukwekkende botanische tuin in Pretoria en daarna reed hij me naar de woning van Emelia, de weduwe van mijn vermoorde vriend Mark (zie herinnering 8) slachtoffer van een politieke afrekening omdat hij corruptie op het spoor was. Emelia woont tegenwoordig in een zwaar bewaakte compound in Irene, omdat ze zich daar veilig voelt. Het was een emotioneel weerzien, de eerste keer dat we elkaar zagen na de begrafenis van Mark in januari 2015. Ook zoon Scott was van de partij, dochter Lauren was helaas in Kaapstad. Emelia slaat zich er met hulp van haar kinderen doorheen, de hoop dat de moordenaars van Mark nog een keer gestraft zullen worden is er eigenlijk niet meer. 

Bij Emelia

Ik logeerde twee nachten bij Emelia. Ze liet me de grote compound zien, inclusief golfbaan, winkels, een restaurant en sportvoorzieningen. Op de compound veel grote nieuwe huizen, maar de buurt van Emelia bestaat uit oudere woningen die opgenomen zijn in de compound. Op donderdag bezocht ik Johannesburg. Eerst het in de regen mistroostige gevangenis- en rechtbankcomplex Constitution Hill, daarna het enorme luxe winkelcentrum in Sandton. Een groter contrast is moeilijk voorstelbaar: aan de ene kant de geschiedenis van de Apartheid in de barakken met cellen, aan de andere kant winkels en restaurants die ook in Europa zouden kunnen staan. ’s Avonds ging ik met Emelia en Scott eten in Whisk, een gezellige en geanimeerde bar-restaurant buiten Irene. Op dit soort plekken in Zuid-Afrika zie je een heel gemengd publiek van zwarten, kleurlingen en witten en voelt iedereen zich welkom. 

Speelgoed van papier maché, gemaakt door gevangenen

Vrijdag overdag bezocht ik met Scott nog Freedom Park in Pretoria, een groot museumperk dat na het einde van de Apartheid is gebouwd en niet toevallig vlakbij het Voortrekkermonument is aangelegd. Een heel modern en interessant complex, zowel binnen als buiten, maar meteen naast de ingang was een wijk waar golfplaten hutten in de tuinen van de huizen waren gebouwd. Daarna gingen we nog naar restaurant Blue Crane in vogelreservaat Austin Roberts, een schitterende oase in de stad. 

Met Scott in Freedom Park

Vrijdagavond brachten Emelia en Scott me naar Oliver Tambo Airport in Johannesburg en kwam er een einde aan een enerverende en onvergetelijke week.

vrijdag 2 februari 2024

Aanvulling 3 op Een halve eeuw politieke herinneringen. Ervaringen met het Europees Parlement in zeven episodes

Op 6 juni zijn de verkiezingen voor het Europees Parlement, verkiezingen die hoogstwaarschijnlijk een flinke ruk naar radicaal-rechts te zien zullen geven. Hoe anders was het tijdens de eerste Europese verkiezingen in 1979. We leefden nog in de nadagen van het optimisme van mei ’68. Met alle Europese afdelingen van de Vierde Internationale voerden we campagne voor de Verenigde Socialistische Staten van Europa. Het optimisme spreekt ook uit de foto van de makkers Hans de Beer, Rob Gerretsen, Rienke Schutte en Joost Kircz, op weg naar een internationale bijeenkomst over de verkiezingen. Dat er een toekomst was voor Europa wisten we ook al uit het boek De EEG en de rivaliteit Europa-Amerika (hier te lezen)) van onze onbetwiste internationale voorman Ernest Mandel, uit 1968. Mandel wees op de verzwakte economische positie van de Verenigde Staten en de kansen voor links in een Europa dat één werd onder het kapitalisme van na de Tweede Wereldoorlog.


Na die eerste verkiezingen volgden meer episodes. 

In 1989 waren de revolutionaire verwachtingen begraven, de verkiezingen vonden plaats aan de vooravond van de val van de Muur. De partijen die een jaar later GroenLinks zouden gaan vormen namen deel onder de naam Regenboog en ik stond op plek 23 van de kandidatenlijst, als een van de kandidaten die niet was verbonden aan een van de partijen PPR, PSP, CPN en EVP. De lijst werd aangevoerd door Herman Verbeek en Nel van Dijk. (zie hier de hele lijst).


Joost Lagendijk, mijn jaargenoot aan het Instituut voor Geschiedenis in Utrecht, die later furore zou maken als Europarlementariër, stond in 1989 nog niet op de lijst. De Regenbooglijst haalde 6,97% van de stemmen, terwijl het CDA toen nog meer dan 34% en de PvdA meer dan 30% van de stemmen haalde. 

De volgende episode: in september 2008, in de nadagen mijn lidmaatschap van de Delftse gemeenteraad, bezochten we Brussel en Europese instellingen. Behalve een begroeting door D66-parlementslid en oud-Delftenaar Sophie in ’t Veld kregen we een verhaal van een rondleider dat ik niet snel zal vergeten. De jongeman was bezig aan zijn laatste werkdag bij het Europees Parlement en zat vol rancune. Zijn verhaal over het Parlement was cynisch tot op het bot, volkomen negatief. Nooit eerder of later heb ik zo’n negatief verhaal namens een officiële rondleider gehoord, wij keken elkaar gegeneerd aan maar lieten het er maar bij zitten.

De Delftse gemeenteraad in het Europees Parlement. Ik sta middenin de voorste rij.


Episode nummer vier: samen met directeur Hugo van der Steenhoven van de Fietsersbond ging ik naar Brussel. Onze Europese koepel ECF organiseerde een ontbijtbijeenkomst voor Europarlementariërs. Wij zouden wat vertellen over ons project over een airbag op de voorruit van auto’s die het leven van veel fietsers kan redden. Fietsersbondmedewerkers Miriam van Bree en Theo Zeegers – twee kanjers waar ik veel van geleerd heb – hadden bedacht dat zo’n airbag van belang zou kunnen zijn en hadden TNO en de Zweedse airbagfabrikant Autoliv zover gekregen dat ze aan de ontwikkeling meehielpen. Doel was om de airbag op te nemen in het veiligheidsclassificatiesysteem EuroNCAP – uiteindelijk is hij daarin ook als bonuspunt opgenomen. Hugo en ik konden ons verhaal doen tijdens het ontbijt, maar dat had voeten en veel stress in de aarde omdat we de presentatie niet aan de praat kregen. Een probleem dat gelukkig een paar minuten voor de start op afstand werd opgelost door onze onvolprezen managementassistente Leonie de Vries.

Test met dummy bij TNO om impact botsing fietser-auto te analyseren

Een jaar later gingen Hugo en ik ook naar Staatsburg. De Nederlandse europarlementariërs hadden bedacht dat ze af en toe samen moesten komen om gezamenlijke Nederlandse thema’s te bespreken. In dit Oranjeberaad mochten wij een presentatie geven over het Nederlandse fietsbeleid, de rol van Europa en de wensen van de ECF. Of het veel heeft opgeleverd weet ik niet, maar we werden beleefd aangehoord door onder meer Wim van de Camp, Esther de Lange, Barry Madlener, Dennis de Jong en Peter van Dalen. De laatste, parlementslid namens ChristenUnie en SGP, bleek net als ik op het Zwijndrechtse Develsteincollege te hebben gezeten. Ik weet niet of dat Oranjeberaad verder ooit wat heeft voorgesteld, ik geloof dat de progressieve fracties er niet zo’n behoefte aan hadden.

In 2019 verplaatste het Europese toneel zich naar Limburg. De hoge CDA-kandidaat Jeroen Lenaers voerde campagne en ging op een bierfiets door Limburg. Ik fietste daarop namens de Fietsersbond mee van Landgraaf naar Kerkrade. Onderweg sloten lokale CDA’ers aan en aan het einde ondertekende Lenaers  de ECF-verklaring waarin hij beloofde om zich voor de fiets in te zetten. Lenaers had en kreeg geen mobiliteit in zijn portefeuille, maar wie weet heeft het iets uitgemaakt bij bijvoorbeeld stemmingen over fietsplekken in de trein. Een aangenaam tochtje door het Limburgse land was het sowieso.

Met Jeroen Lenaers en de fietsbelofte

Laatste episode: collega-lobbyist Milos Labovic was lang werkzaam voor Zeeland en schreef een boek over zijn lobbyactiviteiten in Brussel (Lobbyist van Zeeland). Ik was bij de presentatie in Den Haag in 2023 en las het boek met veel plezier. Het staat vol zelfspot rond visitekaartjes, recepties, vergeten sleutels en ontbijt- lunch- en dinerafspraken, maar ook met analyses van interessante lobbycasussen rond vlas, pulsvisserij en fosforfabriek Thermphos. Milos was en blijft pro-Europa en is uiteindelijk wel tot de conclusie gekomen dat de bureaucratische en niet-transparante Europese Unie grondig hervormd moet worden, met een open democratisch debat en betrokkenheid van burgers als uitgangspunt. 

Zo zijn we van het socialistische perspectief van 1969 gekomen tot een democratische hervormingsagenda, in een Europa dat sterker moet samenwerken om niet irrelevant te worden op het wereldtoneel, maar waarin een nostalgisch nationalisme en terugverlangen naar de soevereinde natiestaat steeds meer aanhang krijgen.

dinsdag 20 juni 2023

Aanvulling 2 op Een halve eeuw politieke herinneringen: Literatuur, revolutie en klasse in Frankrijk

 In aflevering 11van mijn politieke herinneringen schreef ik over het overlijden van de trotskistische leider Alain Krivine, één van de gezichten van mei 1968. Ik schreef dat met hem ook de geest van mei ’68 definitief was overleden. Die conclusie was achteraf gezien misschien wat kort door de bocht, gezien de massale en aanhoudende protesten tegen de pensioenhervormingen van zonnekoning Macron. De revolutionaire en republikeinse traditie in Frankijk is niet dood, maar uitbarstingen ervan vinden wel plaats in een totaal veranderd politiek landschap, waarin radicaal-rechts een belangrijke kracht is geworden.

Ook niet overleden is het besef van de betekenis van klasseverschillen, een besef dat in Frankrijk veel en veel groter is dan in Nederland. Het indrukwekkende literaire werk van drie Franse schrijvers, ook in Nederland populair, getuigt daarvan: Annie Ernaux, Didier Eribon, Edouard Louis. Bij alle drie schrijvers staan de geleefde klasse-ervaring in het ouderlijk milieu, de verwijdering daarvan door intellectuele belangstelling en hoger onderwijs en indringende ervaringen rond seksuele identiteit en gender centraal. 

Annie Ernaux (geboren in 1940), bekroond met de Nobelprijs voor literatuur, schreef met De Jaren een fenomenale "collectieve autbiografie"van vrouwen in Frankrijk sinds 1945 aan de hand van haar eigen ervaringen, afkomstig uit een bescheiden gezin in Yvetot in Normandië. Chansons, boeken, films en voorwerpen vermengen zich met persoonlijke ervaringen en nationale en internationale politieke ontwikkelingen. De minder omvangrijke boeken over belangrijke episodes in haar leven (De Schaamte, Meisjesherinneringen, Het voorval, De jonge man) geven daaraan een indrukwekkende verdieping. Ernaux beschrijft in De jaren ook het eroderen van een vanzelfsprekend vooruitgangsgeloof bij links na het presidentschap van François Mitterand.


Eribon en Louis delen een arbeidersachtergrond en het ontdekken van hun homoseksuele identiteit. Louis raakte bevriend met de oudere Eribon en werd geïnspireerd door Terug naar Reims, Eribon citeert daarin instemmend Ernaux. Eribon  en Louis zijn nu  bekende sociale wetenschappers in de traditie van hun leermeesters Michel Foucault en Pierre Bourdieu.

Eribon (geboren in 1953) beschrijft in Terug naar Reims het milieu waarin hij opgroeide, de homofobie, de vanzelfsprekendheid waarmee op de Parti Communiste Français werd gestemd als een partij van de arbeiders en en haar orders werden gevolgd, de afkalving van de industrie en van de PCF en het groeiende racisme onder de witte arbeiders na het wegvallen van gezamenlijke ervaringen op de werkvloer. Het is een verhaal over de teloorgang van traditioneel links en de daarmee gepaard gaande politieke verweesdheid van de arbeidersklasse, die door het Front National werd opgevuld. 



Edouard Louis (uit 1992) beschrijft hetzelfde conservatisme in zijn ouderlijk huis in Noord-Frankrijk, inclusief de materiële en culturele armoede, het geweld tegen vrouwen en kinderen en het alcoholisme (vooral in Weg met Eddy Bellegueule, de naam waarvan hij afscheid nam). Waar Eribon vooral registreert en analyseert spat bij Louis de woedende verontwaardiging over de klassemaatschappij van de pagina’s af, bijvoorbeeld in Wie heeft mijn vader vermoord. Een vader die fysiek gesloopt was door het werk in de fabriek, een kapotte rug had door de val van een container en bezweek omdat hij kleine rotbaantjes moest aannemen door de bezuinigingen op de sociale voorzieningen door Macron. Louis noemt de namen van de politici die het lichaam van zijn vader kapot hebben gemaakt: “Hollande, Valls, El Khomri, Hirsch, Sarkozy, Macron, Bertrand, Chirac. De geschiedenis van je lichaam beschuldigt de politieke geschiedenis”.



Opvallend is dat zowel Eribon als Louis schrijven op jonge leeftijd lid te zijn geweest van een extreem-linkse organisatie, zonder die bij naam aan te duiden. Mijn intuïtie zei dat het wel om de organisatie van Alain Krivine gegaan zou zijn en dat blijkt te kloppen (zie https://zeitschrift-luxemburg.de/artikel/der-anti-gorz/ en https://www.contretemps.eu/entretien-edouard-louis/). De Ligue Communiste Révolutionnaire (en voorloper Ligue Communiste) vertegenwoordigde het revolutionaire ongeduld van de jongere generatie; ze stelde de emancipatie van de arbeidersklasse centraal, in plaats van de platte belangenbehartiging a la de PCF. Binnen de LCR was er meer ruimte voor feminisme en homoseksuele/lesbische strijd en identiteit dan binnen andere organisaties van extreem-links; voor de meest radicale voorvechters daarvan ging dat weliswaar niet ver genoeg en voor de meer orthodoxe trotskisten juist weer te ver. Eribon en Louis zijn al snel hun eigen weg gegaan als schrijvers en wetenschappers en zijn daarbij altijd uitgesproken links gebleven en mengen zich in het politieke debat. Zo verscheen van Louis een ook in het Nederlands vertaalde dialoog met de radicaal-linkse Britse cineast Ken Loach, Dialoog over kunst en politiek.

Wie iets wil begrijpen van de economische, sociale, culturele en politieke evolutie van Frankrijk van 1945 tot heden, over geleefde klasse-ervaring, identiteiten en linkse perspectieven, kan niet heen om het werk van Ernaux, Eribon en Louis.


Terug naar Krivine: over zijn LCR verscheen voor de liefhebbers een zeer gedetailleerde politieke en culturele geschiedschrijving (766 pagina’s) door twee voormalige leiders ervan, Helène Adam en François Coustal, C’était la Ligue. Op het omslag van het boek staan de hamer en sikkel die in Frankrijk werd ontworpen en door de Vierde Internationale werd gebruikt, ook in Nederland,  op vlaggen, buttons en in tijdschriften; bijnaam “de krab”. De LCR hernoemde zich in 2009 tot Nouveau Parti Anticapitaliste, de krab werd een megafoon, twee betekenisvolle verschuivingen. De partij had kortstondig succes en aantrekkingskracht door de jonge voorman Olivier Besançenot, maar verkeert op het moment ondanks de massaprotesten in een diepe crisis. Een deel ervan is overgestapt naar de succesvolle beweging van Mélenchon, een beweging die zich meer beroept op het Franse republikeinse revolutionaire discours dan op een strikte klassepolitiek. Mélenchon, die zelf ook een trotskistisch verleden heeft, slaagde er met een brede linkse coalitie bijna in om Marine Le Pen de weg naar de tweede ronde van de presidentsverkiezingen te versperren. 

woensdag 7 juni 2023

Aanvulling 1 op Een halve eeuw politiek verleden: links verleden Zwijndrecht

 In herinnering nummer 6 schreef ik over de oprichting van de PPR in Zwijndrecht in 1974.  Ik schreef dat het bij mijn weten in 1974 met de Politieke Partij Radicalen voor de eerste keer een partij links van de sociaal-democratie meedeed aan de gemeenteraadsverkiezingen in deze plaats. Later dacht ik: klopt dat wel? In aflevering 19 schreef ik over de revolutionair-socialist Henk Sneevliet (historicus van revolutionair-socialistisch verzet), in 1942 met zijn makkers vermoord door de nazi's. Er schoot me te binnen dat er uitgerekend van zijn Revolutionair-Socialistische Arbeiderspartij een afdeling was geweest in Zwijndrecht, volgens Herman Pieterson in het boek Linkssocialisme tussen de wereldoorlogen.



RSAP in 1935

Ik heb het boek erop nageslagen en gegoogled op sites met verkiezingsuitslagen. En daaruit blijkt dat de RSAP in 1935 mee heeft gedaan aan de Zwijndrechtse gemeenteraadsverkiezingen en daarbij met 96 stemmen 1,97% scoorde. Niet genoeg voor een zetel, maar toch. In 1939 deed de RSAP niet meer mee en was de afdeling verdwenen. De relatief sterke afdeling in Dordrecht was er nog wel. In 1935 kende de afdeling achttien leden, 5 daarvan waren lid van de vakcentrale NVV, 5 van het linksere NAS en 5 waren jonger dan 25 jaar.

Dee Lijst extreem-linkse personen CID, opgesteld door de Centrale Inlichtingen Dienst CID opgesteld in 1939, bevat vier Zwijndrechtse RSAP'ers:

- Leendert Vervelde, voorzitter van de afdeling in 1935, in 1938 geen lid meer;

- Hendrik Kreukniet (arbeider), secretaris afdeling 1938;

- James Rietdijk (arbeider), voorzitter afdeling 1938;

- L. van Wijngaarden (stratenmaker), kandidaat gemeenteraad 1935, ex-secretaris.

CPN en PSP na de oorlog

Bij het zoeken kwam ik erachter dat ook na de Tweede Wereldoorlog andere linkse partijen hadden meegedaan aan Zwijndrechtse gemeenteraadsverkiezingen. De Communistische Partij van Nederland (CPN), na de bezetting populair door de rol in het verzet, haalde in 1946 maar liefst 8,8%; vier jaar later was dat gehalveerd, in 1953 deed de partij niet meer mee. De links-socialistische Pacifistisch-Socialistische Partij (PSP) haalde in 1966 een verrassende 5,4%, waarvan in 1970 bijna niets over was. Over dat eenmalige succes van de PSP moet dus een apart verhaal te vertellen zijn.

Hoe dan ook: met mijn eerdere opmerking over het linkse verleden in Zwijndrecht zat ik er dus flink naast, er zijn wel degelijk linkse voorgangers van de PPR geweest.

Nu ik toch bezig ben: over die PPR verscheen naar aanleiding van een reünie een mooie bundel met wetenschappelijke opstellen, De Politieke Partij Radicalen 1968-1990. Macht uit het zadel. Een erg interessant boek, dat mijn eigen herinneringen in perspectief plaatst en laat zien dat de PPR een radicale visie op mondiale ongelijkheid, democratisering en milieupolitiek combineerde. Het boek bevestigt me in mijn mening dat de PPR van de vier partijen die aan de wieg van GroenLinks stonde ideologisch de meeste invloed had en heeft binnen GroenLinks.


Ten slotte: in de aflevering over mijn werk als historicus van revolutionair-socialistisch verzet komt veteraan Maurice Ferares voor. Maurice overleed eind vorig jaar op 100-jarige leeftijd overleed, de laatste der trotskistische veteranen. Zie ook In Memoriam en Maurice Ferares 100 jaar.








dinsdag 28 februari 2023

Mamelodi en een solidaire erfenis van dertig jaar. Een halve eeuw politieke herinneringen, aflevering 22

Hoe moet het verder met onze activiteiten in Mamelodi, de grote zwarte township in Zuid-Afrika bij wat vroeger Pretoria heette? Die vraag bespreken we met het bestuur van onze Stichting Delft-Mamelodi op 18 januari 2023, in het monumentale pand van voorzitter Corina Heuvelman aan de Koornmarkt. De vraag is acuut, omdat Corina ernstig ziek is.

Bij de Delftse activiteiten in Mamelodi en Pretoria ben ik sinds 1994, toen ik lid werd van de Delftse gemeenteraad. De gemeente Delft was al vanaf het begin van de jaren tachtig actief in de strijd tegen apartheid in het LOTA (Lokale Overheden tegen Apartheid). In 1994, het jaar van de eerste vrije verkiezingen in Zuid-Afrika, ging GroenLinks-raadslid Corina Heuvelman als waarneemster naar De Aar in de conservatieve witte Vrijstaat. Er waren al contacten uit de apartheidstijd en er kwam een samenwerking met de township Mamelodi bij Pretoria tot stand. Er kwamen delegaties uit Mamelodi naar Nederland, bestaande uit burgeractivisten van SANCO, die programma’s over democratisering en burgerschap volgden. Onder de deelnemers was de onbetwiste en innemende leider Pasty Molefo, inmiddels een succesvol zakenman en nog steeds betrokken bij de contacten met Delft. In 1999 leidden de contacten tot een formele stedenband tussen Delft en Pretoria (later vernoemd tot Tshwane). Het officiële document op perkament hing jaren in het statige Delftse stadhuis.

Een deel van Mamelodi

Mamelodi is een van de grote zwarte townships van Pretoria, opgericht na de Tweede Wereldoorlog en de institutionalisering van segregatie en apartheid. Mamelodi ligt op twintig kilometer van het centrum en had maar één toegangsweg. Er wonen naar schatting een half miljoen mensen, waarbij het westen het oudste en minst arme gedeelte is. Er zijn sinds het einde van de apartheid veel eenvoudige huizen gebouwd, maar door de trek vanaf het platteland groeien er steeds sloppenwijken aan, het patroon dat we overal op de wereld zien. In het recente, indrukwekkende boek De koerier van Maputo over de Nederlandse anti-apartheidsactivist Klaas de Jonge van Jenne Jan Holtland blijkt dat De Jonge ook actief was in Mamelodi. Daar zaten inwoners Ezekiel Maseko en Freddie Shongwe achter de grote bomaanslag op de Nedbank in 1983, waar de Afrikaanse luchtmacht kantoor hield. Beiden kwamen zelf om het leven bij de aanslag.

Vanuit de gemeente Delft werden allerlei activiteiten opgezet, waaronder een groot ontwikkelingsproject bij station Eerstefabrieke op de grens tussen Mamelodi en kleurlingentownship Eersterus. Ook was er een woningbouwproject en samen met de Delftse woningbouwcorporaties werd gepoogd een corporatie naar Nederlands model op te richten. Samen met de welzijnsorganisatie SWD werd een HIV-project ter plekke opgezet , met een handleiding voor scholieren.

Vanuit het Platform (later stichting) Delft-Mamelodi werden vooral allerlei kleinschalige projecten in de township gesteund: materiaal voor crèches en bouw ervan, steun aan opvangproject SOS Kinderdorp, opzetten van arts and crafts, computers en -lessen voor en in Mamelodi High School, een sportproject, een muziekproject, een moestuin bij de school.

Corina was vanaf 1994 tot heden de spil van al deze activiteiten en bezocht Mamelodi met grote regelmaat. Tegenslagen konden haar nooit van de wijs brengen, altijd was ze enthousiast over nieuwe plannen en over de ontmoetingen in Mamelodi.

Corina tijdens het bosberaad van 2004

Zelf bezocht ik Mamelodi voor het eerst in 2001, toen ik met mijn gezin op bezoek was onze vriend Mark. Ons contact Ntsako Charle, werkzaam bij het toeristenbureau op Church Square, leidde ons rond in een auto met chauffeur. Bij de entree van Mamelodi zagen we het indrukwekkende standbeeld voor de gevallen ANC-strijders, waaronder Solomon Mahlangu, een jonge gewapende anti-apartheidsstrijder die door het regime is opgehangen op 6 april 1979. Later reden we langs het huis van zijn moeder, die daar buiten met een door verdriet verscheurde blik voor zich uit zat te staren. We zagen ook het park waar veel muziekoptredens zijn; bassist Jesse Mogale (zie ook) was een van de contactpersonen van de stichting, hij speelde in de band van zijn broer Moss. Jesse en Moss kwamen later nog een keer in Delft met een groep muzikale jongeren in het kader van een muzikaal uitwisselingsproject, jongeren uit Delft gingen naar Mamelodi. We zagen ook het Pitje-voetbalstadion van Mamelodi Sundowns, dat inmiddels ontmanteld schijnt te zijn. Bijzonder zijn ook de rondavels, aan het eind van de jaren veertig bij de bouw van Mamelodi opgezet als een traditionele Afrikaanse kraal. De mensen die naar Mamelodi kwamen wilden er niet in wonen, de rondavels werden onderwijsgebouwen. Desmond Tutu heeft er in zijn jonge jaren een tijdje onderwijs gevolgd. Er is een plan om het complex – nu geteisterd door vandalisme - op te knappen en geschikt te maken voor toerisme en gemeenschapsactiviteiten.

Het monument voor de omgekomen ANC-strijders

We werden met alle egards - ik vertegenwoordigde immers de gemeente Delft - ontvangen door ANC-parlementslid Moss Chikane, die later ambassadeur in Duitsland en Zambia werd en een grote rol had gespeeld in de anti-apartheidsstrijd en de terugkeer van ballingen had gecoördineerd. Hij woonde in een kast van een huis met marmeren vloeren en een Mercedes voor de deur. Met hem wisselden we wat politieke oppervlakkigheden uit, onder meer over de aanstaande komst van de euro. Ook bezochten we Pasty Molefo in zijn huis, die flessen Castlebier liet aanrukken en joviaal was als altijd (“Weet je wat het probleem met Indiërs is? Ze begrijpen niks van voetbal. Ze openen een winkel bij elke corner”).

Met Audry, Tamar en David bij Moss Chikane


Thuis bij Pasty

Twee keer bezocht ik met Corina namens de Stichting een “bosberaad’ met de mensen in Mamelodi, een overleg om alle zaken gestructureerd door te nemen. De eerste was in oktober 2004 en vond plaats in het park Dikholohlo bij Brits, een plek die je in geen enkele resigids tegenkomt, maar een prachtplek met geweldige vogelgeluiden, kudu’s, antilopen, giraffen etc. Bij de witte receptie in het park wilden ze niet geloven dat Pasty de leiding had en zou betalen voor de hele groep…. We bespraken er projectplannen, met behulp van de geweldige consultant David de Waal, die in Rwanda verzoeningsgesprekken had gevoerd tussen Hutu’s en Tutsi’s. Bij de deelnemers ook belangrijke ANC-raadsleden uit Mamelodi, Daniel “Cheetah” Mampuru en Sandy Lebese. Sandy had op Robbeneiland gezeten en daar schaken geleerd van Mandela.

Dikholohlo

Plezier tijdens het bosberaad van 2004

Bosberaad 2004

Het tweede bezoek was in februari 2008 in conferentieoord Kopanong vlakbij het vliegveld van Johannesburg. Daar ontmoetten we Busi Ka-Mgiba, die een toneelgezelschap van jongeren leidde dat op de gevaren van aids wees. Ook van de partij was Clement Ntlailana, die optrad als coördinator; later dat jaar bleek tot onze grote teleurstelling dat hij geld voor eigen doeleinden had gebruikt… Onvergetelijk is dat het hele gezelschap al swingend een verjaardagslied voor me zong; symbolisch voor de hartelijke vrolijkheid die Zuid-Afrika ondanks alle ellende kenmerkt en samen met de natuur een reden is om zielsveel van het land te houden .

Happy birthday

Deelnemers bosberaad 2008, achter me Corina, naast me Busi, naast Corina Sandy, tweede van links bovenaan David de Waal, voor hem Martina Jordaan, links vooraan Clement


.We logeerden in guesthouse Meintjieskop in de buurt van de Union Buildings in Pretoria, eigendom van Willem en Marcia, goede vrienden van Corina. In het verraderlijk koude zwembad kreeg ik er bijna een hartaanval, ’s avonds vierden we er mijn verjaardag met een driegangendiner op een heerlijke lenteavond.

Tijdens beide bosberaadbezoeken had ik ook gelegenheid om mijn vriend Mark-Anthony Williams (zie herinnering 8) te bezoeken in zijn huis aan de Creusot Avenue in de wijk Elandspoort.

De inspanningen vanuit de gemeente werden met het verstrijken van de jaren langzaam maar zeker minder. De politieke wisselingen en schermutselingen in Pretoria hielpen niet en in Nederland was er minder en minder enthousiasme voor stedenbanden gebaseerd op solidariteit; in de tijden van het neoliberalisme kwam het economische nut centraal te staan. Ambtenaar Jan Alderliesten, vanaf het begin naast Corina een van de motoren van de samenwerking, was inmiddels vervangen en we gingen zijn gedrevenheid missen. Uiteindelijk besloot de gemeente Delft in oktober 2012 de stichting geen subsidie meer te geven. Een passievol pleidooi van mij bij de gemeenteraad haalde niets uit, de tijden waren veranderd en in 2017 werd de stedenband ook formeel beëindigd. 

Onze projecten in Mamelodi vanuit de stichting liepen ook beslist niet allemaal op rolletjes. Communicatie was niet altijd makkelijk buiten de bezoeken die we brachten en het werken met business plannen en het zoeken naar eigen inkomsten bleef en blijft problematisch. Ik troost me maar met de gedachte van Martina Jordaan, docente aan de universiteit van Pretoria, die een keer zei: al is er maar één persoon in staat gesteld om zich te ontwikkelen is het de inspanning al waard geweest. Vanaf 1994 is er in Mamelodi veel veranderd, maar armoede, werkloosheid, geweld en uitzichtloosheid blijven er net als in Zuid-Afrika als geheel een groot probleem. De neergaande spiraal waarin het land na Mandela is beland, met het roven van de staat door de Indiase zakenfamilie Gupta tijdens het bewind van Zuma, is diep en diep triest.

in Mamelodi-East


Een van de rondavels...

Op de bestuursvergadering waarmee ik begon bespraken we de stand van de resterende projecten: het toneelproject van Busi en een afvalproject van veterane Baba. We steunen beide projecten nog met de middelen die op onze rekening staan. Ook hopen we een oral history-project van de grond te krijgen, mede naar aanleiding van de verhalen in De koerier van Maputo. En als klap op de vuurpijl willen we de restauratie van de rondavels eindelijk realiseren. Er is een Zuidafrikaanse stichting in oprichting en we hebben zicht op een forse financiële injectie. Zoals gezegd, het gaat niet goed met de gezondheid van Corina, maar de rest van het bestuur (Jan, Bert, Chris, Meluhli en ik) zal doorgaan met de stichting en daarmee met deze bijzondere erfenis van bijna dertig jaar oud..


donderdag 21 juli 2022

Op 150 meter van de RAF en Knut Folkerts. Een halve eeuw politieke herinneringen, aflevering 21

 In deze laatste aflevering van mijn halve eeuw politieke herinneringen kom ik graag terug op een voorval uit  Herinnering 1: de dodelijke schietpartij bij mij op het Utrechtse Veemarktplein op donderdag 22 september 1977. Het was middenin de "Duitse herfst", met een offensief van de Rote Armee Fraktion en de tegenreactie van de Duitse staat.

RAF-activist Knut Folkerts was in Nederland en werd belast met de taak om een huurauto terug te brengen naar Budget Ren A Car/Stam op de hoek van de Croeselaan en het Veemarktplein in Utrecht, recht tegenover het Jaarbeursplein. Een vrouw die een auto had gehuurd had argwaan gewekt en er was groot alarm geslagen bij de Centrale Recherche Informatiedienst en het Bundeskriminalamt. De dag vóór de inleverdatum werd er gepost bij het bedrijf: door twee agenten in het bedrijf en tien anderen in de omgeving. Om 17.50 uur kwam Folkerts binnen. De politie had de vrouw verwacht, maar de receptionist wist de agenten te waarschuwen. De arrestatie mislukte echter, Folkerts schoot en verwondde Leen Pieterse zwaar en vermoordde Arie Kranenburg. De agenten buiten wisten Folkerts wel te arresteren. Hij werd op 20 december 1977 veroordeeld tot twintig jaar gevangenisstraf en ruim een jaar later uitgeleverd aan de Bondsrepubliek. In 1995 kwam hij vervoegd vrij en Nederland probeerde hem later nog uitgeleverd te krijgen. De weduwe van Arie Kranenburg heeft Folkerts de moord nooit vergeven en lang gestreden voor de uitlevering. Folkerts zelf heeft haar nooit excuses aangeboden, al gelooft hij niet meer in de gewapende strijd.

Knut Folkerts

In mijn kamer in de bovenwoning aan het Utrechtse Veemarktplein had ik niets meegekregen. Ik hoorde het toen ik de tv aanzette voor het 8 uur-journaal. Ik stond op het punt om naar een vergadering te gaan van de Internationale Komunistenbond, die lokaal hield in de gebouwen van de Monicakerk, op de hoek van Oudenoord en Herenweg. Ook Rood Front Utrecht vergaderde daar in die tijd. Wij verzonden daar ook ons blad Proletaries Links, onder begeleiding van het oudere Amsterdamse echtpaar Wiering. Theo was boekhouder en groot kenner van het werk van Marx en met name Het Kapitaal. Zijn vrouw Trien was formeel geen lid van de club, maar was bij iedereen bekend en geliefd (zie ook Anja Meulenbelts De schaamte voorbij) als hartelijke en belangstellende vrouw.

De week erop kwam de politie in het kader van een buurtonderzoek aan de deur en kon ik naar eer en geweten antwoorden dat ik niks gehoord of gezien had. Ik weet nog dat mijn vader bij een docent van mijn middelbare school vroeg of hij zich zorgen moest maken.

Mijn vriend Otto van de Haar schreef deze biografie van Ulrike Meinhof in 2009

De IKB was stellig in het afkeuren van het terrorisme van de RAF. Naar aanleiding van de dood van Ulrike Meinhof in 1976 schreef F.H. in Proletaries Links: "Ulrike Meinhof en haar groep hebben een politieke fout begaan door zich in de plaats te stellen van de Duitse arbeidersklasse". Er was geen sympathie voor de acties van de RAF, maar de groep werd wel gezien als onderdeel van de linkse beweging; het waren kortom mensen met goede bedoelingen maar met verkeerde methoden. Ook keerden we ons tegen de harde repressie door de Westduitse staat, die werd gezien als opmaat voor een "sterke staat" in heel de westerse wereld, ook in Nederland.

Aankondiging openbare avond IKB tegen de Duitse sterke staat

Deze benadering beperkte zich niet tot uiterst-links, maar heerste ook bij advocaten (Pieter Bakker Schut, Willem van Bennekom), artsen, journalisten van Vrij Nederland (Rudie van Meurs, Johan van Minnen) en de Groene (Martin van Amerongen, Wouter Gortzak) en bij PvdA-politici. Naast de hierboven genoemde overwegingen speelde ook een sterke anti-Duitse reflex en angst voor een nieuw fascisme een rol. In zijn zeer informatieve boek Sympathie voor de RAF, Rote Armee Fraktion in Nederland, 1970-1980 schrijft Jacco Perkelder dat de Zuid-Molukse treinkapers en de Ierse en Palestijnse gewapende groepen op veel minder sympathie konden rekenen dan Meinhof cs.


Zo speelde een belangrijk hoofdstuk van de RAF in Nederland zich af op 150 meter van mijn woning. Dichterbij is de RAF gelukkig nooit gekomen.





donderdag 14 juli 2022

De Utrechtse Jaffastraat als centrum van links en van een ingewikkelde familiegeschiedenis. Een halve eeuw politieke herinneringen, aflevering 20

In de tweede helft van de jaren zeventig was de Jaffastraat een van de centra van het Utrechtse linkse leven. Voor mij was het hèt centrum..

Op nummer vijftig woonde Fernanda van Hamersveld, die ik eerder de moeder van links Utrecht noemde (Herinnering 13). Fernanda kwam uit een CPN-nest, haar ouders (Kapteijn) hadden een kantoorboekhandel en uitleenbibliotheek in de JP Coenstraat. In de oorlog werd die boekhandel een uitvalsbasis van de illegale CPN, inclusief zendapparatuur en Fernanda werd als middelbare scholiere actief als koerierster.

Fernanda (foto Anne Vaillant)

In 1948 was ze het niet eens met de communistische coup in Tsjechoslowakije en kwam ze buiten de CPN te staan. Daarna werd ze niet meer gegroet door de Utrechtse CPN'ers, zoals voorman Barend Schreuders, de vader van de latere Waarheid-hoofdredacteur Gijs Schreuders. Fernanda was ontroerd toen de Franse trotskistische leider Alain Krivine (Zie herinnering 11) haar bij een bijeenkomst in centrum Rasa ergens in de jaren zeventig aansprak als kameraad. Dat was in al die jaren niet meer gebeurd. Fernanda werd bijzonder actief in de Utrechtse vrouwenbeweging en met name in de Abva-vrouwen. Altijd aanwezig, altijd betrokken, altijd gedecideerd.

Met Hugo, circa 1985

Fernanda's zoon Hugo woonde op de hoek in de bovenwoning op nummer vier. Toen ik hem leerde kennen eind 1975/begin 1976 was hij trotskist en bestuurslid van de Utrechtse afdeling van de Internationale Kommunistenbond. Ook op nummer vier woonde Jan Sturkenboom, een elektricien die bij het Utrechtse elektriciteitsbedrijf werkte en ook lid was van de IKB. Jan was in de jaren zestig gegrepen door de alternatieve beweging. Over hem grapte Marcel van der Linden - samen met anti-militarist Kees Kalkman bewoner van een ander links huis in de Frederik Hendrikstraat - dat Jan Utrecht in zijn eentje plat kon leggen in revolutionaire tijden. Ook op de Jaffastraat: Hugo's vriendin Marja Eikenaar en Jans vriendin Diana Krabbendam, ook IKB'sters. Later kwamen er andere makkers: mijn vriendin Christine Otten (Zie herinnering 14), die later tot mijn verdriet iets met Jan kreeg, Tjabring van Egten en Dick Oele.

Tjabring, Dick, Christine, Jan (1981)

Hugo werd lange tijd mijn beste vriend, ook nadat hij eerder dan ik de beweging verlaten had (Zie herinnering 14). Hij was naast taalkundig begaafd ook een goede tekenaar; hij plaatste in het Utrechtse afdelingsblad De Rooie Moker een keer een tekening van een totempaal, met daarop de namen van alle kameraden die bepaalde taken niet hadden uitgevoerd. Favoriet waren ook de tekeningen van de konijntjes die Trotsky in Mexico had gehad. Ergens in de eerste helft van de jaren tachtig vertrok Hugo naar Amsterdam, waar hij in een kraakpand in de Indische Buurt ging wonen; ook Christine vertrok naar de hoofdstad. Ik was vanaf 1985 samen met Hugo het leidende duo dat het blad Links maakte (Zie herinnering 5).

Keuken Jaffastraat: Hans de Beer, Ankie Tukker, Tjabring van Egten (op rug), Jan Sturkenboom, Christine Otten (1981)

Toen bleek dat Links niet echt een succes was en het ook niet zou worden en de afleveringen met vertraging verschenen werd Hugo cynischer en cynischer en daar kreeg ik meer en meer moeite mee. Hugo had ook een ingewikkelde relatie met zijn sterke en dominante moeder en beschouwde zichzelf als tweede-generatie oorlogsslachtoffer; hij ging in behandeling bij het Joods Maatschappelijk Werk en bij Fernanda begonnen de oorlogservaringen op latere leeftijd meer en meer op te spelen. Na 1990 verwaterde mijn vriendschap met Hugo.

Jan Sturkenboom werd later geluidstechnicus in Tivoli, het Muziekcentrum en het Muziekhuis. In het Muziekcentrum kwam ik hem eind jaren negentig nog een keer tegen toen ik er was voor een bijeenkomst van GroenLinks. In 2013 overleed Jan onverwacht aan een hartstilstand. In de Utrechtse editie van het AD stond een fraai in memoriam over de "anarchistische geluidsman". In de Leeuwenberghkerk namen we met een aantal oude makkers in een mooie muzikale bijeenkomst afscheid van Jan, een man waar niemand een hekel aan had, een man ook die mensen die hij niet zo zag zitten in prachtig Utregs gupppies kon noemen..

Met Fernanda hield ik ook na mijn verhuizing naar Delft contact, ze stuurde nog een zelfgebreid truitje na de geboorte van mijn dochter in 1995. Ze nam deel aan een initiatief over bewoners en verleden van de wijk Lombok, waar ook de winkel van haar ouders had gestaan. Ze beleefde een moeilijke oude dag, zo werden haar beide benen geamputeerd vanwege ernstige diabetes.  Ze stierf in 2001. Op haar afscheidsbijeenkomst hield Hugo een onderkoelde, weinig warm overkomende toespraak. Het was voor mij en andere oude makkers zoals Hans de Beer en Ankie Tukker een vervreemdende ervaring. Een ervaring die vooral ook bewijst hoe ingewikkeld familiegeschiedenissen kunnen zijn. De Fernanda zoals ik me die herinner komt naar voren in dit fraaie interview van Hans Fransen van de Putte in het kritische vakbondsblad Solidariteit uit 1991: Interview Fernanda.